Recensie

Recensie Boeken

Fernando Pessoa: altijd angstig, eenzaam en depressief

Fernando Pessoa Onrust, eenzaamheid en depressie kenmerken het werk van de legendarische Portugese dichter Fernando Pessoa. Door te schrijven probeerde hij zich te bevrijden uit zijn getormenteerde bestaan.

Fernando Pessoa op 26-jarige leeftijd, in 1914.
Fernando Pessoa op 26-jarige leeftijd, in 1914. Getty

Voor Fernando Pessoa (1888-1935) was het leven een behoorlijke beproeving. Zijn bestaan en werk werden gedomineerd door angst en somberheid. In de vorig jaar verschenen vertaling Een spoor van mezelf. Een keuze uit de orthonieme gedichten staat de vertwijfelde uitroep: ‘O mijn diepe zijnsangst, niets kan jou uitdoven!’

Voor Pessoa stond het leven gelijk aan lijden. Gelukkig was er een manier om het leven te ontvluchten. In het benauwende Boek der rusteloosheid schreef hij: ‘De literatuur is de prettigste manier om het leven te negeren.’ Het leven was een vervloekte voorwaarde voor wat werkelijk noodzakelijk was: scheppen.

Kroniek van een leven dat voorbijgaat is een bijzondere uitgave. Van deze Nederlandse vertaling bestaat geen Portugese editie – al is dat minder vreemd dan het klinkt. Pessoa schreef veel maar publiceerde weinig. Publiceren vond hij ‘een onwaardige behoefte!’

Zijn literaire nalatenschap was een briljante bende. Er bestaan van Boek der rusteloosheid bijvoorbeeld negen edities die allemaal verschillen van omvang en volgorde: de dunste heeft 96 pagina’s en de omvangrijkste telt bijna 600 bladzijden.

Vertaler en Pessoa-kenner Michaël Stoker heeft Kroniek van een leven dat voorbijgaat samengesteld uit teksten die zijn verspreid over verschillende Portugese uitgaven. Stoker promoveerde op Boek der rusteloosheid en vond tijdens zijn onderzoek veel fragmenten in de verschillende edities die eigenlijk niet in dat meesterwerk thuishoren. Deze dagboekachtige notities zijn de kern van Kroniek van een leven dat voorbijgaat. Stoker heeft in deze uitgave tevens andere autobiografische snippers opgenomen en fragmenten die Pessoa schreef onder zijn verschillende heteroniemen.

Gezellige pessimist

In zijn nawoord noemt Stoker deze editie het ‘kleine broertje’ van het chaotische Boek der rusteloosheid. Dat boek is beklemmender dan de nieuwe uitgave, omdat het geconcentreerder en gestileerder is; het waaiert wat minder uit. De teksten die Stoker heeft opgenomen in Kroniek van een leven dat voorbijgaat zijn volgens hem een aanvulling op het literaire oeuvre van Pessoa. Zo klinkt het misschien alsof dit boek tweederangs is, maar het tegendeel is het geval: het fragmentarische proza is fascinerende literatuur en is, zoals we van Pessoa gewend zijn, van een hoge kwaliteit.

Het ongepolijste karakter van de fragmenten zorgt voor levendigheid, alsof we over de schouder van Pessoa meekijken terwijl hij koortsachtig zijn invallen noteert. De meeste fragmenten zijn boeiende beschouwingen en interessante overpeinzingen. Herhaaldelijk stuit je op prikkelende aforismen, zoals: ‘Een cynicus is niet anders dan een gezellige pessimist.’ Als geheel vormen de fragmenten een mooi en diepgaand beeld van het geagiteerde innerlijke leven van Pessoa.

Kroniek van een leven dat voorbijgaat is zowel persoonlijk als beschouwend; Pessoa doet verslag van zijn gevoelsleven en filosofeert onder meer over identiteit – een van zijn belangrijkste thema’s. Hij noteert zijn gedachten, zijn literaire plannen en zijn kunstopvatting: ‘Aangezien het de bedoeling is van kunst om de werkelijkheid weer te geven, kan dat dus alleen maar door tegelijkertijd het innerlijke en uiterlijke landschap te laten zien. Het kunstwerk zal proberen een intersectie van de twee landschappen af te beelden.’

