Recensie

Recensie Beeldende kunst

Zoektocht naar verbinding met kunst in 25 meter hoge toren

Beeldende kunst Kunstenaar Victor Sonna wil schijnbare tegenstellingen als zwart en wit, heden en verleden, Europa en Afrika overbruggen. Hij combineert in een metershoge toren 152 kunstwerken, naar het nummer op een paar handboeien.

De tentoonstelling Victor Sonna: 1525 is opgebouwd in een 25 meter hoge toren in het Van Abbemuseum.
De tentoonstelling Victor Sonna: 1525 is opgebouwd in een 25 meter hoge toren in het Van Abbemuseum. Foto Ronald Smits

Victor Sonna’s ambitieuze tentoonstelling 1525 in het Van Abbemuseum begon met een paar handboeien van een tot slaaf gemaakte. Sonna kocht ze in 2015, bij een winkeltje in New Orleans voor 200 dollar, zonder er echt een plan mee te hebben. Maar als je ze nu ziet liggen, in een vitrine in het museum, word je meteen geraakt: de boeien zijn vernederend zwaar. Alsof de ‘eigenaren’ de man of vrouw in deze ketenen nog eens nadrukkelijk wilden inwrijven dat ze hun persoonlijke macht hadden ingeleverd, dat zelfbeschikking geen optie meer was. Dat ze bezit waren, en een nummer: 152.

Toch zit er nog een tweede, bijna perverse, connotatie aan deze boeien: je kunt er ook twee mensen mee verbinden. Die associatie lees ik nergens in de uitgebreide, uitstekende catalogus, maar zelf moest ik er op de tentoonstelling steeds vaker aan denken. 1525 zit namelijk mudvol vormen van verbinding. Sonna (1977), geboren in Kameroen, werkzaam in Eindhoven, is duidelijk gefascineerd door de manier waarop je schijnbare tegenstellingen als zwart en wit, heden en verleden, Europa en Afrika kunt overbruggen. Daarom werkte hij voor 1525 ook samen met Van Abbe-curator Steven ten Thije, die hem in het Van Abbe introduceerde en ergens in de catalogus lachend de ‘peetvader van het project’ wordt genoemd.

Toren van Babel

Centraal in 1525 staat (letterlijk) een 25 meter hoge toren van stijgerpijpen (losse stukken metaal, door ‘boeien’ verbonden), een soort Toren van Babel, die de vier verdiepingen overstrekkende vide van het Van Abbe vult. In die constructie hangen talloze kunstwerken, die Sonna allemaal maakte door materialen te combineren uit verschillende culturen. Bleek en stof (2018) bijvoorbeeld, bestaat uit stukken van oude (westerse) gobelins, waar Sonna stukken Kente tussen liet naaien, traditionele veelkleurige Ghanese stof – ook liet hij delen van de oorspronkelijke gobelin-kleur verdwijnen door er een intensief bleekmiddel overheen te gieten. Voor Suiker en rubber (2018) goot Sonna epoxyhars over stukken gobelin, om er daarna allerlei objecten op te leggen, variërend van Afrikaanse sculpturen tot een schedelmeter, die in het epoxy een afdruk achterlaten. Er hangen nog meer van zulke series in de tentoonstelling, gemaakt van stof en beladen met geschiedenis, naast zes korte documentairefilms, onder andere gedraaid in de kerker van Elmina, Ghana, een slavenfort dat de Nederlanders in 1637 op de Portugezen veroverden. Ook draaide Sonna in Suriname, waar hij de boeien aan verschillende mensen laat zien en hun reacties filmt. Juist door de directe confrontatie tussen heden en verleden is dit een van de beste werken in de tentoonstelling.

Victor Sonna, 152, No. 37 – 50 ACHTERZIJDE (Bleek en stof), 2018. (gobelin-tapijten, geweven stoffen, bleek, hout). Fotografie Ronald Smits

Want dat is een beetje het probleem aan 1525. Je voelt aan alles met hoeveel inzet er aan dit project is gewerkt, er is enorm veel te kijken, maar toch komt de verbinding, waar Sonna zo hartstochtelijk naar op zoek is, te weinig tot stand. Dat komt, vrees ik, vooral doordat Sonna’s perspectief nadrukkelijk persoonlijk is: bijna alle objecten in de expositie, van de steiger tot de gobelins en de afgedrukte objecten, moeten het hebben van de symbolische lading binnen Sonna’s hoogstpersoonlijke universum. Tegelijk is dat universum nadrukkelijk gebaseerd op het pijnlijke slavernijverleden, maar daarover vertelt Sonna dan op de tentoonstelling weer zo weinig dat er voortdurend een gat blijft gapen tussen de zware geschiedenis en Sonna’s eigen verhaal. Natuurlijk kun je dat óók zien als een stimulans voor de witte toeschouwer om je extra in het slavernijverleden te verdiepen (educate yourself!), maar dat is wel een brug die je zelf moet slaan – Sonna (en Ten Thije) zijn nog net te veel bezig met hun eigen zoektocht. Niet voor niets bleef ik tijdens mijn bezoek maar terugkeren naar die handboeien – krachtig als goede kunstwerken zijn ze, zeker op deze plek.