Beheerders onderschatten risico brand in Deurnese Peel

Natuur Natuurbeheerders en bestuurders moeten meer rekening houden met brandgevaar. ‘Natte’ gebieden zijn veiliger.

In de Deurnese Peel vond dit jaar de grootste natuurbrand ooit in Nederland plaats.
In de Deurnese Peel vond dit jaar de grootste natuurbrand ooit in Nederland plaats. Foto Rob Engelaar / Hollandse Hoogte

Natuurbeheerders hebben onvoldoende aandacht voor brandpreventie en communiceren daarover te weinig met brandweer en regionale en lokale bestuurders. Ook (provincie)bestuurders hebben onvoldoende oog voor de gevolgen van de inrichting van natuurgebieden voor het risico op brand.

Dat is de belangrijkste conclusie van twee onderzoeken die de provincie Brabant heeft laten doen naar wat wordt omschreven als „de grootste natuurbrand in Nederland ooit”; in april dit jaar brandde in totaal ruim zevenhonderd hectare waardevolle natuur af in de Deurnese Peel. De brand laaide steeds opnieuw op en bleef uiteindelijk twee maanden smeulen. Woningen moesten worden ontruimd en omwonenden hadden nog wekenlang last van de rook. De oorzaak van de brand, op 20 april, werd nooit achterhaald.

Lees een reportage over de brandbestrijding: In de Deurnsche Peel was het vuur weg, maar de brand bleef

„De wereld van de brandveiligheid is een andere dan die van natuurbeheer. Die werelden communiceren moeilijk met elkaar. Er staan schotten tussen”, signaleert Jan Jaap de Graeff, voorzitter van de commissie die heeft gekeken naar de samenwerking tussen de gemeente Deurne, de veiligheidsregio en Staatsbosbeheer bij natuurbrandpreventie. „Natuurbeheerders denken onvoldoende na of wat ze willen met de natuur risico’s oplevert die de brandweer wellicht te groot vindt, of gevolgen heeft voor de bestrijding van branden. Daarover moet een gesprek plaatsvinden.”

Een andere conclusie, getrokken na onderzoek door Wageningen University & Research, is dat het risico op een intense, zich snel verspreidende natuurbrand vermindert in ‘natte’ gebieden met de daarbij behorende vegetatie, stelt onderzoeker Cathelijne Stoof. De brand in de Deurnese Peel kon hevig en langdurig zijn, aldus de onderzoekers, doordat het gebied erg droog was en de begroeiing nog niet was hersteld van de winter, naast het uitzonderlijk droge weer en de relatief harde wind.

Gecontroleerd afbranden

Het verder verhogen van de grondwaterstand en het verminderen van de hoeveelheid bos, zoals in delen van de Deurnese Peel al wordt gedaan, zou het risico op een snel om zich heen slaande brand kunnen verminderen. Ook het maaien van het gebied, het laten begrazen of het gecontroleerd afbranden van sommige delen kunnen daartoe bijdragen. De brand in de Deurnese Peel heeft zich snel kunnen verplaatsen door de vele grassen en varens, die in een hoogveengebied als de Deurnese Peel eigenlijk niet thuishoren.

Er is verder „meer specialistische kennis” bij de brandweer nodig, stellen de onderzoekers verder, om „dit soort lastige branden” aan te kunnen. Cathelijne Stoof: „We hebben elk jaar vijfhonderd tot duizend natuurbranden en de Nederlandse brandweer is heel goed in staat om het overgrote deel snel en adequaat binnen een dag te stoppen. Natuurbranden worden in Nederland en Noordwest-Europa aangepakt vanuit de blik en expertise van de stadsbrandweer. Lastige branden als in de Deurnese Peel vergen meer specialistische kennis dan we op dit moment hebben.”

De onderzoekers dringen ook aan op „intensieve samenwerking” met onder meer omwonenden. „Daar moet al vroeg in worden geïnvesteerd. Zodat je elkaar tijdens de brand kent en elkaar kunt bereiken”, aldus Stoof.