Opgefokt vecht het kabinet zich naar eindstreep

Kabinet-Rutte III Het derde kabinet van Rutte haalt de verkiezingen van maart volgend jaar wel. Maar hoe? Piepend en krakend.

Mark Rutte bij de wekelijkse persconferentie. Zelf doet hij luchtig over de „discussies” in het kabinet.
Mark Rutte bij de wekelijkse persconferentie. Zelf doet hij luchtig over de „discussies” in het kabinet.

Er zijn VVD’ers die deze dagen bijna weemoedig terugdenken aan het kabinet-Rutte II, met de PvdA. Dat was vaak genoeg ingewikkeld, er werd ook heftig ruziegemaakt. Maar dat gesprekken tussen ministers week na week in de krant terechtkwamen zoals nu? Nee. Het AD citeerde Rutte vorige week letterlijk, toen hij ministers „deloyaal” zou hebben genoemd.

Het derde kabinet van Rutte doet anderen in de coalitie juist weer denken aan Balkenende IV, van CDA, PvdA en ChristenUnie. Dat stond bekend als een vechtkabinet en viel in 2010 ruziënd uit elkaar. En dat was nog niets, zeggen betrokkenen uit verschillende partijen, bij wat zich nu afspeelt in Rutte III. Eentje begon deze week zuchtend over „het landsbelang”. Je laat geen kabinet vallen in zo’n hevige crisis door het coronavirus. „We moeten het nog vier maanden volhouden.”

Het derde kabinet van Mark Rutte haalt, dat lijkt zeker, de verkiezingen van maart volgend jaar nog wel. Maar hoe? Piepend en krakend, van het ene conflict naar het andere.

Woedend binnenskamers

Zelf zei Rutte woensdag in een livesessie op sociale media dat het soms „knettert” in de ministerraad ja, maar daar werden de beslissingen volgens hem alleen maar beter door. Binnenskamers is hij al een paar keer woedend geworden over al het nieuws dat naar buiten komt over oplopende meningsverschillen bij de aanpak van de coronacrisis. Bijvoorbeeld over de avondklok, vorige week.

Lees ook: Slob ontketent nieuwe schoolstrijd met uitspraak over homoseksualiteit

Rutte moet er ook niets van hebben als plannen van bewindslieden al bekend worden voordat er in de ministerraad over wordt beslist. Zo’n beslissing stelt Rutte dan het liefst nog even uit. Dat uitstellen gebeurde deze week niet met het idee van staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken, CDA) over experimenten in de horeca waardoor restaurants misschien toch snel open kunnen, en experimenten met evenementen als festivals en voetbalwedstrijden.

Anderen in het kabinet hebben er genoeg van dat Rutte en De Jonge geen boodschap lijken te hebben aan hun ideeën. Ze vinden dat die twee, net als in de eerste coronagolf, veel te veel naar besmettingscijfers en IC-capaciteit kijken, en te weinig oog hebben voor wat maatregelen betekenen voor mensen en bedrijven.

Dus komen ze zelf maar met voorstellen, die ze ook meteen doorsturen naar bedrijven, lokale bestuurders en journalisten. Om druk te zetten op Rutte en De Jonge. Met het plan van Mona Keijzer over de experimenten lijkt dat te zijn gelukt: vrijdag stemde de ministerraad ermee in.

Maar wordt dit dan de nieuwe manier van werken in het kabinet? Daar zal Rutte, die bekendstaat als controlfreak, slecht tegen kunnen. Betrokkenen zien ook dat De Jonge en Rutte steeds vermoeider en opgefokter worden en minder goed tegen kritiek kunnen.

‘Discussies’

In de livesessie op sociale media deed Rutte woensdagochtend luchtig over de „discussies” in zijn kabinet. Hij lijkt het een geruststelling te vinden dat die niet langs „partijlijnen” lopen zoals eigenlijk altijd in een kabinetscrisis. Het was nu bijvoorbeeld niet VVD tegen het CDA.

Bewindslieden van VVD, CDA en D66 ergeren zich al veel langer aan de „te medische blik” van Rutte en De Jonge. Ze kunnen zich wel in elkaars zorgen verplaatsen, maar aan tafel verscherpt de tegenstelling zich.

Dat heeft, zeggen betrokkenen van verschillende regeringspartijen, toch ook te maken met de verkiezingen. In het CDA heeft Hugo de Jonge zijn gezag als politiek leider nog lang niet gevestigd en de campagne van D66-lijsttrekker Sigrid Kaag, minister voor Ontwikkelingssamenwerking, heeft in de peilingen ook nog niet geleid tot het succes waar haar partij op hoopte.

Bij anderen in de coalitie viel op dat zij een hoofdrol had in een bericht in De Telegraaf over een kwestie die niets met corona te maken had: de uitspraken van minister voor Onderwijs Arie Slob (CU) over de vrijheid van onderwijs en de anti-homoverklaringen die reformatorische scholen ouders laten tekenen.

In de hoek van de ChristenUnie viel te horen dat Slob al snel besefte dat hij in de Tweede Kamer meteen had moeten zeggen hoe hij over zo’n verklaring dacht: dat hij er zelf niets van moet hebben. En niet pas de volgende dag.

Anti-homoverklaring

Volgens anderen in de coalitie was Slob pas onder druk van hen, en dan vooral van Kaag, tot dat inzicht gekomen. Na een bijeenkomst van de ministerraad op dinsdag zei hij dat die verklaring over homoseksualiteit „een brug te ver” was en dat de wet misschien moest worden aangepast.

Deze keer waren het in de coalitie wel twee partijen die tegenover elkaar stonden: de ChristenUnie en D66.

En het was op het Binnenhof duidelijk dat de ChristenUnie, die op winst staat in de peilingen, ook niet hoefde te rekenen op steun van het CDA. In De Telegraaf zei Kamerlid Michel Rog van het CDA dat hij bij Arie Slob „een patroon” zag waarbij de minister steeds werd „teruggefloten” door de Tweede Kamer. Voor een Kamerlid van de coalitie geldt dat als een harde uitspraak.

Lees ook: 10 jaar premier Rutte

Nooit heel innig

In Rutte III is de samenwerking van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie nooit heel innig geweest, beducht als ze waren om hun eigen ‘kleur’ kwijt te raken in een coalitie met zoveel partijen.

De meeste conflicten werden de afgelopen drie jaar uitgepraat in het zogenoemde ‘coalitie-overleg’ van fractievoorzitters en de premier en vicepremiers op maandag. Heel vaak tot irritatie van de ministers en staatssecretarissen die op vrijdag in de ministerraad akkoord mochten gaan met de oplossingen die aan het begin van de week al waren bedacht. De andere kant ervan was: in het kabinet zelf was er weinig ruzie.

De coronacrisis heeft dat veranderd, zeggen betrokkenen: die bestrijd je niet door compromissen te sluiten in het coalitieoverleg, die vraagt om beslissingen van ministers en staatssecretarissen. Nu ‘knettert’ het daar.

Haagse invloeden pag. 12Vrijheid van onderwijs pag. 14-15