Opinie

Mengele verscheen af en toe poeslief in de kinderbarak, terwijl hij je met een vingerwijzing de dood in kon sturen

Michel Krielaars

Na afloop van de Nexus Conferentie, die deze keer heel toepasselijk over een nieuwe eeuw van angst ging, liep ik met de 91-jarige schrijfster Dita Kraus door de voormalige Amsterdamse Jodenbuurt. Terwijl zij het Rembrandthuis en de synagogen bewonderde, vertelde ik over de verdwenen wereld van mijn oom Abraham Lopes Cardozo en de kachelverkopers van het Waterlooplein.

In het Wertheimpark rustten we uit. Ineens begon Dita over haar gelukkige jeugd in Praag. Als ze niet in Israël was, bewoonde ze er een klein appartement. Nog altijd genoot ze als aan de oevers van de Moldau de vogels werden gevoerd. Het bracht haar terug naar vroeger, toen haar wereld nog heel was.

Dita was door Nexus uitgenodigd vanwege haar in februari verschenen, introspectieve memoires A delayed life. The true story of the librarian of Auschwitz. Drie à vier maanden had ze in dat kamp gezeten. Haar vader bezweek er aan de honger. Dita en haar moeder overleefden, omdat SS-arts Josef Mengele hen selecteerde voor een Arbeitskommando. De laatste maanden van de oorlog verrichtten ze dwangarbeid in Duitsland, wat hun redding zou zijn. In Bergen-Belsen werden ze bevrijd door de Britten. Kort daarna overleed Dita’s moeder aan tyfus.

In Auschwitz zat Dita in de kinderbarak. Ze maakte er poppen voor de kinderen van de bewakers en ontfermde zich over zo’n acht boeken die het kamp in waren gesmokkeld. Het was een allegaartje: een atlas, een wiskundeboek, verhalen van Capek, een Russische grammatica. Toch zorgden die boeken voor een gevoel van beschaving in een onmenselijke omgeving.

Nog belangrijker was dat de begeleiders van de kinderen in die barak de inhoud van andere boeken navertelden. Zo leerde Dita de ene na de andere roman kennen. Het zorgde voor afleiding van de honger, de kou en de dood.

Zaterdag werd haar tijdens de Nexus Conferentie gevraagd hoe ze na Auschwitz over de menselijke natuur dacht. Haar antwoord was simpel: in de ogen van sommigen is het leven niets waard, wat hun een vrijbrief geeft om vermeende vijanden zonder aarzeling te vermoorden. Ook zei ze dat in bepaalde omstandigheden iedereen slecht kon worden. Als voorbeeld noemde ze Mengele, die regelmatig in de kinderbarak verscheen en dan poeslief deed, terwijl hij je met een vingerwijzing de dood in kon sturen. Toen zij hem bij de selectie had verteld dat ze portretschilder was, vroeg hij haar zelfs of ze hem kon schilderen, waarop ze natuurlijk ‘jawohl’ antwoordde.

In 2012 publiceerde de Spanjaard Antonio Iturbe een roman over Dita’s leven, De bibliothecaresse van Auschwitz. Het werd een internationale bestseller in de categorie van Tatiana de Rosnays Haar naam was Sarah. Je zag de campagne ‘Boeken redden je van de dood’ van de Stichting Lezen al voor je. Critici plaatsten terecht vraagtekens bij de roman en hadden het over de romantisering van de Sjoa. Dita nam daarop zelf de pen ter hand. Volgens haar relaas hebben niet de boeken haar leven gered, maar haar naïviteit. Op de Nexus Conferentie zei ze erover: „Ik had een mechanisme in mezelf dat almaar herhaalde: ik zal niet sterven. En dat hielp, hoe idioot het ook klinkt.”

Hoogdravende gedachten heeft Dita niet. Wel vindt ze dat als de wereld beter wil worden, kinderen al op jonge leeftijd van hun ouders moeten leren om anderen niet te haten. En dat kan alleen door een nieuw vak op school te introduceren: ouderschap. Ook daar heb je geen boek voor nodig.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.