Greenpeace: staat moet meer eisen stellen aan KLM

Staatssteun KLM Greenpeace probeert via de rechter af te dwingen dat de staat harde klimaateisen stelt aan KLM. Woensdag diende de zaak in Den Haag.

Directeur Anna Schoemakers van Greenpeace in de rechtbank tijdens het kort geding van de milieuorganisatie tegen de staat.
Directeur Anna Schoemakers van Greenpeace in de rechtbank tijdens het kort geding van de milieuorganisatie tegen de staat. Foto Robin van Lonkhuijsen

De Nederlandse staat moet zijn burgers beschermen tegen de gevaarlijke gevolgen van klimaatverandering. Daarom is de staat verplicht om harde klimaatvoorwaarden te verbinden aan de staatssteun aan luchtvaartmaatschappij KLM.

Met die inzet voert milieuorganisatie Greenpeace een kort geding tegen de staat. Beide partijen lichtten hun standpunt woensdag toe in de rechtbank Den Haag. Coronamaatregelen beperkten het aantal aanwezigen.

Greenpeace, vertegenwoordigd door advocaten van bureau Brandeis, betwist de steun zelf niet. Doel van het geding is dat de rechter de staat dwingt om de kans op meer CO2-reductie te benutten. De staat, vertegenwoordigd door landsadvocaat Pels Rijcken, onderkent de gevaren van klimaatverandering maar ontkent dat er sprake is van een ‘rechtsplicht’ om KLM vergaande klimaateisen op te leggen. De beleidsvrijheid van de staat is in het geding.

Bij de steun voor KLM ging de aandacht tot nu toe naar de financiële eisen die minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) aan KLM stelt: een bezuiniging van 15 procent, met een langdurig loonoffer van de werknemers. De staat stelt ook eisen ten aanzien van CO2-reductie, maar daar had KLM zich voor de coronacrisis al aan verbonden. Greenpeace wil meer.

De milieuorganisatie verwees naar een recent rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving, waaruit blijkt dat de verwachte groei van de luchtvaart voorkomt dat de huidige klimaatdoelen worden gehaald. Volgens Greenpeace was KLM in 2019 verantwoordelijk voor 7 procent van de CO2-uitstoot van Nederland.

Greenpeace leunt juridisch gezien op Urgenda-arrest van de Hoge Raad

Juridisch gezien leunt Greenpeace op het Urgenda-arrest van de Hoge Raad, die eind 2019 een vonnis uit 2015 bekrachtigde. Ook in de KLM-zaak hoopt Greenpeace dat de rechter zal verwijzen naar twee artikelen uit het Europees Verdrag voor de Rechten voor de Mens (EVRM), waarin respectievelijk het recht op leven en respect voor privé- en familieleven zijn vastgelegd. Dit brengt een zorgplicht voor de staat met zich mee, en dus bescherming tegen de gevaren van klimaatverandering.

De advocaten namens de staat, onder wie iemand met ervaring in de Urgenda-zaak, verweerden zich met argumenten die niet helemaal op elkaar leken te zijn afgestemd. Zo vindt de staat een kort geding ongepast omdat de kwestie te complex is en er geen spoedeisend belang zou zijn. Het parlement heeft de steun voor KLM immers al goedgekeurd.

Enerzijds betoogde de staat dat steun voor KLM een crisismaatregel is die niets met klimaatbeleid te maken heeft. Anderzijds benadrukte de landsadvocaat dat KLM zich al heeft verbonden aan doelen voor CO2-reductie, en dat er al mondiale en Europese klimaatafspraken gelden voor de luchtvaart.

KLM, afwezig bij de zitting, kon niet toelichten hoe nadelig zwaardere klimaateisen zullen uitpakken voor het bedrijf. Greenpeace had KLM bij de procedure moeten betrekken, vindt de staat. De uitspraak is uiterlijk op 9 december, mogelijk eerder.