Danseres Igone de Jongh woedend op Het Nationale Ballet

Danseres Igone de Jongh is woedend over de wijze waarop haar afscheid bij Het Nationale Ballet tot stand kwam, zegt ze in haar biografie. In het boek ontbreekt wederhoor. Ted Brandsen, artistiek directeur van het gezelschap, reageert op de kritiek.

Igone de Jongh danst in ‘Romeo en Julia’, haar laatste voorstelling bij Het Nationale Ballet (2019).
Igone de Jongh danst in ‘Romeo en Julia’, haar laatste voorstelling bij Het Nationale Ballet (2019). Foto Andreas Terlaak

Nog maar net een jaar geleden nam topballerina Igone de Jongh afscheid van ‘haar’ Nationale Ballet, dinsdag al ligt Igone, de biografie in de winkels. Het is een portret van een uitzonderlijk toegewijde danseres, die vanaf het moment dat zij haar eerste pasjes in de balletstudio in Haarlem zette, gepassioneerd is door haar vak. Die, zoals zoveel podiumkunstenaars, in haar kunst de uitlaatklep vond voor emoties die ze in het dagelijks leven maar moeilijk kon uiten. Die als groot talent in een sneltreinvaart doorstootte tot de top van het gezelschap waar zij als 16-jarige haar entree maakte, zich met haar stijlvolle ingetogenheid tot de muze van choreograaf Hans van Manen ontpopte en waarvan zij jarenlang hét – beeldschone – gezicht naar buiten was.

Maar die ook, zoals zij aan Langedijk vertelt, tot haar diepe ontzetting na 24 jaar trouwe dienst onbarmhartig werd afgedankt, een jaar eerder dan zij haar afscheid had gepland en zonder uitzicht op een functie als balletmeester of coach bij het gezelschap. Artistiek directeur Ted Brandsen vond haar niet geschikt. De Jongh was hier zo ontzet over dat ze tijdens de gesprekken met hem twee brieven aan hem voorlas, om niet in te storten. Over haar laatste jaar vertelt De Jongh: „Ik ging met tegenzin naar mijn werk, ik hyperventileerde regelmatig, huilde, at niet of slecht. Ik was er beroerd aan toe.” Zo beroerd dat haar echtgenoot, acteur Thijs Römer, zei dat ze niet meer kon werken. Samen gingen ze naar Brandsen. De Jongh: „Ik trilde als een rietje, huilde, zei dat ik het niet meer kon, dat ik niet meer wilde, dat al mijn dansplezier weg was. Ted was even stil en zei toen dat ik dan de rest van de dag maar lekker naar huis moest gaan. Hij zou me morgen wel weer zien in de les.”

Opmerkelijk genoeg ontbreekt een reactie van Het Nationale Ballet, in het bijzonder van Brandsen, op de aantijgingen. Zoals meer relevante stemmen ontbreken in het boek. Langedijk, die eerder de memoires van Gordon en Najib Amhali optekende, is duidelijk geen balletkenner. Zelfs Van Manen, de man die cruciaal was in haar carrière, is niet benaderd. Vandaar dat het boek leest als een lang interview voor ‘de bladen’. Een biografie zoals de titel suggereert, is het allerminst.

Igone de Jongh over haar afscheidsvoorstelling bij Het Nationale Ballet

Brandsen, die vrijwel exclusief wordt aangewezen als degene die De Jonghs ambities frustreerde, vindt haar kritiek vooral jammer. „Ik betreur het dat iemand met wie ik zo lang, en fijn dacht ik, heb gewerkt, zich toch zo verdrietig, boos en gefrustreerd voelt over haar tijd bij Het Nationale Ballet. Igone is een bijzondere danseres en heel belangrijk geweest voor het gezelschap. Ik was altijd dol op haar.”

Hij betreurt ook de kritiek van mensen „die de danswereld niet kennen”, zoals Römer en tv-presentatrice Chantal Janzen. „Zij schetsen een clichébeeld van een onmenselijk vak, keihard werken, uitgemergelde danseressen op de rand van instorting die worden voortgejaagd door een kille potentaat. Een beetje zoals in die film Black Swan. Dat komt niet overeen met de werkelijkheid. We hebben cao’s, ondernemingsraden, reglementen. Jammer dat er geen deskundigen zijn geraadpleegd.”

In het boek bent u die kille potentaat: De Jongh zegt dat u haar voor rollen passeerde en de kans ontnam om als balletmeester of -coach te groeien, terwijl zij zich zó lang heeft ingezet voor het gezelschap.

„Als je ouder wordt en je als persoon ontwikkelt, wordt het vaak moeilijker om als onderdeel van een geheel te functioneren en niet alle beslissingen zelf te nemen. Dat gaat schuren, dat herken ik wel.

„Maar niet altijd krijgen wat je wilt, hoort bij lid van een ensemble zijn, er is niet maar één solist. Igone heeft verschillende kansen gehad om les te geven, te coachen en balletten in te studeren, onder andere die van Hans van Manen, hier en in het buitenland. Helaas niet met het gehoopte resultaat. Niet elke goede voetballer wordt ook een goede coach of trainer. Zo simpel is het.”

Heeft Hans van Manen nog gepleit voor een functie voor De Jongh? Zij kent zijn werk door en door.

„Nee. Meer wil ik daar niet over zeggen, dat lijkt me niet kies. Maar nee dus.”

Verrast de woede die uit het boek spreekt en het feit dat zij dit zo in de openbaarheid brengt u?

„Toch wel. We hebben een paar moeilijke gesprekken gevoerd, maar in mijn beleving was de sfeer rond haar afscheidsvoorstelling goed. Afscheid nemen is nooit eenvoudig. Soms gaat het alleen als je een conflict schept. Dat zou niet de eerste keer zijn. Ik had graag gewild dat ze nog een jaar bleef en de 25 jaar zou volmaken.”

Igone de Jongh neemt het slotapplaus in ontvangst na ‘Romeo en Julia’, haar laatste voorstelling bij Het Nationale Ballet (2019).

Foto Andreas Terlaak

Hoe verklaart u haar woede?

„Het komt vaker voor dat het beeld dat een danser heeft van zijn positie binnen een gezelschap afwijkt van de realiteit. Misschien is er iets veranderd in haar blik sinds zij voor de televisie is gaan werken.” (De Jongh trad vier seizoenen op als jurylid in talentenprogramma Dance, Dance, Dance.) „Ik durf dat niet met zekerheid te zeggen, maar het boek lijkt dat te suggereren.”

De Jongh is sinds kort docent bij de European School of Ballet in Amsterdam. Zou dat niet een opstap kunnen zijn naar een nieuwe rol bij Het Nationale Ballet?

„De European School of Ballet is een privé-school zonder accreditatie. Het is een ander instituut, met een andere functie dan de Nationale Ballet Academie, waar wij mee samenwerken. Igone heeft de positie die zij bij de Nationale Ballet Academie kreeg aangeboden afgewezen. Dus het lijkt me geen logische aanvliegroute.”

Marcel Langedijk: Igone, de biografie. Uitgeverij Unieboek/Het Spectrum, 207 blz. € 20,99