Schijnzelfstandigen inhuren kan ook komend jaar nog ongestraft

Zzp’ers Regels rondom schijnzelfstandigen worden komend jaar opnieuw niet gehandhaafd, maakte het kabinet maandag bekend. Het kabinet worstelt al langer met het complexe zzp-dossier.

Illustratie Getty Images, bewerking NRC

Bedrijven die onterecht met zzp’ers werken, hebben voorlopig niets te vrezen. De regels rond ‘schijnzelfstandigen’ zullen de komende elf maanden opnieuw niet streng worden gehandhaafd door de Belastingdienst, schreven minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) en staatssecretaris Hans Vijlbrief (Financiën, D66) maandag aan de Tweede Kamer. De fiscus gaat op zijn vroegst in oktober volgend jaar beginnen met het handhaven van de zzp-regels.

Eerst wil het kabinet duidelijkheid geven over welk werk precies door zzp’ers mag worden gedaan en welk werk niet. Een internetformulier dat die duidelijkheid had moeten geven, loopt vertraging op. Het was de bedoeling dat een testversie deze herfst online zou komen, maar dat gebeurt pas op 11 januari, laten de bewindslieden nu weten.

Het uitstel is een nieuwe tegenslag voor het kabinet, dat al langer worstelt met het complexe zzp-dossier. In juni maakten Koolmees en Vijlbrief bekend dat hun voornemen om een minimum uurtarief in te voeren voor zzp’ers niet doorgaat.

Lees ook: Invoering van minimumtarief voor zzp’ers afgeblazen

1 Vanwaar deze vertraging?

Het is niet de eerste keer dat de komst van het internetformulier wordt uitgesteld. Eerst was het de bedoeling om er begin dit jaar al mee te experimenteren, later zou de testversie deze herfst online komen.

Het heeft ermee te maken dat het onderscheid tussen werknemers en zzp’ers juridisch ingewikkeld ligt. Daar komt bij dat het ministerie van Sociale Zaken het erg druk heeft sinds het uitbreken van de coronacrisis. „Er is heel veel capaciteit naar het maken van de steunpakketten gegaan”, laat een woordvoerder weten. Ook de aanbesteding voor het maken van het internetformulier duurde langer dan gepland.

Vakbondsbestuurder Marije Ottervanger van de FNV noemt het uitstel „rampzalig” en pleit voor snelle handhaving. „We moeten schijnconstructies doorprikken, niet op zijn beloop laten.”

2 Waarom mag niet elk werk door zzp’ers worden gedaan?

Omdat voor werknemers allerlei bescherming is geregeld, zoals loondoorbetaling als je ziek wordt, ontslagbescherming en een uitkering bij werkloosheid. Voor zelfstandigen geldt deze bescherming niet. Dus hoe meer mensen als zzp’er gaan werken, hoe minder stevig dat sociale stelsel staat.

Tegelijk is het inhuren van een zzp’er aanlokkelijk voor bedrijven omdat die vaak goedkoper zijn: werkgevers hoeven voor hen geen sociale premies te betalen. Bovendien zijn er voor zzp’ers geen ingewikkelde ontslagregels, bedrijven kunnen dus makkelijk weer van ze af komen.

Voor zzp’ers zélf kan het aantrekkelijk zijn zich te laten inhuren als ondernemer omdat het veel vrijheid geeft, bijvoorbeeld om eigen werktijden te bepalen. Ook hebben ze recht op allerlei belastingvoordelen, en daardoor kunnen ze meer verdienen dan iemand in loondienst.

Tenminste, zo werkt het op papier. In de praktijk werken bij bedrijven regelmatig ‘schijnzelfstandigen’: mensen die eigenlijk in loondienst horen te werken omdat ze niet dezelfde vrijheden hebben als zzp’ers. Ze kunnen bijvoorbeeld niet onderhandelen over hun tarief, moeten op vaste tijden werken, of krijgen weinig vrijheid om een klus naar eigen inzicht uit te voeren. Het kabinet wil deze schijnzelfstandigheid voorkomen.

