Recensie

Recensie Boeken

Gedumpt nadat ze voor haar vriendje naar de natuur verhuist

Elin Willows Een jonge vrouw verhuist voor de liefde naar de poolcirkel, wordt snel gedumpt – maar blijft er wonen. Dit Zweedse romandebuut is zo doortastend neutraal in de observaties dat het inspirerend werkt.

Een Zweeds vissersdorpje in de winter.
Een Zweeds vissersdorpje in de winter.

Hoe komt het dat een roman waarin eigenlijk niets gebeurt zo inspirerend kan zijn? Dat je zo meeleeft met iemands eenzaamheid en opgaat in diens stoïcijnse manier van denken en doen? Het overkomt je bij het lezen van het overtuigende romandebuut Binnenland van de Zweedse Elin Willows (1982) waarin een jonge vrouw, een tiener nog, geestig, zwaarmoedig en realistisch vertelt over haar verhuizing van Stockholm naar het dorp van haar vriendje, meer dan duizend kilometer naar het noorden in Zweden. Maar al bij het inpakken van de geleende auto ziet zij in de oogopslag van haar vriend dat het niets gaat worden. Nog voordat ze er zijn – geen woord over de reis trouwens – heeft hij het uitgemaakt.

Wat doe je dan? De vrouw beziet haar kansen: ‘Een keus om te vertrekken en een keus om te blijven, ook al hadden we het uitgemaakt, en die twee keuzen zorgen ervoor dat ik niet van gedachten wil veranderen. Als ik terugging, zou dat betekenen dat ik van gedachten veranderd ben. Ik wil een reden om ergens naar toe te gaan, maar als ik erover nadenk kan ik er geen verzinnen en daarom blijf ik.’ Ze settelt zich in ‘zijn’ dorp en vindt er een baan bij de supermarkt.

Dat lijkt al stoer in een gehucht vlakbij de poolcirkel waar het in de winter slechts een paar uur licht is en de temperatuur kan dalen naar 37 onder nul. Zij vindt er geen aansluiting en er gebeurt niets, op een vastgevroren sleutel in het slot of een gesprekje over dure velgen in de bedrijfskantine na.

Zwijgend aan de bar

Dat grote niets inspireert tot op het bot; de verbeelding slaat toe en je beweegt mee in die lege wereld waarin zij haar schouders ophaalt: het is zoals het is. Ze vertelt haar familie niets, zelfs niet dat het uit is. Niemand hoeft te weten hoe eenzaam ik ben. Soms gaat ze mee op zaterdagavond naar het Hotel waar ze in haar eentje naar een opgezette beer zit te turen. Wandelen doet zij ook, want de natuur is prachtig, maar eigenlijk weer te groot voor haar.

Willows maakt per hoofdstuk een soort staccato dagboekaantekeningen: over haar werkdag, over ‘hem’ afgewisseld met existentiële vragen, over toen, nu, de stilte. Want haar verkozen eenzaamheid ziet zij veranderen in ongewenst isolement. Na een jaar schrijft ze over haar oude leven: ‘Ik mis het niet, ik mis meer een huidig leven. Een samenhang. Ik verlang niet naar elders, ik wil hier alleen niet blijven.’

Tussen die kleine, veelzeggende observaties door speelt zij ook met sociale conventies: is het erg dat je zwijgend bij iemand in de auto zit of geen conversatie hebt aan de bar? Wat betekent het dat je bij iedereen onaangekondigd kunt binnenlopen? Maar een antwoord geeft zij niet.

Dat past bij het voornemen van Willows, zo vertelde zij op een literatuurfestival in Umeå, om niet te oordelen maar neutraal te blijven. Dat doet zij in Binnenland zo doortastend dat het nauwelijks opvalt dat haar hoofdpersoon niet klaagt over de bob die geen bob blijkt te zijn terwijl hij zou rijden, zich niet opwindt over de baas die geen opslag geeft en zelfs geen kwaad woord spreekt over het vriendje dat haar toch behoorlijk liet zitten in dat dorpje in het noorden. Zelfs dat niet oordelen zou je kunnen overnemen.