Recensie

Recensie

Elke stap die Obama wilde zetten werd belemmerd

Politieke memoires In ‘Een beloofd land’ keert Obama telkens terug tot zijn worsteling tussen ideaal en werkelijkheid. Dat geeft het boek bij alle uitweidingen toch een samengebalde kracht.

Foto Chandan Khanna/AFP

Zijn vrouw deed er twee jaar en 430 bladzijden korter over. En dan komt Barack Obama met zijn dinsdag verschenen A Promised Land alleen nog maar aan de eerste termijn van zijn presidentschap toe. Het tweede deel volgt.

Bij het ondergaan van zoveel details, die zich ook nog eens in de recente geschiedenis, meestal voor het oog van de hele wereld hebben afgespeeld, bekruipt de lezer af en toe het gevoel: is dit werkelijk geschreven door de man die als druistige jonge politicus tijdens een eindeloze monoloog van Senator Joe Biden in wanhoop een briefje naar zijn medewerker schoof met: ‘Shoot. Me. Now.’ erop?

Gelukkig is zelfspot een van Obama’s deugden, en noteert hij droogjes: ,,Het schrijfproces is niet helemaal gegaan zoals ik had gepland.” Maar hij heeft zichzelf een grotere opdracht gegeven dan het schrijven van memoires. In zijn voorwoord zegt hij te willen schrijven over de grote krachtmeting die op dit moment woedt rond de Amerikaanse democratie. Hij vat die samen in de vraag: ,,Maakt het ons uit of de Amerikaanse werkelijkheid overeenkomt met haar idealen?”

Het lijdt geen twijfel welk antwoord de Amerikaanse burger Barack Obama zelf zou geven. Maar de Amerikaanse president Obama worstelt tijdens zijn ambtstermijn voortdurend met ideaal en werkelijkheid. Steeds keert hij terug tot die kernvraag en dat geeft het boek bij alle uitweidingen toch een samengebalde kracht. Het zorgt ook voor werkelijke inkijkjes in het gemoed van een overigens tamelijk koele en afstandelijke schrijver – ondanks warme passages over familiegeluk met vrouw, dochters en hond.

Hooggestemde idealen

Zo schrijft hij dat hij als president een bezoek brengt aan Praag en terugdenkt aan de jonge man die in 1989 voor de tv zat te kijken naar de Fluwelen Revolutie van Václav Havel en naar de demonstranten op het Tiananmenplein in Beijing. Die nachten schreef hij liever zijn dagboek vol met aanstormende gedachten over de wereld dan dat hij studeerde voor zijn rechtententamen. In 2009 keek hij vanaf de achterbank van de limousine naar de menigte die zich bij de Praagse burcht had verzameld om naar de Amerikaanse president te luisteren. En toen ,,zag ik mezelf weer zo, niet als de politicus die ik was geworden, maar als een van die jonge mensen in de menigte, onaangetast door macht”.

Mensen die sceptisch zijn gebleven over de hooggestemde idealen van Obama zullen bij zulke passages met hun ogen rollen, maar het is een sleutel tot het begrip van deze begaafde redenaar die de eerste Afrikaans-Amerikaanse president werd, maar nooit helemaal kon of wilde wennen aan het vuil dat ,,de wereld zoals die is” nu eenmaal aan de handen van politici smeert. Hij kan heerlijk losjes schrijven dat hij zich de Turkse president Erdogan voorstelt te midden van de gemeenteraadsleden van Chicago, even machtsbelust en onscrupuleus. Maar honderden bladzijden verderop moet hij toch aan een adviseur toegeven dat hij in een toespraak een verwijzing naar de Armeense genocide heeft vermeden, omdat ,,de Turken zeer gevoelig waren voor dit onderwerp en ik moeizame onderhandelingen voerde met president Erdogan”.

Lees ook deze terugblik op Obama’s achtjarige presidentschap (uit 2017).

Bij wat de Arabische Lente wordt genoemd, gaat zijn hart uit naar die jonge strijders voor de democratie op het Tahrirplein in Caïro. Maar de Realpolitiker noteert: ,,Als [president Hosni] Mubarak terugtrad en er een machtsvacuüm ontstond, was het niet waarschijnlijk dat zij de leemte zouden opvullen.” Het mooiste en droevigste voorbeeld beschrijft hij als Somalische piraten een Amerikaans vrachtschip enteren. De gijzeling wordt beëindigd door Amerikaanse scherpschutters die de piraten doodschieten. Terwijl iedereen in het Witte Huis elkaar high fives geeft, denkt de president aan de drie doodgeschoten jonge Somaliërs, ,,belemmerd door wanhoop, onwetendheid, dromen van religieuze glorie, het geweld in hun omgeving of de plannen van oudere mannen”. Liefst zou hij dat soort jongens op een of andere manier willen redden, schrijft hij. ,,Maar in plaats daarvan, door de wereld waarin ze leefden en het apparaat dat ik aanvoerde, was het vaker zo dat ik ze doodde.”