3 Waarom wordt er nu niet gehandhaafd?

De regels zijn eigenlijk nog nooit streng gehandhaafd. Tot 2016 konden mensen die als zelfstandige gingen werken een ‘VAR-verklaring’ aanvragen. Die leverde een zzp’er in bij z’n opdrachtgever om te verklaren dat hij een echte ondernemer is. Een opdrachtgever met zo’n verklaring kon geen naheffingen krijgen van de Belastingdienst, als die later oordeelde dat de zzp’er wél een dienstverband had moeten krijgen.

Daar wilde het vorige kabinet, Rutte II, een einde aan maken. In een nieuwe wet stond dat de zzp’er en de opdrachtgever voortaan samen een contract moeten ondertekenen waarin ze hun werkrelatie beschrijven. Als daaruit blijkt dat de zzp’er een ondernemer is, krijgt de opdrachtgever geen naheffingen. Onder één voorwaarde: dat de beschreven werkrelatie ook in de praktijk wordt gevolgd.

Bedrijven vonden de contracten ingewikkeld en onduidelijk. Ze vreesden alsnog boetes. Daarom is de wet, die sinds mei 2016 geldt, nooit voluit gehandhaafd. Alleen „kwaadwillende” bedrijven konden een boete krijgen, en later ook bedrijven die een aanwijzing van de Belastingdienst weigerden op te volgen.

Toch heeft de Belastingdienst tot nu toe nog nooit een naheffing opgelegd, schrijven Koolmees en Vijlbrief. Ook al zijn er aanwijzingen dat veel bedrijven met schijnzelfstandigen werken. In een eerste proef met het internetformulier onder 84 bedrijven die zzp’ers inhuren, bleek dat in bijna de helft van de gevallen onterecht te zijn.

4 Een internetformulier, wat is dat precies?

Een online vragenlijst, waarin bedrijven vragen kunnen beantwoorden over hoe de klus eruitziet die ze door een zelfstandige willen laten verrichten. Zo kunnen ze erachter komen of dat mag, of dat ze voor het werk iemand in dienst moeten nemen. Uit de vragenlijst kunnen drie opties komen: het mag wel, het mag waarschijnlijk niet, of er is aan de hand van het formulier geen oordeel te vellen.

Mag een bedrijf een zzp’er inhuren, dan krijgt het daarvoor een ‘opdrachtgeversverklaring’. In zekere zin lijkt die op de VAR. Vanaf het moment dat een bedrijf zo’n verklaring heeft, is het gevrijwaard van boetes, ook als later toch blijkt dat iemand onterecht als zelfstandige is ingehuurd. Wel moeten de antwoorden van het internetformulier dan overeenstemmen met de praktijk.

Tijdens de proeffase kunnen de bedrijven alvast ontdekken of zij zich aan de regels houden, schrijven Koolmees en Vijlbrief in hun brief.

5 Wat doet het kabinet nog meer?

Op één punt kan het kabinet wel voortgang melden: zelfstandigen zullen langzaam maar zeker steeds meer hetzelfde worden behandeld als werknemers. Koolmees werkt aan een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers, via uitkeringsinstantie UWV. Daarnaast heeft het kabinet besloten de ‘zelfstandigenaftrek’ de komende jaren stapsgewijs fors te verlagen. Die aftrek is een belastingvoordeel dat zzp’ers nu vaak relatief goedkoop maakt voor opdrachtgevers.

Hoe meer zzp’ers en werknemers gelijk behandeld worden, hoe minder belang bedrijven erbij zullen hebben om nog schijnzelfstandigen in te huren, is de gedachte. Tegelijk zien sommige zzp’ers dit als betutteling: zij vinden bijvoorbeeld dat een verzekeringsplicht hun vrije ondernemerschap inperkt.