Bazen Belastingdienst leggen oorzaak Toeslagenaffaire bij Sociale Zaken

Parlementair Onderzoek Op dag drie van de openbare verhoren wijzen oud-topambtenaren van de Belastingdienst vooral naar anderen. „Wij waren niet eigenaar van de wet.”

Oud-directeur Toeslagen Gerard Blankestijn tijdens de derde dag van de hoorzittingen over de Toeslagenaffaire.
Oud-directeur Toeslagen Gerard Blankestijn tijdens de derde dag van de hoorzittingen over de Toeslagenaffaire. Foto Remko de Waal/ANP

De voormalige hoogste bazen van het toeslagenbeleid bij de Belastingdienst erkennen dat de aanpak van fraude en misbruik te hard is geweest, maar verwijzen voor de oorzaak daarvan naar een ander departement. Het ministerie van Sociale Zaken was immers verantwoordelijk voor de betrokken wetgeving. En dat ministerie was in hun ogen niet bereid om de handhavingsregels te verzachten.

Dat bleek op de derde dag van de openbare verhoren door het Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag, die onderzoek doet naar de Toeslagenaffaire.

Zowel voormalig directeur-generaal Peter Veld (2010-2015) als oud-directeur Toeslagen Gerard Blankestijn (2011-2018) verklaarden onder ede dat zij in de jaren 2012-2013 toenmalig staatssecretaris Frans Weekers (VVD) wel hebben gewaarschuwd voor de onevenredige zware financiële consequenties voor ouders die niet volledig voldeden aan de voorwaarden voor het krijgen van kinderopvangtoeslag, maar dat Sociale Zaken dat beleid niet wilde veranderen. Bijvoorbeeld ouders die, in sommige gevallen op aanraden van hun gastouderbureau, geen eigen bijdrage van een paar honderd euro hadden betaald, moesten vervolgens de totale toeslag van enkele duizenden euro’s over het gehele jaar terugbetalen.

Voormalig directeur-generaal Veld zei: „Ik heb m’n verbazing erover uitgesproken dat de wet zo rigide in elkaar zit.” Volgens hem was staatssecretaris Weekers het met hem eens. Blankestijn, de toenmalige hoogste baas van de directie Toeslagen verklaarde: „Wij hebben aan Sociale Zaken gevraagd of het anders kon – zij waren eigenaar van de wet. De uitkomst was dat het niet anders kon.”

Dat een Kamerbreed gesteunde motie, al uit 2010, om individuele ouders niet te laten opdraaien voor fraude bij hun gastouderbureaus niet werd opgevolgd, lag volgens de top van de Belastingdienst ook aan Sociale Zaken. „Het was aan minister Kamp om politiek antwoord te geven op die motie”, zei Peter Veld. VVD’er Henk Kamp was minister van Sociale Zaken in het eerste kabinet-Rutte (2010-2012).

‘Druk was mega’

Dat tijdens het tweede kabinet-Rutte (2012-2017) de fraudebestrijding rond toeslagen aanvankelijk alleen maar werd verscherpt lag ook al niet aan Financiën of aan de Belastingdienst. „De druk vanuit de media en politiek was mega”, zei Blankestijn in zijn verhoor. Toenmalig staatssecretaris Weekers had in 2013 veel kritiek gekregen op de zogeheten ‘Bulgarenfraude’, waarbij Bulgaarse bendes op grote schaal middels valse adressen huur- en zorgtoeslagen hadden opgestreken. Weekers was hierover ook hard uitgevaren naar zijn ambtenaren op de afdeling Toeslagen. Blankestijn: „Dat waren stevige gesprekken. Wij waren het domme onderdeel van de dienst die dit had laten gebeuren.”

De verhoren met Veld en Blankestijn, die anderhalf uur langer in beslag namen dan gepland, verliepen bij vlagen ongemakkelijk. De ondervragende Kamerleden, onder meer Attje Kuiken (PvdA) en Renske Leijten (SP) lieten meermaals hun irritatie blijken als de antwoorden van de twee oud-topambtenaren in hun ogen niet volledig of afhoudend waren. Ze zeiden vaak bepaalde documenten of gespreksverslagen niet te herkennen of te herinneren. „U verwijst naar Sociale Zaken”, voegde Leijten Blankestijn toe, „Dat is toch hypocriet!?”

Lees ook het profiel Blankestijn: De 'kwade genius' achter Toeslagenaffaire moet zich voor het eerst verantwoorden

Blankestijn, die voor veel van de gedupeerde ouders de verpersoonlijking is van de harde fraudeaanpak door de Belastingdienst, stak aan het begin en aan het eind van zijn verhoor toch ook de hand in eigen boezem. Door de leidende rol van Sociale Zaken had hij weliswaar steeds een gevoel van „onmacht” gevoeld, toch had hij meer kunnen doen, vond hij zelf. „Na een heel aantal pogingen heb ik mij er in 2015 bij neergelegd dat het beleidsdepartement [het ministerie van Sociale Zaken] niet iets ging doen aan de hardheid van de wetgeving. Dat had ik niet moeten doen.”

Deze donderdag zullen drie (voormalige) topambtenaren van Sociale Zaken voor de ondervragingscommissie verschijnen.