Recensie

De kale opzet van de livestream van de Foo Fighters was geen anticlimax, maar een uitstekend idee

Recensie Het 25-jarig jubileum van rockband Foo Fighters zou dit jaar groots gevierd worden. Niet dus. Een livestream dan? Liever niet, was eerst de reactie. Maar de band ging er toch voor, en bracht live vanuit Los Angeles een optreden vol vakmanschap.

Dave Grohl van de band Foo Fighters tijdens een optreden in 2019
Dave Grohl van de band Foo Fighters tijdens een optreden in 2019 Foto Leo Correa / AP

Dave Grohl had het zich anders voorgesteld. In 2020 ging hij het 25-jarig jubileum van zijn band Foo Fighters groots vieren. Wat ooit was begonnen als soloproject met een titelloos debuut waarvoor hij alle instrumenten in recordtijd zelf inspeelde (en zo na de dood van Kurt Cobain ook meteen afrekende met zijn Nirvana-trauma), groeide in een kwarteeuw uit tot een overweldigende rockmastodont die met gemak festivalweiden en voetbalstadions op de knieën kreeg. Daar kon dit jubeljaar nog wel een schepje bovenop.

Niet dus.

En toen Grohl gaandeweg de pandemie steeds meer collega’s indrukwekkende livestreams zag optuigen, kon hij maar één ding denken: „Fuck that shit.” Dat ging nooit werken, vond hij. Zijn band had publiek nodig.

Vreugde verspreiden

Maar zaterdagavond (twee uur ’s nachts in Nederland) stond hij daar dan toch: live op het podium van The Roxy, de legendarische club in Los Angeles. Hij was tot inkeer gekomen, verkondigde hij met het vuur van Little Richard. Foo Fighters had maar één taak te vervullen: vreugde verspreiden. En dat gingen ze nu doen. „Let’s share this awkward energy together!”

De grap was: dat deden ze opvallend gewoontjes. Terwijl steeds meer bands hun streams opschroeven tot overdadige Holly-(of Bolly-)woodproducties met decorwisselingen en special effects hielden de Foos het opzettelijk simpel. „Het enige verschil met een oefensessie is dat er nu lichten en camera’s zijn”, verklaarde Grohl halverwege. „En dat we meer dan drie nummers spelen: we houden namelijk niet van repeteren.”

De enige buitensporige elementen waren vier achtergrondzangeressen, een Skype-verbinding met een vaste geluidstechnicus die thuis de knoppen bediende, en de ‘Beer Can Cam’ die de show vanuit het perspectief een halveliterblik vastlegde – al leek dat behalve een gimmick ook gewiekste sluikreclame.

Adrenaline? Nee, vakmanschap

Zo’n kale opzet klinkt als een anti-climax, maar is uitgerekend bij de Foo Fighters een uitstekend idee. Het voldoet namelijk precies aan de vraag die door het megasucces is gecreëerd: iedereen zou de band wel weer eens in normale doen willen zien schitteren, en juist niet als over the top festival-headliner die noodgedwongen hoogtepunt op hoogtepunt moet stapelen.

Dat betaalde zich uit: muzikaal vakmanschap won het van de voortdurende zucht naar adrenaline, waar de optredens van Foo Fighters nog wel eens onder lijden. Als Grohl geen marathons hoeft te sprinten over uitklappodia met lange catwalks heeft hij namelijk wél tijd om in ‘Times Like These’ een gevoelig gitaarintermezzo te spelen. En zonder het tot in den treure uitgemolken meezinggedeelte krijgt ‘Best of You’ opeens een bezwerende, intense solo.

Enige minpuntjes: ‘Shame Shame’, de bloedeloze single van het uitgestelde nieuwe album, doet zijn naam helaas eer aan. En voor Foo-fans met misofonie (en whisky-sommeliers) was het tussen de nummers door afzien: zonder applaus werd het zo stil dat je Grohl uitbundig kauwgum hoorde smakken terwijl hij tegelijkertijd Glenfiddich uit een enorme plastic beker slurpte.

„Als we in je woonkamer stonden, waren we tot vijf uur ’s ochtends doorgegaan”, verontschuldigde Grohl zich na twaalf nummers. In Nederland werd het toch nog half vier.