Volgens Stoker was Pessoa een ‘tegendenker’ en een ‘twijfelende tiener met het stilistisch vermogen van een volgroeid intellectueel’. Dat laatste is een wat merkwaardige omschrijving, alsof het gaat om puberale onzekerheid en niet om een filosofische overtuiging die Pessoa heeft omarmd. De twijfel is epistemologisch: wat kennen we en wat kunnen we kennen? ‘Het weten van de mens is groot, maar zijn onwetendheid is immens.’ Pessoa noemt zichzelf een idealist. Bij hem vervaagt de grens tussen fictie en werkelijkheid: de wereld is een voorstelling, een fictie – een constructie van de menselijke geest. Wat ik ken komt niet overeen met wat de ander kent. ‘Het leven is alleen gewaarwording.’

De epistemologische twijfel domineerde het literaire modernisme van het interbellum in de twintigste eeuw. Thematisch is het werk van Pessoa dan ook verwant aan de literatuur van grote modernisten als Thomas Mann en Marcel Proust. Net als Prousts verteller in Op zoek naar de verloren tijd wordt Pessoa geteisterd door eenzaamheid: ‘En toch bestaat er geen eenzamer ziel dan mijn ziel – let wel, niet eenzaam door omstandigheden van buitenaf, maar eenzaam van binnenuit.’

Versnipperd leven

Als jongetje zonderde Pessoa zich af en speelde hij graag alleen, schrijft hij in een brief waarin hij zich voordoet als een dokter die zijn karakter analyseert. De eenzaamheid is een lot waaraan hij niet kan ontsnappen: ‘De rode draad in een versnipperd leven; de eenzaamheid die ik altijd bij me draag en die mij daarom definieert en altijd zal definiëren.’

Zorgde de eenzaamheid voor zijn depressies of was het eerder andersom? Hoe dan ook, geluk was hem vreemd: ‘Elke dag is de ongelukkigste dag van mijn leven.’ Pessoa is altijd onrustig en gespannen; angst, eenzaamheid en depressie tiranniseren hem en domineren Kroniek van een leven dat voorbijgaat. Ondanks zijn afkeer van oprechtheid, voelt zijn leed ongeveinsd.

Pessoa is een meester in het verwoorden van zijn onrust en ongeluk. ‘Waarom ben ik zo ongelukkig? Omdat ik ben wat ik niet zou moeten zijn. Omdat de helft van mij niet verwant is aan de andere helft en de overwinning van de een de nederlaag van de ander betekent. En aangezien een nederlaag leed berokkent, lijd ik in beide gevallen.’

Pessoa vond alle veranderingen ellendig, ook goede. En wat is een mensenleven anders dan een aaneenschakeling van veranderingen? Er was voor hem maar één manier om met zijn intense emoties om te gaan: schrijven, want ‘je uitdrukken’, schreef hij in Boek der rusteloosheid, ‘is overleven’.

Ook schreef hij bij monde van Bernardo Soares dat zelfmoord ‘laf’ is. Pessoa’s beste vriend, de dichter Mário de Sá-Carneiro, stierf in 1916 door eigen hand. Anderhalve maand voor de zelfmoord had Pessoa hem nog geschreven over zijn eigen ‘bodemloze depressie’. Ondanks zijn diepgewortelde somberheid koos Pessoa niet voor de dood, maar voor de literatuur: ‘Alle literatuur, met name poëzie, komt overeen met het verlangen het leven te ontvluchten.’

Kroniek van een leven dat voorbijgaat is een fijne en waardevolle toevoeging op de al bestaande Pessoa-vertalingen, het is net als zijn poëzie en Boek der rusteloosheid het indringende resultaat van Pessoa’s poging om zich te bevrijden van het getormenteerde leven.