Sebastiaan Kemner: „Aan modern repertoire kleeft het imago dat het hopeloos complex zou zijn.”

Foto Fleur Bijleveld

Interview

Trombonist Sebastiaan Kemner: ‘Ik wil zélf beslissen wat ik speel’

Hedendaagse muziek Hij won kort geleden de Nederlandse Muziekprijs. Volgende week lanceert trombonist Sebastiaan Kemner Lonelinoise, een online platform over de relevantie van hedendaagse muziek.

Fanfare. Conservatorium. Orkest. Ziehier de beproefde drietrapsraket voor een glansrijke koperblazerscarrière. Dat het anders kan, bewees trombonist Sebastiaan Kemner (1990). Van meet af aan bewandelde hij paden buiten de traditionele koperwereld. Bij een harmonie speelde hij nooit. Orkestambities koestert hij niet. Liever organiseert hij zijn eigen projecten met een hoofdrol voor hedendaagse muziek.

Eigenwijs, en met verve. Zoiets moet de adviescommissie van de Nederlandse Muziekprijs hebben gedacht toen zij Kemner vorige maand de hoogste staatsonderscheiding voor klassieke musici toekende. Uit het jury-rapport: „Via Kemner wordt de trombone een fontein van kleuren, maar als musicus heeft hij meer te bieden dan alleen zijn instrument. Hij ontstijgt het bespelen van zijn trombone in doordachte en spannende programma’s, met een vaak theatrale opbouw en uitstraling.” De prijsuitreiking, tijdens een concert met het Residentie Orkest, stond gepland voor aanstaande zaterdag, maar werd wegens de corona tot nader order uitgesteld.

Die grote toeters met die glimmende schuiven. En dan die warme, volle klank. Ik wist meteen, dit wil ik ook

Ontzettend jammer, beaamt Kemner begin november via Skype. Maar veel tijd om bij de pakken neer te zitten heeft hij niet. Momenteel is hij druk met de lancering van Lonelinoise, een online platform over de kracht en relevantie van hedendaagse muziek. Op 9 december wordt de eerste van drie webcasts uitgezonden op de site.

Wie vreest voor de zoveelste livestream van een concert, kan opgelucht ademhalen. „We hebben bewust gezocht naar een nieuw multidisciplinair format”, zegt Kemner, die het project opzette met hoboïst en goede vriend Vincent van Wijk. „We hebben nauw samengewerkt met video-artiesten en alle stukken zijn op passende locaties opgenomen. Daaromheen weven we achtergrondgesprekken en interviews. Laat ik het een mengeling van videoclip en muziekdocumentaire noemen.”

Warme, volle klank

Kemners wieg stond in Leiden, waar hij kind aan huis was bij het jazzorkest van zijn vader, Bill Baker’s Big Band. Niet bepaald een dorpsfanfare, zeg maar. „Eigenlijk is het daar al misgegaan”, grinnikt Kemner, om in een moeite door te vertellen hoe hij als een blok viel voor de trombonesectie. „Die grote toeters met die glimmende schuiven. En dan die warme, volle klank. Ik wist meteen, dit wil ik ook.”

Na de muziekschool en een trits jeugdorkesten volgde een studie aan het Conservatorium van Amsterdam, waar hij in 2015 cum laude afstudeerde. Ondertussen werd Kemner toegelaten tot de Herbert von Karajan Orchester-Akademie van de Berliner Philharmoniker. Blies-ie als vroege twintiger mee in een van de beroemdste orkesten ter wereld. „Een geweldige tijd, die ik nooit had willen missen. Het zijn zulke fantastische musici.”

Toch groeide gaandeweg het besef dat een orkest misschien niet zijn natuurlijke habitat is. „Het is niet dat ik me te goed voel voor een orkest. Maar ik kan het verschil niet maken als ik achter op een podium vooral rusten zit te tellen. Bovendien heb je je in een orkest blindelings naar de ideeën van een dirigent te voegen. Terwijl ik zélf mijn visie wil vormen op wat ik speel.”

Reuzenschouders

Dat het Kemner aan visie niet ontbreekt, bewees hij de afgelopen jaren in zijn solo-recitals en kamermuziekprojecten. Stuk voor stuk vielen ze op door zijn spannende en intelligente manier van programmeren, waarbij hij modern werk en klassieke traditie vanzelfsprekend in elkaars verlengde wist te plaatsen.

Het is een manier om zijn grote liefde, de hedendaagse muziek, aan de man te brengen. „Aan modern repertoire kleeft nog altijd het imago dat het hopeloos complex zou zijn. Zware kost waar het publiek totaal niet op zit te wachten. Dat lijkt me een grove onderschatting van zowel de muziek als de luisteraar. Ik vraag me liever af hoe ik die muziek zo kan overbrengen dat het publiek een waardevolle ervaring krijgt. Bijvoorbeeld door te laten horen hoe het verleden meeresoneert in die nieuwe noten. Moderne componisten deden niet ineens iets heel anders dat kant noch wal meer raakte. Ook zij schreven op de schouders van reuzen.”

Als voorbeeld noemt Kemner Sequenza V van Luciano Berio, hét naoorlogse stuk voor trombone solo. „Het lijken allemaal moeilijke noten en gekke geluiden, maar als je onder de oppervlakte duikt, stuit je op een diepe menselijkheid. Wist je dat Berio zich voor zijn Sequenza’s liet inspireren door Bachs Vioolpartita’s? Maar ik hoor ook een verwantschap met de Italiaanse operatraditie van Verdi en Puccini. Natuurlijk, de taal is anders, maar de achterliggende expressie en theatraliteit van zijn muziek is dezelfde. Dát wil ik overbrengen op mijn publiek.”

Meer dan spreekbuis

De musicus als brug tussen componist en luisteraar. Kemner schreef er een lijvige scriptie over in Oxford, waar hij de afgelopen tweeënhalf jaar de master Music Performance afrondde. Inmiddels is hij bezig aan zijn promotietraject. „Dat gaat over de vraag hoe je in modern repertoire de communicatie tussen uitvoerder en publiek kunt bevorderen. Een van mijn conclusies is dat een uitvoerder meer dan alleen de spreekbuis van de componist moet zijn. Spelen in de geest van? Uiteraard, maar het moet altijd een dialoog blijven. Een uitvoerder is namelijk óók een kunstenaar met ideeën en opvattingen. Als je slaafs die bolletjes en streepjes speelt, dan weet je zeker dat het een gortdroge aangelegenheid blijft.”

Sebastiaan Kemner - Lonelinoise. Vanaf 9 dec. Inl: lonelinoise.com

Sebastiaan Kemner

Foto Fleur Bijleveld