Laat Duimdrop een les zijn

Opinie 010 De besluitvorming rondom de Rotterdamse speelorganisatie Duimdrop toont aan hoe afhankelijk gebiedscommissies en wijkraden zijn van transparant handelen van het college van B&W. De gemeenteraad heeft hierbij een belangrijke corrigerende rol, die ze serieus moet nemen, betoogt Reidar Plokker.

Illustratie Stella Smienk

Ergens in de zomer van 2020 had de wethouder het voor zichzelf al besloten: Duimdrop paste niet meer in zijn toekomstbeeld. Hij had zijn voornemen vervolgens gedeeld met zijn collega wethouders. Die hadden gelukkig ingestemd. Maar verder zweeg hij. Op enig moment moest het natuurlijk wel bekend worden. De subsidie moest namelijk worden geschrapt. Hij liet daarom in de lijvige conceptbegroting 2021 één zinnetje opnemen aan de opheffing van Duimdrop. Vervolgens gaf hij een ambtenaar de opdracht het slechte nieuws aan Duimdrop te melden.

Op 12 oktober maakte Duimdrop zelf het nieuws bekend. Gebiedscommissies en wijkraden waren overdonderd. Niemand, geen wethouder of ambtenaar, had ooit enig signaal gegeven dat dit ging gebeuren. Op 16 oktober schreef de wijkraad Liskwartier daarom een brief aan de wethouder. De strekking: hij had verzuimd gebiedscommissies en wijkraden te informeren en advies te vragen over zijn voornemen. Dit was niet een alleen een kwestie van fatsoen; het was verplicht volgens de verordening op de gebiedscommissies (2014). Of hij alsnog met spoed in overleg wilde treden?

Duimdrop

De wijkraad wist uiteraard dat haar interventie de beslissing van de wethouder zeker met één jaar zou vertragen. De wethouder reageerde echter niet. En daarmee had hij geluk! Want op 23 oktober stuurde een groep bezorgde gebiedscommissies en wijkraden hem een ongevraagd advies met argumenten tegen zijn voorgenomen besluit. Wég was het procedurele bezwaar! Het advies dat hij verzuimd had te vragen had hij nu ongevraagd gekregen! Na zorgvuldige lezing van dit advies kon hij het nu simpelweg naast zich neerleggen!

Op 28 oktober moest hij zich nog even verantwoorden. In een commissievergadering werd hij door enkele gemeenteraadsleden stevig doorgezaagd over zijn voornemen en zijn laakbare handelswijze. Hij hield echter eenvoudig stand. Het werd hem ook wel erg makkelijk gemaakt. Alleen de oppositiepartijen klaagden. Maar achter de schermen rommelde het al binnen de coalitie.

Op 5 november stuurde de wethouder nog vol goede moed een reactie naar de gebiedscommissies en wijkraden. Strekking: bedankt voor uw advies, maar ik blijf bij mijn besluit! Zijn blijdschap was van korte duur. Op 12 november bleek hij alsnog alleen te staan. Op die datum stemde de gehele coalitie in met een voorstel, om het afschaffen van Duimdrop met één jaar uit te stellen. Dit, zodat alsnog gedegen overleg plaats kon vinden met gebiedscommissies en wijkraden.

Is dit nu een kwestie van: eind goed, al goed? Voor het behoud van Duimdrop zeker niet. Het voornemen van het college van B&W blijft immers staan. Duimdrop moet weg! En nadat een zorgvuldig adviestraject met gebiedscommissies en wijkraden is gevolgd, staat het haar vrij daar alsnog toe te besluiten. Ik betwijfel dan ook sterk of van uitstel echt afstel komt.

Maar er is ook een lichtpuntje. De gemeenteraad heeft onze klacht uiteindelijk serieus genomen! Dit, ondanks het feit dat het verkeerde handelen van de wethouder formeel werd ‘gerepareerd’ door een daarop volgend ongevraagde advies. En ondanks het feit dat de gemeenteraad een politiek instituut is.

De gemeenteraad lijkt hiermee drie dingen te begrijpen: dat een wethouder niet ongestraft de regels aan zijn laars mag lappen; dat medezeggenschap van gebiedscommissies en wijkraden essentieel is voor het functioneren van het bestuursmodel; en dat de (a-politieke) gebiedscommissies en wijkraden niet het slachtoffer mogen worden van hun eigen politieke onervarenheid.

De volgende keer zou het alleen mooi zijn als de gemeenteraad iets sneller ingrijpt!

jurist en voorzitter van de Wijkraad Liskwartier