Waarom was de grond van de boer ineens meer waard?

Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Ditmaal: fiscaal recht.

Back4
Back4

De boer koopt in 2009 een flinke lap grond. Op die grond, ondergebracht in de vennootschap, staan robinia’s, die dat en het volgende jaar worden gerooid. Daarna wordt onder andere klaver en gras ingezaaid, omdat het een paar jaar duurt voor alle boomwortels zijn weggerot en er landbouwgewassen als aardappelen, mais en bieten kunnen staan. In 2012 wordt de grond binnen de vennootschap geherwaardeerd: de waarde blijkt flink gestegen.

Dan krijgt de boer het met de fiscus aan de stok over de boekwinst die is gerealiseerd door de herwaardering van de grond en de landbouwvrijstelling. Is die waardeverandering het gevolg van een ander gebruik van de grond, een ‘sfeerovergang’? Nee, zegt de boer. Hij kocht landbouwgrond en is de grond ook zo blijven gebruiken. Er stonden wel bomen, maar van bosexploitatie – zoals de fiscus beweert – was geen sprake.

Een perceel met bomen voor houtproductie kan niet anders aangemerkt worden dan als bosgrond, vindt de rechtbank

De rechtbank van Noord-Nederland gaat echter mee in het betoog van de Belastingdienst. De rechter ziet de werkzaamheden van de boer als „concrete aanwijzing” dat de aangekochte grond geschikt gemaakt moest worden voor gebruik als landbouwgrond. Bovendien, een perceel met bomen bedoeld voor houtproductie kan niet anders aangemerkt worden dan als bosgrond.

Van te oogsten (landbouw)gewassen was dus geen sprake. De winst van de boer door de herwaardering van de grond valt niet onder de landbouwvrijstelling, omdat die waardestijging niet is toe te rekenen aan de ontwikkeling van het landbouwbedrijf, maar aan een sfeerovergang.