Adviseur kabinet: passeer NOC-NSF bij verdelen van het sportgeld

Advies Sportraad Is het doel van sport om bij de wereldtop te horen, of om de bevolking gezonder te maken? Die vraagt werpt de Nederlandse Sportraad op in een advies aan het kabinet. De raad vindt NOC-NSF te machtig.

Bij de Olympische Spelen van Rio de Janeiro in 2016 eindigde Nederland net buiten de toptien van het medailleklassement.
Bij de Olympische Spelen van Rio de Janeiro in 2016 eindigde Nederland net buiten de toptien van het medailleklassement. Foto Robin Utrecht/ANP

Geld voor de (top)sport zou niet meer door NOC-NSF verdeeld moeten worden, maar door een onafhankelijke instantie. Dit schrijft de Nederlandse Sportraad, adviseur van het kabinet, in een rapport over de organisatie van sport in Nederland dat is geschreven onder leiding van voormalig VNO-NCW-voorzitter Bernard Wientjes. De adviseur vindt de „organisatie en financiering van sport niet toekomstbestendig”.

Sportkoepel NOC-NSF verdeelt jaarlijks ruim 52 miljoen euro die het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) beschikbaar stelt. Bovendien heeft NOC-NSF de bevoegdheid om 46 miljoen euro aan loterijgelden uit te delen.

De Sportraad stelt dat in geen andere economische sector in Nederland een belangenbehartiger, zoals NOC-NSF, zelf kan bepalen hoe overheidsgeld wordt verdeeld. De adviseur vindt dat „niet-leden van NOC-NSF” ten onrechte geen kans maken op geld en dat de toewijzing weliswaar democratisch (via een ledenraad) maar „niet transparant” gebeurt.

Naast het ministerie van VWS (grotendeels via NOC-NSF) betalen ook andere ministeries, gemeenten, provincies, private partijen en stichtingen geld aan de sportbranche. Soms gaat dat rechtstreeks naar sportbonden, soms naar verenigingen of andere fondsen. In totaal gaat er 5,7 miljard euro in de sector om, maar volgens de Sportraad is de verdeling te ondoorzichtig.

Lees ook: de topsport moet op zoek naar geld richting Parijs 2024

De raad is sowieso zeer kritisch op de manier waarop de overheid omgaat met sport. „De overheid voert geen beleid om de sportbranche te versterken op het gebied van kwaliteit, opleidingen en arbeidsmarkt”, staat in het rapport. Het leidt er onder meer toe dat onvoldoende mensen sporten – in het rapport staat dat de helft van de Nederlanders onvoldoende beweegt.

Het advies raakt aan een diepere discussie over de rol van sport in Nederland. Moet sport de gezondheid van alle Nederlanders bevorderen, of draait sport om wereldprestaties van een kleine groep elite-atleten? In het rapport wordt het zo gesteld: „Is sport een doel op zich, of een middel om andere doelen te bereiken, zoals een betere gezondheid?”

Het grootste deel van het geld dat NOC-NSF verdeelt gaat naar olympische sporten, waarbij atleten die in de wereldtop meedoen het grootste stuk van de taart krijgen. Zo werkt Nederland aan de ambitie om bij de toptien van beste sportlanden ter wereld te horen.

Mocht de financiering weggehaald worden bij NOC-NSF – zoals de Sportraad voorstelt – dan kan dat grote consequenties hebben voor de benadering van sport. Want hoe kijkt een onafhankelijke instantie naar de sportbranche? Commerciële sportaanbieders, zoals sportscholen, zouden bijvoorbeeld ineens kunnen meedingen naar overheidsgeld dat eerst naar NOC-NSF ging. Zij helpen bij het bevorderen van de volksgezondheid door sport beschikbaar te maken voor veel mensen, maar hebben met topsportambities niets te maken.

De onderzoekers voelen zelf vooral voor extra investeringen in sport voor de samenleving als geheel. Ze signaleren een „pandemie van bewegingsarmoede”, noemen Nederland „Europees kampioen zitten” en willen „inzetten op groepen met een grote beweegachterstand.”

Daarbij worden specifiek jongeren, ouderen en mensen met een laag inkomen genoemd. Zestig procent van de Nederlanders (tien miljoen mensen) zou over vijf jaar voldoende moeten bewegen, vindt de Sportraad. Nu is dat vijftig procent. Extra geld zou bijvoorbeeld moeten gaan naar sportvoorzieningen in gemeenten, want „het huidige voorzieningenniveau is niet afdoende om de hele bevolking te faciliteren.”