Trump kan in Iran en elders geen rare bokkesprongen maken

Buitenlandse interventies Donald Trump zag af van een plan kerninstallaties in Iran aan te vallen. Militairen noch diplomaten volgen de president blindelings.

Een man in Teheran leest drie dagen na de Amerikaanse verkiezingen de krant Sobhe Nou met een cartoon van Trump en de tekst 'Loop naar de hel, gokker’.
Een man in Teheran leest drie dagen na de Amerikaanse verkiezingen de krant Sobhe Nou met een cartoon van Trump en de tekst 'Loop naar de hel, gokker’. Foto Abedin Taherkenareh /EPA

Bij eerdere gelegenheden schrok president Trump er uiteindelijk steeds voor terug het door hem verketterde Iran aan te vallen uit vrees voor een oorlog die makkelijk uit de hand kon lopen. Maar de gedachte daaraan laat hem ook na zijn verlies bij de verkiezingen niet los.

Op een vergadering afgelopen donderdag in het Oval Office polste Trump bij zijn adviseurs of een aanval op Irans nucleaire faciliteiten nog tot de opties behoorde, meldde The New York Times maandag. Trumps vraag was ingegeven door het bericht vorige week dat Iran nu volgens het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) twaalf keer zoveel laag verrijkt uranium bezit als was toegestaan op grond van het nucleaire akkoord, waaruit de Verenigde Staten zich in 2018 terugtrokken. Ook heeft Iran nu veel meer ondergrondse centrifuges.

De adviseurs, bestaande uit de zeer op Iran gebeten minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo, vicepresident Mike Pence, tijdelijk minister van Defensie Christopher Miller en Mark Milley, voorzitter van de chefs van staven, wisten Trump hiervan echter te weerhouden omdat zo'n conflict makkelijk uit de hand loopt.

Met een grote aanval op Iran, waarvoor sommigen ook aan het eind van Trumps presidentschap nog vrezen, zou hij ook zijn belofte breken de VS juist los te weken uit langdurige conflicten in het Midden-Oosten. Een daarvan is de Afghaanse oorlog en juist over de Amerikaanse troepen in Afghanistan ontstond de laatste dagen nieuwe onzekerheid. Trump verklaarde eerder alle Amerikaanse militairen uit Afghanistan te willen hebben rond kerstmis. Zijn Nationale Veiligheidsadviseur Robert O’Brien, sprak echter van 2.500 man die zouden achterblijven (tegen zo’n 4.500 nu). Militaire leiders en Congresleden, ook de Republikeinse leider Mitch McConnell, waarschuwden echter tegen overhaaste besluiten.

Dat Trump zoiets wenst, hoeft nog allerminst te betekenen dat het zo ver komt. Vorige week onthulde Trumps Syrië-gezant, James Jeffrey, dat het vertrek van de Amerikaanse troepen uit het noordoosten van Syrië dat Trump in oktober 2019 gelastte, systematisch was tegengewerkt door ambtenaren en militairen. „Welke terugtrekking? Er was nooit een terugtrekking”, zei Jeffrey tegen Defense One, een website over militair beleid. In plaats van de circa tweehonderd militairen die er volgens Trump achterbleven, was dat in werkelijkheid zo’n achthonderd man. Volgens de militairen en diplomaten was het onverantwoord slechts tweehonderd militairen in Syrië achter te laten.

Intussen gaf de hoogste militair, Mark Milley, op subtiele wijze aan dat het leger niet zomaar aan elke gril van Trump zou toegeven, al is die formeel de opperbevelhebber. „We zijn uniek onder militairen. Wij leggen geen eed af aan een koning of koningin, een tiran of een dictator. Wij leggen geen eed af aan een individu”, zei hij bij de opening van een legermuseum. „Wij leggen een eed af op de grondwet.” Dat betekent dat de krijgsmacht zich niet zomaar laat commanderen door een president met wilde plannen.