Het ‘Abu Ghraib-moment’ van Australië in Afghanistan

Oorlogsmisdaden in Afghanistan Australische militairen executeerden 39 Afghanen in de Afghaanse provincie Uruzgan. Daar werd nauw samengewerkt met Nederland. Er zijn geen aanwijzingen voor Nederlandse betrokkenheid bij deze oorlogsmisdaden.

Op de voorkant staat een waarschuwing: „Dit rapport bevat aanstootgevende inhoud. Neem voldoende zorg in acht om blootstelling eraan te beperken.” Het rapport vormt dan ook een gitzwarte bladzijde in de geschiedenis van de Australische krijgsmacht. Na vier jaar onderzoek concludeert de militaire inspectie in Canberra dat Australische special forces tussen 2009 en 2013 vermoedelijk 39 Afghaanse burgers of krijgsgevangenen hebben vermoord. Dat zou erop neerkomen dat zij oorlogsmisdaden hebben gepleegd.

Het Nederlandse ministerie van Defensie zal het donderdag vrijgegeven rapport met speciale aandacht lezen, aangezien de Nederlandse en Australische krijgsmachten van 2007 tot 2010 nauw samenwerkten in de Afghaanse provincie Uruzgan. Nederlandse militairen zijn als getuige gehoord. Australië heeft het ministerie in Den Haag laten weten dat er geen aanwijzingen zijn voor betrokkenheid van Nederlandse militairen bij de misstanden, verklaarde Defensie tegen de NOS.

Jarenlang graafwerk

Aanleiding voor het onderzoek, geleid door generaal-majoor Paul Brereton, waren „aanhoudende geruchten”, te weten klokkenluidermeldingen, jarenlang graafwerk van Australische onderzoeksjournalisten en een rapport van militair socioloog Samantha Crompvoets, dat in 2016 al melding maakte van mogelijk crimineel gedrag en een cultuur van straffeloosheid.

Ook in Afghanistan waren er al klachten neergelegd bij stamleiders, het Internationale Rode Kruis en de Afghaanse Mensenrechtencommissie, schrijft Brereton, maar die waren „routinematig terzijde geschoven als Talibanpropaganda” of pogingen van Afghanen om geld los te weken.

Klachten waren routinematig terzijde geschoven als Talibanpropaganda

Na het horen van ruim vierhonderd getuigen en het bestuderen van twintigduizend documenten is „de korte en trieste waarheid” volgens Brereton „dat de geruchten op waarheid berusten”. De pers spreekt van „Australiës Abu Ghraib-moment”, verwijzend naar de marteling van Iraakse gevangenen door Amerikaanse militairen.

Brereton stuurt informatie over incidenten met 25 special forces door naar justitie voor strafrechtelijk onderzoek. Premier Morrison stelt een speciale aanklager aan die de rechtsgang moet overzien.

Nabestaanden schadeloos stellen

Brereton stelt voor dat Australië schadevergoedingen aanbiedt aan de Afghaanse nabestaanden, ook als de verdachten niet schuldig worden bevonden in de rechtbank. Dat is niet alleen nodig om Australiës reputatie te herstellen, schrijft hij, „het is eenvoudigweg het juiste om te doen”. Morrison heeft in een telefoongesprek met de Afghaanse president Ashraf Ghani beloofd dat er gerechtigheid zal komen.

Het rapport – vijfhonderd pagina’s exclusief de geheim gehouden delen waarin de incidenten in detail worden beschreven – is zo zwaar geredigeerd dat zelfs de kaart van Uruzgan om juridische redenen niet kon worden afgedrukt. Die terughoudendheid is niet voor niets. Voor de zorgvuldigheid van de rechtsgang mag er geen gevoelige persoonlijke informatie over verdachten naar buiten komen.

