Leger verzamelde data in Nederland

Desinformatie Een mandaat voor de grootschalige dataverzameling en analyses ontbrak. De bevoegdheden van defensie op Nederlandse bodem zijn beperkt.

De Nederlandse krijgsmacht heeft sinds de corona-uitbraak heimelijk op grote schaal informatie verzameld over de Nederlandse samenleving en die geduid en verspreid in rapporten. Daarbij hebben militairen zich maandenlang verdiept in het gedrag van maatschappelijke groepen als Viruswaanzin en Gele Hesjes en het als ‘alternatief’ aangeduide medium Jensen.nl in de gaten gehouden.

Ook hebben ze de distributiepunten van de papieren uitgave De Andere Krant in kaart gebracht en de branden in de 5G-zendmasten.

Grote hoeveelheden data over de meest uiteenlopende onderwerpen – van pollen tot faillissementen – belandden in een door defensie gebouwd computersysteem om er geautomatiseerd een coronagolf of maatschappelijke onrust mee te voorspellen.

Dit blijkt uit een reconstructie van het Land Information Manoeuvre Centre (LIMC), een eenheid die defensie half maart oprichtte om zicht te krijgen op de coronacrisis en de verspreiding van desinformatie. Defensie wilde al langer een centrum om te kunnen experimenteren met informatie als wapen en greep de pandemie daarvoor aan.

De speciale eenheid, LIMC, maakt naast open bronnen ook gebruik van „semi-gesloten bronnen”

Een krijgsmacht die op eigen grondgebied onderzoek doet naar de eigen bevolking is omstreden, ook omdat defensie op Nederlands grondgebied niet veel mag. Ze mag bijvoorbeeld de politie, een ministerie of inlichtingendienst bijstaan als die erom vraagt. Militairen handelen dan volgens de regels en onder toezicht van die instantie. In dit geval handelt het LIMC op eigen initiatief.

Volgens militair historicus Christ Klep is het „voor het eerst dat een militaire dienst structureel wordt gebruikt voor het grootschalig verzamelen van inlichtingen die eigenlijk voor civiele doeleinden bedoeld zijn”. Hij vindt dit principieel „geen taak van de krijgsmacht”.

Lees ook de reconstructie: Hoe het leger zijn eigen bevolking in de gaten houdt

Defensie stelt in een reactie dat de militairen van het LIMC niet naar individuen kijken omdat ze dat niet mogen, dat ze enkel openbare bronnen gebruiken en hun analyses alleen voor intern gebruik zijn. Maar uit onderzoek van NRC blijkt iets anders. Vanaf het begin deelt het centrum de analyses met bijvoorbeeld terrorismecoördinator NCTV en de Nationale Politie. Het LIMC maakt naast open bronnen ook gebruik van „semi-gesloten bronnen”, gedragsanalyses en informatie afkomstig van militaire liaisons in bijvoorbeeld de ziekenhuizen en verpleeghuizen. Ook staan vertrouwelijke bronnen genoemd in documenten, zoals het interne registratiesysteem van de politie en een technische briefing bij een ministerie. Eenmaal wordt als bron verwezen naar een tweet van een individu, PVV-leider Geert Wilders.

Daarnaast heeft zeker één militair zich volgens bronnen een tijdlang onder een schuilnaam op een online platform van complotdenkers begeven. „Apekool”, reageert commandant Patrick Dekkers van het LIMC. „Dat mogen we ook niet.”

Volgens commandant Dekkers is het „apekool” dat een militair zich met schuilnaam op een platform voor complotdenkers begaf

De manier van werken van het LIMC zorgde voor onrust binnen de eenheid zelf, waar enkele militairen na het leveren van kritiek op een zijspoor belandden. Ook greep de defensietop in. Op 25 augustus kreeg Dekkers in het bijzijn van de directeur van de militaire inlichtingendienst MIVD te horen dat hij de rapporten niet meer extern mocht verspreiden.

Als reactie op de bevindingen van NRC noemt D66-Kamerlid Salima Belhaj de werkzaamheden van het LIMC „zorgwekkend”. „Defensie moet geen taken van politie of AIVD op zich nemen”, meent Belhaj. Ze vraagt een Kamerdebat aan.