‘Ergens vind ik het leuk een zwerver te zijn’

Dit ben ik Iedereen heeft verschillende identiteiten. Hoe worden we wie we zijn? Deze week: Johannes Klabbers (62), die na 44 jaar in Nederland is teruggekeerd.

Foto Yentl Slik

‘Ik ben een vreemdeling. Dat zie je niet aan mij. De meeste mensen horen het ook niet, ik heb geen accent. Maar ik ben het wel. Ik heb 44 jaar buiten Nederland gewoond, in Londen en Australië. Vier jaar geleden kwam ik terug. Het Nederlands na al die tijd weer oppakken vond ik zó moeilijk. Stond ik bij de bakker, moest ik zeggen: een half ongesneden volkoren alstublieft. Het zweet brak me uit.

„Ik kom uit Utrecht. Mijn oma was een echte Utrechtse, half Joods, uit Wijk C, een arbeiderswijk. Door zich niet te laten registreren is ze met drie kinderen in haar eentje de oorlog doorgekomen. Een grote inspiratie. Mijn moeder ook trouwens. Zij en mijn vader zijn gescheiden toen ik vijf was. Toen ik twaalf was ontmoette ze een Engelsman die werkte in Nederland. Na een paar jaar was hier geen werk meer voor hem en verhuisden we naar Londen.

„In het begin had ik vreselijk heimwee. Als je als veertienjarige verhuist naar een land waar je niets hebt aan je moederstaal, moet je je hele identiteit opnieuw uitvinden. Ik miste mijn oma, mijn vrienden. Maar ook de vrijheid in Nederland voor een jongen van die leeftijd. Ineens moest ik een schooluniform aan.

„Ik was geïnteresseerd in drugs en muziek, het duurde niet lang voor ik vrienden vond. En toen begon punk. Hoe het klonk maakte niet uit, als je maar het lef had om op een podium te gaan staan en lawaai te maken. Ik speelde gitaar in een band, schreef liedjes, zong mee met refreinen. We hebben gespeeld met XTC en Siouxsie and the Banshees. Nu is iedereen daarvan onder de indruk, maar we hadden geen nagel om onze kont te krabben.

„Als twintiger woonde ik in een kraakpand in Brixton en ontmoette een Australische vrouw. Toen ze terugging naar Australië ben ik haar achterna gegaan. Al eerder was ik acupunctuur en Chinese medicijnen gaan studeren en een paar jaar heb ik geprobeerd een praktijk op te zetten. Intussen kreeg ik twee kinderen. Toen mijn huwelijk afliep besloot ik het roer om te gooien en schreef ik me in bij de kunstacademie. Ik deed fotografie en video en maakte kunst met de computer, net in opkomst. In mijn graduation show liet ik een computer praten, heel bijzonder was dat toen. Na een postdoctorale opleiding kreeg ik een baan bij een universiteit in de kleine plaats Wagga Wagga. Daar ben ik vijftien jaar gebleven.

„Ik had een vaste aanstelling, een huis met een zwembad: mijn schaapjes op het droge. Toch bleef ik een vreemdeling: door mijn naam, mijn achtergrond en mijn manier van kunst maken en lesgeven. Het was een tijd van praten over ideeën, zuipen, wiet roken, ook met studenten.

Ik had een vaste aanstelling, een huis met een zwembad: mijn schaapjes op het droge. Toch bleef ik een vreemdeling: door mijn naam, mijn achtergrond en mijn manier van kunst maken en lesgeven.

„Het leven gaat zoals het gaat. Ik ontmoette een vrouw, werd verliefd, verhuisde naar Melbourne. Ik had geen idee meer wat ik wilde doen. Geen kunst. Ik was 25 jaar kunstenaar geweest, dat vond ik wel genoeg.

„Een vriend maakte een einde aan zijn leven. Ik had met hem zitten praten. Ik dacht: ik spreek de taal van de kunst, maar ik mis de vaardigheid om te praten met iemand die dit soort gedachten heeft. In een groot oncologisch ziekenhuis volgde ik een opleiding tot geestelijk verzorger. Ik bleef er werken en publiceerde een boek over wat ik er meemaakte.

„Toen zag mijn Australische vrouw een leuke baan voor zichzelf aan de Universiteit Utrecht. Ze solliciteerde en verdomd, ze kreeg de baan. Ik dacht: eigenlijk wel leuk om weer een tijdje in Utrecht te wonen.

‘Wéér moest ik worstelen met taal. Als ik een gesprek wilde voeren over dingen waar ik iets van weet, lukte dat niet in het Nederlands. Laat maar, zeiden mensen. Ik ben vaak gekrenkt. Mijn diploma betekende niets, niemand nam me serieus. Ik ben een master geestelijke verzorging gaan doen aan de VU. En werk hier nu als zelfstandig geestelijk verzorger en therapeut.

„Het is best bijzonder om weer in mijn geboortestad te wonen. Soms zie ik een straatnaam en hoor ik mijn oma die naam zeggen op zijn Utrechts. Al haar verhalen komen dan weer boven. Maar af en toe denk ik nog steeds dat iemand op de deur gaat kloppen en zegt: dit wordt niets, ga maar terug naar Australië.

„Ergens vind ik het leuk om een soort zwerver te zijn. Als zich weer een opening of een mogelijkheid voordoet, kan ik makkelijk weer weg.”

Aanmeldingen voor deze rubriek: ditbenik@nrc.nl