Voorzitter van de Raad voor cultuur Marijke van Hees.

Robin van Lonkhuijsen/ ANP

Interview

‘We drukken makers zo in categorieën, terwijl in de praktijk werelden door elkaar lopen’

Interview Marijke van Hees De grote nadruk op eigen inkomsten brengt veel culturele instellingen nu in de problemen. Dat stelt de voorzitter van de Raad voor Cultuur, in het maandag verschenen adviesrapport.

De coronacrisis maakt duidelijk dat het culturele subsidiestelsel knelt, stelt de Raad voor Cultuur in het adviesrapport Onderweg naar overmorgen, dat maandag is gepresenteerd aan minister Van Engelshoven (OCW). Achter het stuur van haar auto beantwoordt voorzitter Marijke van Hees handsfree een paar vragen over het advies.

U stelt de nodige veranderingen voor. Is dit adviesrapport een typisch voorbeeld van ‘never waste a good crisis’?

„Als zich een crisis voordoet, moet je haar niet onbenut laten. Al is het natuurlijk ongelooflijk vervelend dat deze situatie zich voordoet. Door de crisis wordt een aantal bestaande problemen in de cultuursector uitvergroot. Het beste wat je in zo’n situatie kunt doen, is maatregelen treffen en innoveren. En niet iedereen voor zich naar oplossingen laten zoeken, maar ook systematisch met elkaar. Vooral de wat kleinere en meer kwetsbare instellingen kunnen daarvan profiteren.”

Wat knelt het meest in het huidige bestel?

„Vooropgesteld: veel is goed geregeld. Denk aan al die gesubsidieerde instellingen die nu geen publiek kunnen bereiken en die dankzij hun subsidies nog niet existentieel in de problemen zijn gekomen. Vergelijk dat eens met de situatie waarin kleine, vrije producenten zitten.

Lees ook: Raad grijpt crisis aan voor vernieuwing subsidiestelsel

„Wat echt knelt is de grote nadruk op eigen verdiensten van instellingen. Nu die inkomsten door de lockdowns wegvallen, wordt duidelijk hoe kwetsbaar de huidige opzet is. Die nadruk op eigen inkomsten is een restant van de bezuinigingen die in 2012 zijn ingevoerd.

„Er is ook een artistiek knelpunt. Subsidiecategorieën zijn te eendimensionaal. Het onderscheid tussen bijvoorbeeld muziek, theater of wat dan ook – in de praktijk werkt dat niet meer zo goed. We drukken makers zo in categorieën, terwijl in de praktijk werelden door elkaar heenlopen. In ons systeem moet meer nuance komen. De coulanceregeling in verband met corona biedt makers de ruimte, ze kunnen nu een door subsidies opgelegd keurslijf loslaten.”

U adviseert om de culturele en creatieve sector tijd, vertrouwen en middelen te geven om te experimenteren met nieuwe werkwijzen en verdienmodellen. Wat is van die drie het belangrijkste?

„Vertrouwen. Zonder vertrouwen ga je geen tijd spenderen en komt er ook geen geld. Daarom is het zo belangrijk om te benadrukken hoe belangrijk de sector voor de samenleving is. Voor de levendigheid van de steden. Voor het onderwijs. En uiteraard ook voor het plezier en het genot dat eraan wordt ontleend. Gelukkig onderkent het kabinet de enorme intrinsieke waarde van de sector en is al snel ingezien dat de generieke maatschappelijke steunmaatregelen voor de cultuursector niet voldeden en met aanvullende pakketten moest worden geholpen.”

Het opdrogen van het cultuuraanbod heeft grote maatschappelijke gevolgen, staat in uw rapport. Daardoor ontstaat een grote onvervulde behoefte aan ontmoeting, geruststelling, steun, troost en schoonheid. Waarop stoelt die bewering?

„We hebben geen wetenschappelijk onderzoek gedaan. We baseren onze bevindingen op een groot aantal gesprekken en bevindingen. De impact is groot. Vandaag stonden de kranten weer vol over de vereenzaming van ouderen door de coronacrisis. Hoeveel bewijs wil je hebben?”