Vriendenboekjes

Marcel van Roosmalen

Via de ‘vriendenboekjes’ van Lucie van Roosmalen (5) leer ik mijn dorpsgenoten kennen. Vriendenboekjes zijn wat vroeger poëziealbums waren. Alleen dan zonder gedichtjes. Lucie van Roosmalen neemt elke dag een of meerdere vriendenboekjes mee naar huis, waarin ouders namens hun kinderen antwoorden geven op voorgedrukte vragen die dan weer door andere ouders worden gelezen. Zo stel ik het me tenminste voor.

Lucie van Roosmalen versiert de pagina’s met stickers en tekeningen en daarna noteer ik braaf wat zij dicteert.

Best bijzonder: in Wormer geven alle ouders namens hun kinderen dezelfde antwoorden. Iedereen houdt van snoep en ze hebben allemaal een hekel aan broccoli en ruziemaken. Ik weet niet of dat iets over dit dorp zegt. Af en toe lees ik een extra zin met haat over andere groenten.

„Ze leren hier al jong dat groenten vies zijn”, zei ik laatst vergoelijkend toen Leah van Roosmalen (3) tijdens de maaltijd weer eens een bal groene drab uit haar mond liet vallen. Het is elke avond weer bijzonder om te zien hoe moeder en dochter daarna op elkaar reageren.

Terug naar Lucie van Roosmalen. Omdat al haar beste vrienden al twee keer zijn geweest, is ze toe aan de vriendenboekjes van de tweede of zelfs derde garnituur vrienden. Op de vraag ‘Wat is je leukste herinnering aan ons?’ dicteerde ze me laatst: „Ik herinner me niets. Ik weet niet wie je bent.”

Vanmorgen wees ze naar een moeder aan wie ik een vriendenboekje moest teruggeven.

„Hier”, zei ik, „mijn dochter heeft ook een hekel aan groenten.”

„Gelukkig vanavond weer schoentje zetten, hè?”, zei ze terug.

Ik moet verbaasd hebben gekeken.

„Hij heeft het toch gezegd?!”

Met ‘hij’ bedoelde ze de Sinterklaas van het Sinterklaasjournaal. Ik hoor ze op het schoolplein nooit over iets van de publieke omroep, maar dit dringt dan toch door.

„Bij het Kruidvat hebben ze lekker strooigoed”, tipte ze. „Met schuimpies. Daar eet ik bij het schoentje vullen mijn vingers bij op.”

Ik denk dat ze het letterlijk bedoelde want ik zag dat ze afgekloven nagels had.

Ik zei dat we nog met een overschot zaten, dat er in onze keuken sinds Sint-Maarten nog twee volle Vomar-tassen met snoep staan.

Ze schudde lachend het hoofd.

„Nou, dat gaat bij ons gewoon in de trommel. Afpakken en in de trommel doen, anders kun je het niet bijbenen met de tradities. Straks ook weer Kerst en alles.”

Waarom schrijven ze dát niet in die vriendenboekjes?

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.