Natuurlijke orde

Dan is de vraag: wat doet het ertoe wat je denkt, als je telkens iets anders doet? Elke stap die Obama wil zetten, beschrijft hij, wordt belemmerd. Door de zware omstandigheden van een geërfde economische crisis (,,We hebben alle echt moeilijke zaken voor je aangepakt”, zegt zijn voorganger George W. Bush opgewekt. ,,Je kunt met schone lei beginnen”). Door onverwachte gebeurtenissen als een groot olielek, of een onhandige uitspraak van hemzelf of een medewerker. Hier loert iets van de door hemzelf gesignaleerde neiging tot arrogantie onder het oppervlak. De suggestie is: hoe goed had ik wel kunnen zijn als maar niet…? ,,Ligt het aan mij, of blijven we maar pech houden”, vraagt hij aan een medewerker.

Maar hij mag met recht klagen over zijn politieke tegenstanders die elk gevoel voor landsbelang lijken te hebben verruild door partijbelang. Aan het slot van het boek, concludeert Obama: ,,Het was alsof alleen al mijn aanwezigheid in het Witte Huis een diep verankerde paniek had veroorzaakt, een gevoel dat de natuurlijk orde was verstoord.” Dan zijn we op 50 bladzijden voor het eind en daar komt zijn opvolger het boek binnen. ,,En dat is precies wat Donald Trump dacht toen hij begon rond te bazuinen dat ik niet in de Verenigde Staten was geboren, en dus een onwettige president was.” Hij verwijt Trump het ,,voeden” van ,,raciale angst en wrokgevoelens”.

Obama is in zijn presidentschap en in zijn boek terughoudend over het onderwerp racisme. Niet omdat hij denkt dat het er niet is. Hij heeft dezelfde ervaringen als alle Afrikaans-Amerikaanse burgers van de VS: vaker staande gehouden door de politie, bij de kerstinkopen achternagelopen door de winkelbeveiliger, het klikken van elektronische autosloten als hij over de stoep nadert. Hij weet, schrijft hij ,,wat het betekent om in mijn eigen land niet als volwaardig gezien te worden”. Maar hij leert ook dat het voor een zwarte president politieke zelfmoord is om het aan de orde te stellen. Als hij de politie bekritiseert over de arrestatie van een zwarte hoogleraar, daalt zijn populariteit onder witte kiezers sterker dan door enige andere gebeurtenis van zijn presidentschap.

Nonchalance

Misschien is er nog een reden dat hij er niet veel over schrijft. Omdat hij er domweg laconieker over is dan sommige andere mensen. Dan zijn vrouw bijvoorbeeld. In haar eigen autobiografie, Becoming, beschrijft Michelle Obama hoe haar man op zijn ,,ontspannen Hawaïaanse wijze” door het leven gaat en zich veel minder dan zij persoonlijk gehinderd voelt door de structurele achterstand voor zwarte Amerikanen. Ze was er soms bijna boos over, net als over zijn nonchalance bij (niet) op tijd komen, of over zijn politieke ambities. Uit dat boek bleek al duidelijk dat Barack Obama over haar bezwaren heen de politieke ladder besteeg. Hij ontkomt er niet aan daar in zijn boek over te schrijven. Hier is hij weer persoonlijk, maar wel koel.

Lees ook: Deze recensie van Michelle Obama’s autobiografie

,,Laten we het proberen”, zegt hij tegen zijn vrouw, als hij haar heeft verteld dat hij in Illinois staatssenator wil worden. ,,Hmm”, zegt zij. ,,Dus wat vind je ervan”, vraagt hij. Ze kust hem en zegt: ,,Ik denk dat dit is wat jij wilt doen, dus moet je het doen.”

Het is het begin van een carrière die haar bestaan bepaalt en uitholt. Hun huwelijk dreigt er onder te bezwijken. ,,Maar in plaats van mijn lasten te verlichten, koos ik de tegengestelde richting en besloot ik dat ik gas moest geven en een invloedrijkere functie moest bemachtigen.” Als hij die richting inslaat en US Senator wil worden, raadpleegt hij eerst vrienden en adviseurs. Dan, schrijft hij, is hij ,,klaar” om het aan zijn vrouw voor te leggen. En als hij in 2007 besluit mee te doen aan de presidentscampagne, is ze nog duidelijker: ,,Ik wil niet dat je je kandidaat stelt.”

Het brengt Obama tot een korte worsteling met zijn diepere ik. ,,Was het gewoon ijdelheid? Of misschien iets wat duisterder was – een soort honger, een blinde ambitie verpakt in de wollige term ‘dienstbaarheid’?” Of, schrijft hij dan, probeerde hij ,,elk greintje onzekerheid dat te wijten was aan het feit dat ik het kind was van een zwarte vader en een witte moeder uit te bannen?” Hij geeft geen antwoord.

Aanvulling (19 november 2020): Een eerdere versie van dit artikel vermeldde Frans Reusink als vertaler. Het boek is door nog drie vertalers vertaald: Rebekka W.R. Bremmer, Bep Fontijn en Edzard Krol. Dit is hierboven aangepast.