Opinie

Duw vaccin-twijfelaar niet in de loopgraven

Floor Rusman

Er is ook nooit eens ruimte voor onversneden euforie. Zelfs toen vorige week bleek dat er binnen tien maanden een werkend coronavaccin is ontwikkeld, stond het internet vol kanttekeningen nog voor ik mijn eerste champagne had kunnen drinken. De lage bewaartemperatuur. De onbekende langetermijngevolgen. De ontbrekende infrastructuur. En natuurlijk: de antivaxers.

Over die laatste groep maak ik me ook zorgen, en dan vooral over het type aandacht dat zij zullen ontvangen. De afgelopen maanden zagen we daar een voorproefje van: her en der verschenen stukken die ‘de antivaxers’ probeerden te duiden. Wie zijn ze? Wat vrezen ze? Wat gaan ze doen?

Het is altijd verleidelijk om mensen in twee kampen te plaatsen en ook dit soort stukken beschrijft ‘de’ antivaxers als een blok dat recht tegenover de niet-twijfelaars staat. In werkelijkheid zijn er meer groepen. Harvard-hoogleraar gezondheidscommunicatie Vish Viswanath noemde er begin oktober in The Lancet drie: overtuigde tegenstanders, fervente voorstanders, en een groep in het midden. Over de laatste zei hij: „Deze mensen proberen het juiste te doen, maar ze hebben twijfels en vragen, en ze kunnen vatbaar zijn voor antivaccinatieberichten.”

Maurice de Hond onderscheidde zondag in zijn peiling zelfs vijf groepen. Naast degenen die het nog niet weten (19 procent) zijn er de mensen die zich „zeker” of „waarschijnlijk” (34 en 19 procent) laten inenten, en zij die dat „zeker niet” of „waarschijnlijk niet” (17 en 11 procent) zullen doen. In totaal is dus de helft van de bevolking er nog niet uit.

De tweedeling tussen antivaxers en de rest is niet alleen te rigide, ze maakt ook iets permanents van posities die in ontwikkeling zijn. Ik kan me voorstellen dat minder mensen twijfelen naarmate het vaccin dichterbij komt en er meer betrouwbare informatie over is. De ‘antivaxer’ van vandaag is dus niet per se die van morgen.

De komende maanden is het van belang dat de twijfelaars, die misschien wel prima argumenten hebben, niet in een loopgraaf worden geduwd. Hierbij maakt het ook uit hoe je ze omschrijft. Zeg je dat iemand een vaccinatiescepticus is, of dat hij twijfelt over vaccinatie? In het eerste geval wordt het sceptisch zijn onderdeel van iemands identiteit – en daardoor minder veranderlijk. Een woord als ‘vaccinatiescepticus’ is bovendien onhandig omdat het zo veel kan betekenen: het kan gezonde scepsis omschrijven of een eufemisme zijn voor complotdenker.

Het is voor onderzoekers en journalisten altijd belangrijk om na te denken over welke vragen je stelt, wanneer je dat doet, en hoe je de resultaten onder woorden brengt. In een allesverlammende pandemie is dat nog nét iets belangrijker.

Floor Rusman (f.rusman@nrc.nl) schrijft elke woensdag op deze plek een column.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.