Strafrechtelijke processen kunnen toch al moeilijk genoeg worden: niet alleen gaat het om misdaden van jaren geleden in een ver buitenland, de verdachten zijn erin getraind om de zwaarste ondervragingen te doorstaan en de getuigen maken deel uit van een cultuur van nagenoeg grenzeloze onderlinge loyaliteit.

De 39 Afghaanse slachtoffers waren allen ongewapende burgers of gevangen genomen strijders, die bescherming zouden moeten genieten onder het internationaal recht. Er zijn „geloofwaardige aanwijzingen”, aldus het rapport, dat hun dood niet het gevolg is van twijfelachtige beslissingen die nu eenmaal genomen kunnen worden in het heetst van de strijd. Zij zijn vermoedelijk bewust gedood terwijl ze geen gevaar vormden.

In sommige gevallen gebeurde dat in opdracht. Jonge militairen kregen het bevel om gevangen Afghanen te executeren als een ontgroeningsritueel, zodat ze een eerste kill op hun naam hadden staan. Wie weigerde was een ‘lemon’, jargon voor lafaard. Wat Brereton betreft worden de patrouillecommandanten die deze bevelen gaven, als eersten berecht, vóór degenen die de trekker overhaalden. Sommige moorden zijn verhuld door een wapen bij het lijk te leggen en het op foto’s zo te laten lijken dat het slachtoffer een bedreiging vormde.

Volgens Brereton is er een combinatie van factoren die tot de cultuur van straffeloosheid heeft geleid. Zo was er binnen het Special Air Service Regiment, het onderdeel waar de meeste misstanden plaatsvonden, een „kliek” van ervaren onderofficieren die een „krijgerscultuur” uitdroegen. Jonge militairen, die al heel wat bereikt hadden door tot de special forces toegelaten te worden, vereerden hen als „halfgoden”. Hogere officieren hadden te weinig zicht op wat er gebeurde op patrouilleniveau in afgelegen delen van Uruzgan.

Lees ook deze reportage uit 2010 in Uruzgan.

Wat meespeelde, was dat de oorlog te lang duurde. Ook voor het Australische leger, dat al sinds 2002 in Afghanistan is, is dit de langste oorlog. Special forces zijn bedoeld om gedurende korte tijd in te zetten bij buitengewone operaties. Hun taak in Uruzgan was om de omstandigheden te creëren waarin het reguliere Australische leger Afghaanse militairen zou kunnen opleiden. De oorspronkelijk missie van zowel Australië als Nederland was om vooral opbouwwerk te doen in Afghanistan. Maar net als Nederland en alle andere buitenlandse legers onderschatten de Australiërs de tegenstand en moesten de special forces voortdurend aan de bak. Daardoor ontstond bij hen op den duur een „haperend moreel kompas”, waardoor zij steeds verder gingen.

Weerstand bij de staat

Het Australische onderzoek is onder grote weerstand tot stand gekomen. De politie deed een inval bij omroep ABC nadat die gelekte documenten had gepubliceerd. De staat deed een poging om de betrokken journalist te vervolgen wegens het lekken van staatsgeheimen, maar trok de zaak later in. Socioloog Crompvoets zegt dat ze na haar rapport veel kritiek heeft gekregen omdat ze de krijgsmacht onterecht zou hebben aangevallen. Tegenover de BBC verklaarde zij donderdag dat zij zich nu „gerehabiliteerd” voelt.

Toch wordt het Australische onderzoek, nu het er eenmaal ligt, ook gezien als een positief contrast met de Amerikaanse aanpak van misstanden onder militairen in Afghanistan. In geval van de Verenigde Staten moet het Internationaal Strafhof eraan te pas komen om verdenkingen te onderzoeken, en ook dat ondervindt grote tegenwerking door de regering-Trump. Brereton spreekt in zijn rapport klare taal. Wat in Uruzgan is gebeurd, is wat hem betreft „eerloos” en „ernstig verraad aan de professionele normen van de Australische strijdkrachten”.