50 km/u moet 30km/u worden, maar nog veel drempels op de weg

Verkeersveiligheid De standaardsnelheid in de bebouwde kom moet omlaag naar 30 kilometer per uur. Maar daar moet nog veel voor gebeuren.

De Tweede Kamer wil dat de standaardsnelheid binnen de bebouwde kom 30 kilometer per uur wordt.
De Tweede Kamer wil dat de standaardsnelheid binnen de bebouwde kom 30 kilometer per uur wordt. Foto Melissa Fenijn

„Onwaarschijnlijk veel reacties” heeft Tweede Kamerlid Suzanne Kröger (GroenLinks) gekregen op haar motie, samen met SGP’er Chris Stoffer, om in de bebouwde kom een maximumsnelheid van dertig kilometer per uur te hanteren als „leidend principe” - in plaats van vijftig. De motie werd onlangs aangenomen. Kröger: „Vanuit landen als Canada en Letland krijg ik te horen hoe bijzonder dit is: dat niet het uitgangspunt is dat je met een auto zo snel mogelijk van a naar b komt, maar de veiligheid van fietsers en voetgangers.”

Het plan kon aanvankelijk op weinig enthousiasme rekenen bij minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur, VVD). Zij herinnerde de Kamer er in een debat aan dat gemeenten vrij zijn de limiet zelf te verlagen, en dat op een meerderheid van gemeentelijke wegen nu ook al niet harder dan dertig kilometer mag worden gereden. Toch heeft ze dinsdag toegezegd de motie uit te voeren. „Uiterlijk in de zomer” van 2021 ligt er een plan met een ‘afwegingskader’ waarmee gemeenten kunnen bepalen welke doorgaande wegen mogen afwijken van de dertig kilometer per uur.

Sinds 1957 mogen automobilisten binnen de bebouwde kom niet harder rijden dan vijftig. Dat daar nu dertig van wordt gemaakt, lijkt sympathiek. Maar of de veiligheid daadwerkelijk wordt vergroot, moet nog worden afgewacht. Onderzoekers van het Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV), noemden het vorig jaar in een rapport zelfs „nu niet wenselijk en haalbaar om de algemene limiet binnen de bebouwde kom te verlagen naar 30 kilometer per uur”. Onderzoeker Atze Dijkstra: „Die conclusie was een reactie op het gevoel van groeperingen in de samenleving dat als we nu maar de limiet omdraaien en de verkeersborden vervangen, het ineens allemaal goed zal komen. Dat is niet zo.”

Minder doden en gewonden

Onderzoek van de SWOV wijst uit dat als de helft van de wegen waar nu vijftig wordt gereden de snelheid teruggaat naar dertig, het aantal doden en gewonden binnen de bebouwde kom „substantieel” zal dalen, namelijk tussen 22 procent en 31 procent. „Het doel moet zijn dat geen fietser de rijbaan hoeft te delen met verkeer dat 50 rijdt”, stelt SWOV-directeur Peter van der Knaap. „Het omdraaien van de norm kan helpen af te komen van wegen die nu nog onveilig zijn.”

Maar dan moet er nog wel héél veel gebeuren. In de eerste plaats moet bepaald worden op welke wegen de limiet van vijftig of zeventig moeten blijven gehandhaafd, om de doorstroming te garanderen. Dijkstra: „Als gemeenten overal een limiet van 30 zouden hanteren, gaan automobilisten weer korte routes kiezen, bijvoorbeeld over straten die als verblijfsgebied gelden, woonstraten met spelende kinderen.” Om die reden denkt de SWOV dat op niet meer dan de helft van alle huidige vijftigkilometerwegen de limiet kan worden verlaagd.

Wegen herinrichten

Verder moeten veel gemeentelijke wegen opnieuw worden ingericht; de automobilist moet verleid worden niet harder dan dertig te gaan rijden, door wegdek en belijning, drempels en versmalling van de rijbaan. Als deze herinrichting ontbreekt, weigert de politie doorgaans ook de maximumsnelheid te handhaven.

Lees ook: Iets minder verkeersdoden in 2019, wel toename onder twintigers en dertigers

Deze herinrichting kost geld en tijd. Op wegen waar nog vijftig kilometer mag worden gereden, moeten bovendien langzaam en gemotoriseerd verkeer van elkaar worden gescheiden met vrijliggende fietspaden. Ook verkeerslichten moeten worden aangepast. Ook dit kost geld en tijd.

Verkeer in de stad is „een lastige puzzel”, zegt de Haagse wethouder Robert van Asten (D66). „De tijd dat we alles met de auto deden, ligt gelukkig achter ons. De auto heeft al een flinke stap teruggezet, zodat het veiliger op straat is geworden. Maar nog steeds zijn veel straten op gemotoriseerd verkeer ingericht, de rest van het verkeer hangt er een beetje bij.” Van Asten is blij als de standaard dertig kilometer wordt, zegt hij. „Maar je zult wel meer moeten doen dan alleen maar een bord vervangen; als je een brede asfaltweg niet verandert in een smallere straat met klinkers en drempels, zul je altijd mensen hebben die toch harder rijden.”

Vrije fietspaden en rotondes

Bij sommige wegen in Den Haag zijn inmiddels vrije fietspaden en rotondes aangelegd om vijftig kilometer per uur veilig te kunnen blijven rijden. Een „interessant” voorbeeld is volgens de wethouder de Theresiastraat in de wijk Bezuidenhout, een drukke doorgaande straat waar vijftig de limiet is, met veel autoverkeer, bussen, en fietsers, winkels en parkeerplaatsen, maar ook woningen en rustige straten die er op uitkomen. Niets lijkt méér voor de hand te liggen dan om hier, zoals binnenkort ook gaat gebeuren, de snelheid naar dertig te verlagen.

Van Asten: „Maar hoe hou je die straat geschikt voor hulpdiensten? En voor bussen?” Er komen nu verhoogde plateaus. „Die plateaus kunnen een bus of een ambulance nog wel hebben, terwijl je er voor de gewone automobilist net de snelheid uit haalt en het signaal afgeeft: dit is geen doorgaande route.” De werkzaamheden worden gecombineerd met het vervangen van het riool, dat scheelt in de kosten. Onlangs heeft de gemeente veertig miljoen euro extra uitgetrokken om de veiligheid van fietsers te vergroten.

Ook Veilig Verkeer Nederland is tevreden over de wijziging van de norm. „Een snelheidsverlaging geeft minder slachtoffers”, stelt een woordvoerder. Ook deze organisatie hamert op het belang van een „juiste inrichting” van straten, zodat de politie op de snelheid kan handhaven.

Maar: „Het mooiste is natuurlijk wanneer automobilisten de intrinsieke motivatie hebben om zich aan de voorgeschreven snelheid te houden.”