Bezorgers betalen nu de hoge prijs voor consumentengemak

misstanden

Commentaar

Busje stoppen, pakketje opzoeken, naar de deur lopen, aanbellen, wachten, pakketje afgeven, terug naar de bus, volgend adres intikken en hup, door naar de volgende. En dat allemaal binnen tweeënhalve minuut gemiddeld. En intussen boos getoeter achter de bus omdat de straat geblokkeerd wordt, vergeefs aanbellen, of boze buren die geen zin meer hebben pakketjes voor hun afwezige buren in ontvangst te nemen.

Dit moordende schema gaat de hele dag zo door voor de duizenden bezorgers van pakketjes in Nederland. Omgerekend krijgen de pakketbezorgers, vaak onderaannemers van ‘de grote vier’ van de pakketbezorging (PostNL, DHL, DPD en GLS) 0,80 tot 1,80 euro per afgeleverd pakketje. De bus, benzine, voertuigverzekering, blikschade en personeel komen op het conto van de onderaannemer die door een van de vier grote bedrijven wordt ingehuurd.

Door corona is het aantal pakketjes dat dagelijks verstuurd wordt fors gestegen, en de drukste weken van het jaar (Sinterklaas, Kerst) moeten nog komen. Vorige week meldde NRC dat misstanden in de postpakkettenbranche eerder regel dan uitzondering zijn. Negen van de tien onderaannemers van de grote pakketbezorgers hebben hun zaken niet op orde, zo concludeerde Inspectie SZW na onderzoek. Zo rijden werklozen die een uitkering ontvangen in de bezorgbussen, bezorgen chauffeurs zonder geldige verblijfspapieren postpakketten en worden er fictieve ondernemingen ingezet om geld weg te sluizen.

De misstanden zijn niet alleen niet goed te praten, ze zijn integraal onderdeel van het probleem van de pakketmarkt. De consument, zich ten onrechte van geen kwaad bewust, zet met zijn bestelling een keten in werking waarin de marges al dusdanig smal zijn en de kosten zo ongelooflijk laag, dat het bijna niet anders kan dan dat er dingen misgaan.

Het is de prijs van de moderne onlinewereld van geen bezorgkosten, binnen 24 uur geleverd en gratis retournering. En die prijs wordt maar zelden door de sterksten in de keten betaald. De grote vier pakketbezorgers weten hun marges wel veilig te stellen, net als de webwinkels, die dankzij hun gigantische aantallen bestellingen een machtspositie hebben tegenover de pakketbezorgers. Het zijn de onderaannemers, en nog lager in de keten, de bezorgers zelf die de prijs betalen.

Deze trend veranderen is nog niet eenvoudig. Volgens onderaannemers profiteren zij bijvoorbeeld niet mee van de forse omzetstijgingen bij de pakketdiensten, want die rekenen steeds lagere ‘stoptarieven’. Een gang naar de rechter om kostendekkende tarieven af te dwingen is dan nog de enige weg, maar de angst om de opdracht kwijt te raken houdt veel onderaannemers tegen. De inspectie blijft de branche onderzoeken.

De echte oplossing zou van onderaf kunnen komen. Als de positie van chauffeurs wettelijk beter geregeld zou worden, dan stopt het eindeloos afknijpen vanzelf. Immers: de arbeidsrechten van de chauffeur bepalen dan het minimum aan kosten voor een ritje.

Des te spijtiger is het dat minister Koolmees (Sociale Zaken, D66) vorige week bekendmaakte dat ook hij niets wezenlijks meer zal gaan veranderen aan de positie van zelfstandigen op de arbeidsmarkt (veel pakketbezorgers). Corona en de Tweede Kamerverkiezingen maken dat hij zijn ambities moet bijstellen. Dat is niet alleen jammer, maar zelfs zeer onbevredigend. Zo lang de positie van de kwetsbaarsten op de arbeidsmarkt niet verbetert, blijven excessen als met de pakketbezorging plaatsvinden. De Inspectie levert daarvan keer op keer het bewijs.