Voor het eerst is de gemiddelde pensioenleeftijd boven de 65 jaar

Pensioenen In 2006 lag de gemiddelde pensioenleeftijd rond de 61 jaar. Vorig jaar is dit gestegen tot 65 jaar en een maand.
Gepensioneerden fietsen op hun elektrische fietsen bij de Oosterscheldekering.
Gepensioneerden fietsen op hun elektrische fietsen bij de Oosterscheldekering. Foto Hans van Rhoon/Hollandse Hoogte

De gemiddelde leeftijd waarop werknemers met pensioen gaan, is voor het eerst boven de 65 jaar. Vorig jaar gingen werknemers gemiddeld met een leeftijd van 65 jaar en een maand met pensioen, vier maanden hoger dan in 2018. Dat blijkt uit maandag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Steeds minder mensen gaan voor hun 65ste met pensioen.

In 2006 lag de gemiddelde pensioenleeftijd rond de 61 jaar. Daarna is die snel gestegen door wetten die vroegpensioenregelingen ontmoedigen en door de verhoging van de AOW-leeftijd. In 2019 had iemand recht op een AOW-uitkering vanaf een leeftijd van 66 jaar en 4 maanden, net als dit jaar.

In totaal waren er vorig jaar bijna 3,2 miljoen Nederlanders gepensioneerd. Tussen 2001 en 2014 steeg het aandeel gepensioneerden van 15,3 procent naar 18,3 procent. Daarna is dat aandeel gestabiliseerd, door de verhoging van de AOW-leeftijd.

Lees ook: Waarom er steeds pensioenverlaging dreigt in het ‘beste stelsel ter wereld’