Het bezoek bleek Dirk-Scheele-kenner

Marcel van Roosmalen

Ik kreeg gisteren bezoek, dat was lang geleden. In de huiskamer stond ondertussen keihard de muziek van Dirk Scheele aan. Leah van Roosmalen (3) is fan, ik was het eerst ook, maar ik heb de cd met dierenliedjes inmiddels iets te vaak gehoord. Zij kent alle liedjes van buiten en kan ze woord voor woord meezingen, dat vertedert iedereen.

Ik ken alle liedjes inmiddels ook van buiten, dat vertedert niemand.

De cd’s van Dirk Scheele waren het laatste cadeau dat mijn moeder bij bewustzijn voor haar kleinkinderen kocht, ze schoot per ongeluk in de roos want ze dacht dat ze Jip & Janneke van Annie M.G. Schmidt had gegeven. Een gelukkige vergissing, want dat was volgens statenlid Julie d’Hondt (PvdA) van de Provincie Utrecht een ontzettende fout geweest. Ze wil Jip & Janneke niet meer in de bibliotheken vanwege achterhaalde denkbeelden over man-vrouwverhoudingen. En haar kinderen vinden er ook niets aan.

Vooral dat.

Als we zo gaan beginnen, wil ik een verbod op het werk van Dirk Scheele, grapte ik tegen mijn bezoek, want ik word gek van al dat gekruip en gespring op die kutmuziek. Eigenlijk bestaan de liedjes van Dirk Scheele maar uit een zin, die in stukjes gehakt de hele tijd wordt herhaald.

„Ik spring, ik spring, ik spring, ik spring nu als een kikker. Ik sluip, ik sluip, ik sluip, ik sluip nu als een tijger.”

Het bezoek bleek Dirk-Scheele-kenner. Ze wist dat Dirk Scheele in een eerder leven muziektherapeut voor verstandelijk gehandicapte kinderen was en dat hij zo tot zijn eerste liedjes was gekomen.

„Dit krijg je ook nog”, zei ze.

Ze liet een filmpje op haar telefoon zien waarin Dirk Scheele muziek maakt met bestek, gereedschap, sleutels en speelgoed. Haar jongste dochter was ooit bij een concert van Dirk Scheele in het Zaantheater in Zaandam bijna vertrapt omdat ze tijdens het nummer ‘Ik stamp, ik stamp, ik stamp, ik stamp als een olifant’ tussen een grote groep stampende tieners met het syndroom van Down was gekropen. Ze waren met de artiest meegegroeid en bezochten met regelmaat zijn concerten.

Zij: „Het was echt eng. Daar denk je van tevoren niet aan dat dat ook nog kan gebeuren.”

We waren het er snel over eens dat je zoiets niemand kwalijk kon nemen: de artiest niet, de mensen met syndroom van Down niet, de begeleiders niet en zelfs Dirk Scheele niet, maar ik was toch blij dat ik het wist. Het bezoeken van een concert van Dirk Scheele was al een paar keer genoemd in fantasieën over wat we allemaal gaan doen in het post-coronatijdperk. Ik was als enige tegen.

Eindelijk had ik een argument, veel te gevaarlijk.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.