Reportage

Covid-19 en geweld Libië dwingen migrant naar Canarische eilanden

Migranten Dit jaar strandden meer dan 16.000 migranten uit West-Afrika bij de Canarische Eilanden. Veel van hen komen uit Senegal.

Twee boten met migranten kwamen dinsdag aan op Gran Canaria. De autoriteiten redden die dag 206 vluchtelingen.
Twee boten met migranten kwamen dinsdag aan op Gran Canaria. De autoriteiten redden die dag 206 vluchtelingen. Foto Quique Curbelo/EPA

Op de oceaan tussen de Canarische Eilanden en West-Afrika werden jarenlang geen boten met migranten meer gezien. De agenten van de Spaanse kustwacht Guardia Civil die sinds 2005 met schepen en helikopters voor de kust van Mauritanië patrouilleerden om de migrantenboten te stoppen, verveelden zich stierlijk, vertelden ze in 2018 nog, trots op hun succes. Smokkelaars namen vanaf dat moment liever de oostelijke route: via Mali, Niger en Libië.

Tot 2020. De Spaanse regering telde dit jaar meer dan 16.000 migranten die strandden bij de Canarische Eilanden, de grens van Europa. Dat is een stijging van meer dan duizend procent ten opzichte van het jaar ervoor. Veel van de gestranden komen uit Senegal. En velen daarvan komen uit Tambacounda, een arme regio vlakbij de grens met Mali. Wat is daar aan de hand?

Lockdown

„De routes zijn verlegd als gevolg van Covid-19 en de lockdown”, zegt journalist Allasane Diallo vanuit Tambacounda. „De grens met Mali is gesloten om verspreiding van de pandemie tegen te gaan. De migranten uit deze regio verkiezen nu allemaal de Canarische Eilanden.”


De pandemie is slechts een deel van de verklaring van de wijziging van de routes. Nadat begin maart de eerste twee besmettingen werden geconstateerd sloot de regering van Senegal op 17 maart het luchtruim en gingen ook de landsgrenzen op slot. Maar met relatief weinig besmettingen (2.503 in juli, 74 doden) gingen de grenzen op 31 juli al weer open. Toen in augustus militairen de macht grepen in buurland Mali, gooiden meerdere buurlanden, waaronder Senegal, opnieuw de grenzen dicht om de coupplegers te straffen. Eind augustus werd ook dat besluit teruggedraaid en kan er weer tussen Senegal en Mali worden gereisd.

„De migranten dragen nu maskers, en laten zich niet meer tegenhouden door de pandemie”, zegt Khouraïchi Thiam, burgemeester van het dorpje Maka Colibantan, aan de telefoon. Op 18 april verdronken 13 studenten uit zijn dorp bij een van de grootste scheepsrampen op de Middellandse Zee sinds de Tweede Wereldoorlog. Zeker 700 migranten verdronken toen de Libische vissersboot waarop ze zaten voor de kust van Italië kapseisde. Het dorp ligt in de blakerende hitte van de regio Tambacounda. De studenten namen de bekende route die vanaf Senegal, via Mali, Niger naar Libië liep.

Levensgevaarlijke route

Waarom dat niet langer gebeurt is volgens de burgemeester eenvoudig te verklaren. „Die route is levensgevaarlijk. De Europese Unie heeft de wegen geblokkeerd en wie toch in Libië terecht komt wordt gruwelijk mishandeld, tot slaaf gemaakt of naar het front gestuurd. Geen mens met gezond verstand wil nog via die route naar Europa.” Ook de regering in Marokko belemmert de oversteek met hard optreden, dat wordt gefinancierd door de Europese Unie.

Lees ook: Migranten op Gran Canaria slapen nu in toeristenbedden

De route naar de Canarische Eilanden vanuit Senegal of buurland Mauritanië is ook niet zonder gevaar. Volgens de hulporganisatie verdronken sinds half oktober zeker 480 migranten die vanuit Senegal de Canarische Eilanden probeerden te bereiken. Afgelopen vrijdag organiseerden jonge Senegalezen een onofficiële herdenking op Twitter met de tekst: „Een toekomst verdronken in de oceaan. Senegal treurt om haar jeugd.”

De routes zijn veranderd, maar de redenen voor vertrek zijn hetzelfde gebleven. Families uit Tambacounda reizen al bijna een eeuw naar oud-kolonisator Frankrijk. „Eerst werden de Senegalezen gebruikt als kanonnenvoer in de twee wereldoorlogen. Later mochten ze werken in de autofabrieken van Peugeot, Citroën en Renault. En nu willen ze ons ineens niet meer hebben”, zegt de burgemeester. De successen van de migranten die Europa wisten te bereiken zijn in zijn dorp goed te zien. Ieder stenen huis is gebouwd door een zoon die euro’s naar huis stuurde.

Het beste alternatief is volgens de burgemeester van Maka Colibantan een dienstplicht voor alle jonge Senegalese mannen, tot 32 jaar. „Dan leren ze meteen een vak en kunnen ze na de dienstplicht hun eigen bedrijf beginnen.” Of dat werkt? In een dictatuur als Eritrea werd de levenslange dienstplicht juist een van de belangrijkste redenen voor veel jonge mannen om hun land te verlaten. Senegal is een van de best functionerende democratieën in West-Afrika, waarin de machthebbers geen trek hebben in zulke draconische maatregelen. Dat weet de burgemeester ook. „Als Europa de migratie zo nodig wil stoppen moeten ze die autofabrieken hier bouwen.”