Opinie

De avondklok als joker in het coronaspel

De Rechtsstaat

Een regionale avondklok! Voor juridische trainspotters is zo’n exoot een feest. Oké, het gaat (nog) niet door, gezien de dalende besmettingscijfers. Maar volgens de premier hebben we „niet de luxe” om er niet over na te denken. En eind vorige week leek het er toch écht op dat ze in Rotterdam, Enschede of Dordrecht zover zouden komen. En dus hou ik deze dwaalgast uit de Tweede Wereldoorlog toch nog even in het licht. De avondklok hoorde ooit bij de spertijd, net als de verduistering. ’s Nachts was de publieke ruimte van de staat, niet van de burger. Typisch een dwangmaatregel uit oorlogstijd – uit dezelfde catalogus waarin evacuaties, inbeslagnames en ontruimingen ‘ten bate van een vrij schootsveld’ voorkomen.

Geen modern kabinet wil ermee worden geassocieerd. Daarom, vermoed ik, kwam de avondklok ook niet in de ‘routekaart’ van escalerende maatregelen voor. En is er in de Tijdelijke wet maatregelen Covid-19, beter bekend als de coronawet, geen letter aan gewijd. Tegelijk zijn er in de afgelopen maanden overal in de EU avondklokken ingesteld – dus zó gek is een avondklok nu ook weer niet. ‘Niet de luxe hebben’ om er niet over na te denken, vind ik een vreemde uitspraak. Wat weerhield het kabinet er van om er niet van tevoren over na te denken en daar burger en parlement over te vertellen? Als je die luxe nu niet hebt, dan twee maanden geleden toch evenmin?

De avondklok leek nu een kaart die in de mouw verstopt zat, een joker buiten de routekaart om. Zitten daar nog meer dwangmaatregelen waarover ‘niet nadenken’ ‘luxe’ zou zijn? Het kabinet improviseert zich door de crisis heen. Transparant is het niet, voorspelbaar ook niet. Wat dus het wantrouwen versterkt dat al ruimschoots voorhanden is.

Tegelijk is een avondklok ook weer niet zó uitzonderlijk. Nog in april werd er een avondklok ingesteld, weliswaar op St. Maarten, vanwege het coronavirus. Ook Curaçao en Aruba pasten de avondklok toe. In Caribisch Nederland zijn ze er aan gewend, ook dankzij de verwoestingen die orkanen aanrichten. Dat zijn ook zo ongeveer de omstandigheden die de wetgever voor de polder in gedachten had: rampen, explosies, overstromingen. De Wet Buitengewone Bevoegdheden Burgerlijk Gezag (WBBBG) bevat een avondklok – en de noodtoestand. We kwamen er voor het laatst in 1995 mee in aanraking toen het rivierengebied door hoogwater werd bedreigd. De WBBBG voorzag toen in een beperkte noodtoestand, om de bewoners gedwongen te kunnen evacueren. Andere praktijkvoorbeelden van collectieve dwang op (delen van) de bevolking op basis van staatsnoodrecht, vond ik niet.

Maar wel, grappig genoeg, op basis van bestuurlijk sanctierecht. Het is sinds de wet Voetbalvandalisme en Ernstige Overlast de burgemeester toegestaan een avondklok in te stellen voor kinderen jonger dan 12 jaar. Zo’n 10 jaar geleden maakte de publieke opinie zich behalve over hooligans ernstig zorgen over losgeslagen jonge straatjeugd. Per avondklok zou deze groep collectief het ouderlijk huis in kunnen worden gejaagd. Sinds de invoering is er weinig meer van vernomen. Het zou mij verbazen als er sindsdien ooit één burgemeester een twaalfminners-avondklok instelde.

Zo bezien is de avondklok een alarmknop achter een ruitje uit het staatsnoodrecht, waarbij lichtvaardig inslaan politiek kan worden bestraft. En is de twaalfminners-avondklok een papieren tijger uit het arsenaal van de burgemeester gebleken.

Dat ook de coronanoodwet niet in de avondklok voorziet, vind ik veel vreemder. Als je toch met een tijdelijke wet komt, met beperkingen van grondrechten, waarom dan niet ook de avondklok daarin meegenomen? Dan heb je het gesprek met de politiek en burger tenminste gehad. En hoef je het niet achteraf goed te praten. Mocht een avondklok alsnog aan de horizon verschijnen, dan kan het kabinet nu alleen art. 8 van de wet BBBG in werking stellen. Daarin krijgen de minister en de commissaris van de koning de macht om het ‘vertoeven in de open lucht’ te beperken. En dan zijn we dus toch terug in de tijd van de sirenes, barricades en de militairen op straat.

Folkert Jensma is juridisch commentator. Twitter: @folkertjensma

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.