Oranje komt laat op gang in Polen, maar is ondanks zege klaar in de Nations League

Nations League Het Nederlands elftal wint de laatste wedstrijd van 2020 van Polen met 2-1, maar mist de eindronde van de Nations League.

Memphis Depay (rechts) maakt uit een penalty de gelijkmaker voor Oranje.
Memphis Depay (rechts) maakt uit een penalty de gelijkmaker voor Oranje. Foto Kacper Pempel/Reuters

Op een dag waarop de Nederlandse voetbalwereld nog maar eens zijn wonden likte, teleurgesteld over het gebrek aan perspectief en wat er nog altijd allemaal niét kan vanwege Covid-19, kwam er een schrale troost vanuit Polen. Het Nederlands elftal won er met 2-1 in de Nations League, de tweede zege onder bondscoach Frank de Boer.

Ging het makkelijk? Zeker niet. Want Oranje stond het merendeel van de wedstrijd achter en wist grote kansen maar niet om te zetten in doelpunten. Dat Oranje er toch een slotoffensief uitperste, is mede de verdienste van de bondscoach, die alles op alles zette voor de zege. Als bondscoach gaat hij nu toch wat prettiger de winterstop in. De eerstvolgende interlands zullen rond het voorjaar plaatsvinden, richting het EK.

Watervlugge dribbelaar

Om overbelasting bij spelers te voorkomen, wijzigde De Boer zijn elftal op vier plekken ten opzichte van het duel met Bosnië. Backs Denzel Dumfries en Owen Wijndal maakten plaats voor Hans Hateboer en Patrick van Aanholt, aanvallers Luuk de Jong en Steven Berghuis voor de jongelingen Calvin Stengs en Donyell Malen, die vanaf het begin veelvuldig in het spel betrokken werden.

Iedereen moet fris naar zijn club, zei de bondscoach vooraf, wetende dat er een hoop clubcoaches zijn die dezer dagen met lichte bezorgdheid over zijn schouder meekijken. De kalender zit propvol en dwingt bondscoaches om hun keuzes aan te passen. Niet de beste elf zullen spelen, maar de elf die het best in staat zijn om negentig minuten te spelen. Wat betekent dat jonge, gretige spelers soms in bescherming moeten worden genomen.

Verwacht werd dat de beste man van Polen niet zou spelen, maar ondanks zijn botsing met bondscoach Jerzy Brzeczek stond Robert Lewandowski er gewoon aan de aftrap. Na het duel met Italië liet de topschutter van Bayern München zich laatdunkend uit over de tactische keuzes van de bondscoach, maar zijn woorden vormden geen belemmering voor een basisplaats. Beetje onhandig, vond de bondscoach, maar hij kon Lewandowski wel begrijpen. Zand erover.

Lees ook: De hand van Frank de Boer wordt zichtbaar bij fris, aanvallend Oranje

De meeste dreiging ging echter uit van Kamil Józwiak, een watervlugge dribbelaar die zo van een pleintje in Warschau leek geplukt. Zich niets aantrekkend van de hobbels in het bruin getinte gras, baande de buitenspeler van Derby County zich na vier minuten door de Oranje-defensie, om de bal vervolgens via de paal binnen te prikken.

Dat hij zover mocht komen, was niettemin een wonder. Oranje is immers al zo vaak vroeg op achterstand gekomen dat je enige waakzaamheid verwacht voor wat inmiddels de ‘traditionele vroege tegengoal’ is gaan heten. Het tegendeel bleek waar.

Gelukkig voor De Boer was dit geen voorteken op wat komen ging. Want met een intact gehouden as, werd Oranje al snel gevaarlijk. Fijne, snelle combinaties waren het, die in een tijdsbestek van zo’n vijf minuten tot drie doelpunten hadden moeten leiden van Georginio Wijnaldum, Davy Klaassen en Stengs.

Achterdeur richting Qatar

Nam niet weg dat het puike aanvallen waren. Prettig om te zien. Het oog wil immers ook wat bij een wedstrijd die op voorhand al geen thriller zou worden, wetende dat de Nations League aangekleed oefenvoetbal is, met slechts twee van de 55 deelnemende landen die via dit toernooi een plek in de play-offs voor het WK 2022 kunnen afdwingen.

Een achterdeur richting Qatar, waar doorgaans ‘kleinere’ voetballanden gebruik van hopen te maken. Nederland zal zich via het reguliere kwalificatietoernooi voor het WK willen plaatsen. Pas als die route doodloopt, zal blijken of de eindstand in poule A1 van de Nations League ertoe doet.

Nederland kon woensdag nog groepswinnaar worden, mits het van Polen won en koploper Italië punten verspeelde in Bosnië. Een scenario dat nooit reëel leek te worden. Italië kwam in Sarajevo snel op voorsprong en Nederland keek zo lang tegen een achterstand aan dat een nederlaag aanstaande leek.

Na rust leek Polen sterker, maar nam Oranje toch het initiatief over. De gelijkmaker diende zich aan en viel tien minuten voor tijd, toen Memphis Depay scoorde vanaf de stip. De Boer bracht meer aanvallers in en dat had effect. Zeven minuten voor tijd kopte Wijnaldum de winnende binnen, toch ietwat onverwacht.