Schaamte maakt de wereld een fijnere plek

Ellen Deckwitz

Zaterdag liep ik met de neef (14) een rondje door de buurt en opeens hoorden we uit de buurtkapsalon een lawaai van jewelste komen. De neef stoof er meteen op af (zodra die ergens chaos ruikt, is hij niet meer te houden, gevoelig als hij is voor de middelpuntvliedende kracht van de wanorde). Ik rende erachteraan, deels omdat ik zijn peetmoeder ben en hem dus altijd heelhuids thuis moet afleveren, maar ook uit bezorgdheid. Er werd zeer hard geschreeuwd en in een kapsalon zijn er nogal wat voorwerpen aanwezig die voor fikse steek- en brandwonden kunnen zorgen. Net toen ik de neef bij de kladden had, zwaaide de deur open en stormde er een oudere mevrouw naar buiten, mondkapje bungelend aan één oor, de kappersmantel nog steeds om.

„Dit is geen mahonie!!” riep ze, en inderdaad, haar kapsel was in het beste geval fluorescerend zalmroze. De kapper liep erachteraan, diverse verontschuldigingen stotterend waar de vrouw niets van wilde weten.

„Ik zie er niet uit! Ik schaam me dood!” jankte ze en trok wanhopig de mantel los.

„Jij rotzak!” riep ze ten slotte, en beende weg. Ik dirigeerde de neef, die alles met grote ogen in zich opnam, van de plek des onheils vandaan. Zijn wangen gloeiden van opwinding, het leken wel inductieplaten, pas na vier straten had hij weer een beetje zijn eigen kleur. Peinzend keek hij voor zich uit.

„Ik vind het zielig voor haar”, zei hij ten slotte, „maar ze schaamt zich ten onrechte.”

„Ja, het was best een hippe kleur, paste ook goed bij haar teint.”

‘Dat bedoel ik niet”, zei hij ongeduldig. „Ik bedoel dat mensen zich te veel schamen voor de verkeerde dingen, en te weinig voor de goede.”

„Hoezo?”

„Nou, als ik zo rondkijk op social media maar ook op school, worden we de hele tijd maar aangemoedigd om ons niet te schamen voor ons gewicht, onze lengte, ons haar, zo van joepie body positivity. Men roept maar dat je je niet moet schamen voor je uiterlijk, maar tegelijkertijd zegt niemand waar je je dan wél voor moet schamen.”

„Is schaamte dan ergens goed voor?”

„Jazeker! Je kan er een leuker persoon van worden! Die mevrouw had zich er bijvoorbeeld beter voor kunnen schamen dat ze die arme kapper uitschold, in plaats van zo te jammeren om haar haar.”

„Hm”, zei ik, „dus we zouden moeten leren om de focus van ons uiterlijk naar ons gedrag te verplaatsen.”

„Precies!” zei hij, „actief schamen voor je daden, jezelf vervolgens verbeteren en zo de wereld een fijnere plek maken.”

„Dan heb je nog eens wat aan gêne.”

„Dan”, zei hij plechtig, „wordt schaamte eindelijk iets om trots op te zijn.”

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.