‘We verlangen nog elke dag naar Afrika’

Spitsuur Sandra van der Berg (54) en Marnix de Man (58) woonden jarenlang in Benin en Burkina Faso. Met hun vier kinderen zijn ze in 2011 weer naar Nederland gegaan. „We hebben dagelijks contact met mensen daar.”

Sandra: „Door de kredietcrisis was het voor Marnix lastig om een baan te vinden hier, dus bleef hij huisman. Zelf vond ik werk als docent Frans. Marnix: „Op een gegeven moment vond Sandra het tijd worden dat ik weer een baan vond en heeft ze mij ingeschreven voor de lerarenopleiding.”
Sandra: „Door de kredietcrisis was het voor Marnix lastig om een baan te vinden hier, dus bleef hij huisman. Zelf vond ik werk als docent Frans. Marnix: „Op een gegeven moment vond Sandra het tijd worden dat ik weer een baan vond en heeft ze mij ingeschreven voor de lerarenopleiding.” Foto David Galjaard

Sandra: „Marnix en ik hebben elkaar leren kennen in 1992. Vier jaar later vond ik een baan in Benin bij ontwikkelingsorganisatie SNV.”

Marnix: „Ik wilde mee naar Benin, maar toen ik mijn baan ging opzeggen, bleek dat mijn baas niet wilde dat ik wegging.”

Sandra: „Zijn baas stelde voor op en neer te gaan reizen: zes weken werken in Nederland en dan vier weken naar Benin. Na anderhalf jaar waren we er wel klaar mee, dat telkens afscheid nemen. Dat doen we nooit meer.”

Marnix: „Ik ben toen naar Benin verhuisd en werkte freelance voor een bureau in Nijmegen. Internet kwam toen net op. Daarnaast werkte ik voor een Beninees architectenbureau, voor 15 euro per dag. Afgezet tegen de kosten van levensonderhoud daar was het een prima salaris.”

Sandra: „Ik werkte in een ontwikkelingsproject voor vrouwen en jongeren in Cotonou, de hoofdstad van Benin. Begin 2000 hield mijn contract op en zijn we teruggegaan naar Nederland. We wilden graag kinderen, maar dat ging niet vanzelf. We hadden ons al ingeschreven voor adoptie en zouden bijna aan de daarvoor verplichte cursus beginnen, toen ik een baan kon krijgen in Boukombé, in het noorden van Benin. Daar zouden we ook een kind kunnen adopteren, maar dan volgens de lokale regelgeving. Plotseling gingen er allerlei deuren open.”

Marnix: „Zo werd onze terugkeer naar Benin een dubbelmissie: een baan en een kind. In oktober 2002 kregen we onze eerste dochter en begin 2003 de tweede.”

Sandra: „Maar als je een kind adopteert in Benin, moet je er wel een jaar blijven. Intussen was mijn contract echter afgelopen. Ik vond toen een baan als vertaler voor de Nederlandse ambassade in Cotonou.”

Marnix: „Toen we in de zomer van 2004 op vakantie waren in Nederland, werd Sandra zwanger.”

Sandra: „Van een tweeling nog wel. De vraag was toen of we terug zouden gaan naar het medisch minder veilige Benin om daar deze zeer gewenste zwangerschap te voldragen of dat we in Nederland zouden blijven. Uiteindelijk is Marnix teruggegaan om de verhuizing te regelen en bleef ik vanuit Nederland vertalen voor de ambassade.”

Au-pair

Marnix: „En toen zaten we plots op een bovenwoning in Nijmegen met vier kinderen tussen de 0 en 3 jaar. Ik had geen werk en deed het huishouden. Toch was ons leven zó druk dat we een au-pair in huis hebben genomen.”

Sandra: „Maar Afrika bleef trekken. Ontwikkelingswerk was leuker dan vertalen. Ik vond een baan bij de Deutscher Entwicklungsdienst, in het noorden van Benin bij het wildpark Pendjari. We betrokken de dorpelingen bij het beheer ervan en lieten hen delen in de inkomsten. Zo gingen we stropen tegen en werd overlast van olifanten gecompenseerd. In het stadje was een goed ziekenhuis.”

Marnix: „Maar de wachttijden bleken er lang en door stroomstoringen konden malariatesten vaak niet uitgevoerd worden. Ook de school viel tegen: als de meiden schooltje speelden, pakten ze een stok waarmee ze elkaar sloegen, terwijl ze een mobieltje aan hun oor drukten. Zo ging het er op school aan toe, blijkbaar.”

Sandra: „Na een jaar konden we overgeplaatst worden naar Ouagadougou, de hoofdstad van buurland Burkina Faso, met betere medische zorg en betere scholen. Daar hebben we vier jaar gewoond.”

Marnix: „Het was er prima. Toch zijn we in 2011 definitief teruggegaan naar Nederland. Voor het schoolsysteem, dat veel vrijer is en pedagogisch meer bij de tijd.”

Sandra: „Door de kredietcrisis was het voor Marnix lastig om een baan te vinden hier en dus bleef hij huisman. Zelf vond ik werk als docent Frans. Dat combineerde ik met een baantje bij het Albert Schweitzerfonds, dat gezondheidsprojecten in Afrika ondersteunt. Sinds enkele jaren werk ik weer fulltime in de ontwikkelingssamenwerking voor Stichting Wilde Ganzen.”

Projectontwikkelaars

Marnix: „Op een gegeven moment vond Sandra het tijd worden dat ik weer een baan vond en heeft ze mij ingeschreven voor de lerarenopleiding wiskunde. Zelf had ik altijd wel een smoes om dat uit te stellen. Afijn, ik begon op een maandag met de opleiding en op woensdag had ik een baan op de middelbare school van mijn kinderen hier in Nijmegen. Ik was toen 56. Ik werk er nog steeds en ben ook nog steeds met mijn opleiding bezig.”

Sandra: „Het is voor hem wel aanpoten nu, anderhalf tot twee dagen werken, één dag opleiding, het huishouden, vier pubers en de mantelzorg voor zijn moeder.”

Marnix: „In Benin heb ik Engelse les gegeven. Voor klassen van zestig leerlingen tussen de 12 en 20 jaar. In Nederland is lesgeven makkelijker, vind ik. Maar het is wel zwaar: in de architectuurwereld kun je samenwerken, voor de klas sta je er alleen voor. Maar ik vind pubers wel leuker dan projectontwikkelaars. In het onderwijs heb je niet van die stroperige procedures, in een uur weet je of je project gelukt is of niet.”

Sandra: „We verlangen nog elke dag naar Afrika. Als ik vacatures zie in het ontwikkelingswerk, sla ik toch altijd weer aan het fantaseren. Maar voor de kinderen is stabiliteit belangrijk, bovendien heb ik nu de ideale baan in Nederland. Wat we gaan doen als de kinderen studeren, weten we nog niet, maar uit mijn eigen studententijd herinner ik me wel dat het fijn was om mijn ouders in de buurt te hebben.”

Marnix: „Misschien gaan we nog eens terug naar Afrika. We hebben nog dagelijks contact met mensen daar. Maar voorlopig hebben we een prima leven in Nederland.”

In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl