Recensie

Recensie Film

‘Soldaat van Oranje’: weg was de mythe van het verzet

Boekrecensie Het boek ‘Op zoek naar Soldaat van Oranje’ is een onderhoudende terugblik op het turbulente maakproces van de klassieke oorlogsfilm.

Voor Soldaat van Oranje Erik (Rutger Hauer) is de oorlog vooral een avontuur: „Beetje oorlog, best spannend.”
Voor Soldaat van Oranje Erik (Rutger Hauer) is de oorlog vooral een avontuur: „Beetje oorlog, best spannend.” Foto ANP

Een miljoen mensen bezitten het boek, anderhalf miljoen zagen de film en meer dan drie miljoen bezochten het theater. Het gaat hier natuurlijk om Erik Hazelhoff Roelfzema’s in 1970 gepubliceerde oorlogsmemoires Soldaat van Oranje, en de beroemde bewerkingen ervan: Paul Verhoevens film uit 1977 en de inmiddels al tien jaar lopende musical.

Na talloze mislukte pogingen wist de Leidse rechtenstudent Hazelhoff Roelfzema (1917-2007) in de oorlog uiteindelijk naar Engeland te vluchten, waar hij koningin Wilhelmina en haar staf ontmoette. Hij was onderdeel van operatie Contact Holland, die probeerde informatie uit te wisselen tussen het Nederlandse verzet en het kabinet in ballingschap. Daarna werd hij piloot bij de RAF, om aan het eind van de oorlog naar Nederland terug te keren als Wilhelmina’s adjudant.

Begin december verschijnt het onderhoudende boek Op zoek naar Soldaat van Oranje – De geschiedenis van de Nederlandse filmklassieker van scenarist Bart Juttmann. Voor zijn terugblik op het turbulente maakproces van de klassieke oorlogsfilm sprak Juttmann met vrijwel alle nog levende betrokkenen, van regisseur Paul Verhoeven en scenarist Gerard Soeteman tot de Duitse cameraman Jost Vacano. Daarnaast besteedt Juttmann veel aandacht aan het leven van Engelandvaarder Hazelhoff Roelfzema, een wat controversiële figuur die – terecht of onterecht – hét symbool werd van de koene Nederlandse verzetsstrijder.

In 1977 was het door Rob Houwer geproduceerde Soldaat van Oranje de duurste Nederlandse film ooit. Kosten noch moeite werden gespaard om een overtuigend beeld van de oorlogsjaren te schetsen. De film van ruim tweeënhalf uur kreeg een koninklijke première in Tuschinski in Amsterdam. Hij werd niet het eclatante succes waarop Houwer hoopte, maar betekende wel de doorbraak van Verhoeven in het buitenland.

Volgens Verhoeven – in een ander boek – kreeg de film vrij negatieve kritieken doordat de tijdgeest plotseling omsloeg door de Lockheedaffaire waarin Prins Bernhard verwikkeld was. Die affaire begon tijdens de voorbereiding van de film, net nadat producent Houwer de prins had weten te strikken om op te treden als beschermheer. Verhoeven: „De stemming in het land over de Oranjes was dermate omgeslagen dat onze film in de kritieken tóch door het Lockheedschandaal beschadigd was.”

Soldaat van Oranje is een sleutelfilm als het gaat om de ontmanteling van de mythe van het verzet, het idee dat talloze Nederlanders in het verzet zaten en dat goed en fout in de oorlog feilloos van elkaar gescheiden waren. Verhoevens film laat zien dat heldendom puur toeval is, zet kritische kanttekeningen bij het goed-foutschema en toont bovendien dat veel verzetshandelingen van de Engelandvaarders futiel waren. In Juttmanns boek zegt Verhoeven dit over hun verdiensten: „Al die overtochten uit Engeland zijn mislukt. Mensen zijn doodgeschoten. Er is nooit iets uit voortgekomen wat de moeite waard was.”

Soldaat van Oranje voert een groepje vrienden op, studenten aan de Universiteit van Leiden, die elk op hun eigen manier reageren op het uitbreken van de oorlog. Erik en Guus worden Engelandvaarders, Alex – die een Duitse moeder heeft – gaat bij de Waffen SS en de joodse Jan wordt opgepakt, gemarteld en gefusilleerd. Robbie ontpopt zich noodgedwongen tot verrader, Nico is de stille, effectieve verzetsman en Jacques blijft de hele oorlog afzijdig, hij maakt gewoon zijn studie af („Ik heb clandestien tentamen gedaan, linke soep hoor”). Sommigen worden gedreven door idealen, sommigen door opportunisme en voor Erik (Rutger Hauer) is het vooral een avontuur: „Beetje oorlog, best spannend.” Soldaat van Oranje laat daarnaast zien dat het Duitse fascisme in Nederland goed kon aarden dankzij onder de oppervlakte aanwezige antisemitische sentimenten. We zien vrouwen met Duitse soldaten flirten en hen uitgelaten met bloemen verwelkomen. Ook de brute ontgroeningstaferelen waarmee de film opent hebben iets fascistisch.

De joodse Esther wordt aan het eind als moffenhoer kaalgeschoren. „Cadeautje van onze bevrijde landgenoten”, zegt ze tegen Erik, om er even later aan toe te voegen: „Ik heb het overleefd, jij ook, alleen jij bent een held.” Wel een held die direct of indirect verantwoordelijk is voor de dood van twee van zijn studievrienden.

De knulligheid van het verzet en de relativiteit van heldendom werden een jaar na Soldaat van Oranje nog eens bekrachtigd door Pastorale 1943 van Wim Verstappen, naar Vestdijks roman. Daarna werd het goed-foutschema in het denken over de Tweede Wereldoorlog decennialang ingeruild voor grijstinten. Des te opmerkelijker is het dat de musicalversie van Soldaat van Oranje die kritische houding inwisselt voor ouderwetse heroïek („Als we niets doen / wie doet het dan / we zien toch dat dit niet kan”). Precies het soort heldenverhaal dat Esther leest in Verhoevens film terwijl zij op Erik wacht. Als hij bij thuiskomst vraagt of het boek spannend is, antwoordt zij ironisch „mwah, jongensboek hè”. De licht subversieve humor uit de film, zoals Wilhelmina’s terzijde aan Erik „Had u niet per ongeluk een bommetje op dat paleis [Noordeinde, red.] kunnen laten vallen?”, maakt in de musical plaats voor vlagvertoon.

Lees ook het opinieartikel van Frank van Vree over ‘Bankier van het verzet’: Verzet van bordkarton

Door de Lockheedaffaire veranderde destijds de tijdgeest, nu lijkt dat opnieuw het geval te zijn. Grijs is uit, zwart-witdenken is terug. Zoals Frank van Vree, directeur van het Niod, het in deze krant in 2018 treffend verwoordde naar aanleiding van oorlogsfilm Bankier van het verzet: „Mij lijkt dat de film een diep gekoesterd, nostalgisch verlangen naar morele ondubbelzinnigheid uitdrukt, in een samenleving die wordt verscheurd door permanente twisten over alles en iedereen, en waarin discussies over ethische en politieke kwesties keer op keer ontaarden in stromen van verbaal azijn.”