Opinie

We moeten het weer over mensenrechten hebben - u moet maar even doorbijten

keek naar de Formule 1-race in Istanbul, en bedacht dat het intussen met de mensenrechten in Turkije van kwaad naar erger gaat.

Dwars

Mensenrechtenorganisaties zijn in het geweer gekomen tegen het besluit van de Formule 1 om ergens in 2021 in Saoedi-Arabië te gaan racen, zoals u vorige week al in NRC hebt kunnen lezen. De Formule 1 bezit sinds enkele jaren een mensenrechtenparagraaf die haar verplicht „internationaal erkende mensenrechten te respecteren” en nog zowat. Nu kun je natuurlijk als F1 geen repressieve regimes omturnen, maar misschien zou het inderdaad beter zijn sommige landen te mijden. En dan denk ik zeker aan Saoedi-Arabië. Want dat koopt het recht om zo’n autorace te mogen organiseren, of een damesgolftournooi of de G20, ja die ook, puur om mooi weer te spelen.

Maar ik denk dan óók aan Turkije, waar dit weekeinde de bolides over het circuit van Istanbul raceten. En geen mensenrechtenorganisatie die zich daarover druk heeft gemaakt, althans, ik kon ze niet vinden. Dat gaf mij wel een aardig haakje om het weer eens over mensenrechten onder president Erdogan te hebben die van kwaad naar erger gaan. Ja, ik weet het, wéér mensenrechten na die van vorige week in Iran. U moet maar even doorbijten.

Het algemene beeld: er zijn nu zo’n vijftigduizend politieke gevangenen, en dat zijn bijna allemaal terroristen. In Turkije is zo’n beetje iedereen een terrorist die niet op de lijn van Erdogan zit – want zo iemand is een couppleger in dienst van opperterrorist Fethullah Gülen, en voorzover Koerd een Koerdische separatistische geweldpleger in dienst van de PKK. Het zijn advocaten, journalisten, docenten, burgemeesters, politici, militairen, ambtenaren, vrijwel elke beroepsgroep is vertegenwoordigd. Vrijwel niemand van hen heeft feitelijk geweld gepleegd of daarmee gedreigd.

Twee voorbeelden uit totaal verschillende sectoren. Eerst een zaak die weinig aandacht heeft gekregen, die van vier Koerdische journalisten. Ze werden vorige maand in Van, in het zuidoosten van het land, gearresteerd nadat ze hadden bericht over twee Koerdische dorpelingen die door het leger waren opgepakt, gefolterd en vervolgens uit een legerhelikopter waren gegooid. Een overleefde het, een stierf in het ziekenhuis. De gouverneur van Van had de officiële versie: „Ze waren ontsnapt en vielen op de vlucht van een rots.” De journalisten hadden dus „nieuws gebracht ten nadele van de staat”, en worden beschuldigd van terrorisme.

Mijn andere voorbeeld is Osman Kavala, die inmiddels meer dan drie jaar gevangen zit. Kavala (1957) is een superrijke zakenman en filantroop die zich inzette voor kort gezegd: vreedzame coëxistentie. Heel verdacht natuurlijk in een land waar iedereen tegenwoordig tegen elkaar wordt uitgespeeld. Hij werd ervan beschuldigd de protesten te hebben gefinancierd tegen een groot bouwproject in het Istanbulse Gezipark in 2013, en afgelopen februari daarvan vrijgesproken. Het goede nieuws duurde ongeveer vijf minuten, want hij werd meteen weer opgepakt op beschuldiging van betrokkenheid bij de mislukte coup van 2016, terrorisme dus. Vorige maand werd hij ook nog eens aangeklaagd wegens ‘politieke spionage’. Voor de eerste aanklacht kan hij ‘verzwaard levenslang’ krijgen, zonder mogelijkheid van vervroegde vrijlating, met voor de tweede nog eens twintig jaar daarbovenop. Voor de zekerheid.

Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (van de Raad van Europa, waarvan Turkije lid is) heeft vorig jaar bindend Kavala’s invrijheidstelling geëist. Maar ik geloof niet dat Europa zich heel erg druk om hem maakt.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.