Kritiek op artikel Toeslagenaffaire van De Correspondent

Toeslagenaffaire Jesse Frederik schreef over de Toeslagenaffaire en „de schadelijke dynamiek tussen politiek en media”. De journalisten tegen wie hij zich keert slaan terug.

Advocaat Eva González Pérez maandag in het parlementair onderzoek naar de Toeslagenaffaire.
Advocaat Eva González Pérez maandag in het parlementair onderzoek naar de Toeslagenaffaire. ANP

Journalisten die andere journalisten de maat nemen: dat kan hoog oplopen. In zijn artikel in De Correspondent ziet journalist Jesse Frederik de pers als een van de aanstichters van de Toeslagenaffaire. Twee journalisten die hij aanpakt, Pieter Klein (RTL Nieuws) en Siebe Sietsma (Nieuwsuur), slaan terug.

De longread ‘Tienduizenden gedupeerden, maar geen daders: zo ontstond de tragedie achter de toeslagenaffaire’ is een voorpublicatie van Frederiks boek dat later dit jaar verschijnt. Hierin wil hij „de schadelijke dynamiek tussen politiek en media” blootleggen. Naar aanleiding van het parlementair onderzoek naar de Toeslagenaffaire, dat maandag begon, betoogt Frederik dat de berichtgeving over de Bulgarenfraude in 2013 ertoe heeft geleid dat de politiek onbarmhartige wetten invoerde en dat hierdoor onschuldige ouders onterecht tienduizenden euro’s aan kinderopvangtoeslag moesten terugbetalen.

Lees ook: De ‘kwade genius’ achter Toeslagenaffaire moet zich voor het eerst verantwoorden

Frederik schetst een onflatteus beeld van journalisten die achter relletjes aanrennen en zo het grotere verhaal erachter missen. Hij beschrijft hen als een ‘kolkende menigte’ die uit is op ‘spektakel’. Journalisten zouden beter moeten nadenken over de gevolgen van hun werk: „Een journalist hoeft geen reportages te maken waarin fraude-incidenten tot nationale kwesties worden gebombardeerd.”

Twee van de journalisten tegen wie Frederik zich keert, Pieter Klein (RTL Nieuws) en Jan Kleinnijenhuis (Trouw) zijn in 2019 uitgeroepen tot Journalist van het Jaar voor de onthullingen over de Toeslagenaffaire. Klein slaat nu terug met een repliek van achtduizend woorden. Frederiks boek, zo schrijft hij, staat vol feitelijke onjuistheden.

Klein stelt dat Frederiks lijn van oorzaak en gevolg niet klopt: misstanden met gedupeerde ouders waren er al voor de Bulgarenfraude. En ook: „Aanscherping van toezicht en controle speelde al jaren daarvoor”. Siebe Sietsma, die de Bulgarenfraude voor RTL Nieuws onthulde, zegt tegen NRC: „Ik betwijfel of publicaties over de Bulgarenfraude er de oorzaak van zijn dat ouders zijn gemangeld. Dat heb ik ook tegen Frederik gezegd. Maar hij doet in het artikel alsof ik met zijn visie instem.”

Klein en Sietsma richten zich tegen Frederiks aanname dat er ‘geen daders’ zijn omdat iedereen gewoon zijn werk zou hebben gedaan. Ze wijzen erop dat belastingambtenaren de wet overtraden; onder meer door ouders etnisch te profileren. Over dat wangedrag – de crux van het huidige parlementair onderzoek – meldt Frederiks in zijn voorpublicatie niets. In zijn verhaal zijn belastingambtenaren juist de welwillenden die de gevolgen van de harde wetten wilden verzachten.

Frederik stelt dat de Bulgarenfraude weinig voorstelde en disproportioneel veel aandacht kreeg. Sietsma: „Hij maakt een karikatuur van onze berichtgeving. Alsof we die fraude enorm hebben opgeblazen. Het was geen incident, het was structurele, grootschalige systeemfraude van een georganiseerde bende. Het gaat erom dat we de kwetsbaarheid van het systeem blootlegden”.

Vertekend wereldbeeld

Frederiks artikel past bij de boodschap van De Correspondent. Nieuws is „een ziekmakende drug” stelt hoofdredacteur Rob Wijnberg. Journalisten zouden bezig zijn met de waan van de dag, en zouden zo een vertekend wereldbeeld weergeven: „Nieuws maakt ons bang voor de verkeerde dingen.”

Frederik vindt dat journalisten zich meer rekenschap moeten geven van de gevolgen van hun verslaggeving. Maar volgens de traditionele journalistieke normen houdt de verslaggever zich juist niet vooraf bezig met de mogelijke gevolgen van zijn werk, omdat hij geen buitenjournalistieke doelen in overweging moet nemen. Sietsma: „Die gevolgen zijn grillig en onvoorspelbaar. Daar kan ik me niet mee bezighouden. Ik heb correct en proportioneel bericht.”

Frederik wil desgevraagd niet ingaan op de bezwaren, maar hij appt dat hij deze wil verwerken in zijn boek Zo hadden we het niet bedoeld. Verder wil hij het erbij laten: „Ik ga ervan uit dat de inhoud van het reeds gepubliceerde artikel en het nog te verschijnen boek voor zich zullen spreken.”