Nieuwe apensoort is meteen bedreigd

Biologie Een nieuwe langoer die in Myanmar leeft, werd ontdekt in een Londens museum. Er leven nog zo’n 250 exemplaren in het wild.

De popalangoer in een boom op Mount Popa, een niet meer actieve vulkaan in Myanmar.
De popalangoer in een boom op Mount Popa, een niet meer actieve vulkaan in Myanmar. Foto Thaung Win/AFP

Hoe ontdek je een nieuwe apensoort? Visioenen verschijnen van dagenlang zwoegen door de jungle, van geritsel in het struikgewas, twee ogen die je aanstaren. Heel anders ging het eraan toe bij de ontdekking van de popalangoer, die deze week wereldkundig werd gemaakt in Zoological Research.

De apensoort leeft weliswaar in de jungle van Myanmar, maar biologen kwamen ’m op het spoor via het natuurhistorisch museum in Londen. In het wild gaat het niet heel rooskleurig met de nieuwe langoer: er zijn nog maar zo’n 250 individuen over.

Langoeren worden ook wel bladapen genoemd en leven in Azië. Het zijn slanke, vrij kleine apen, vaak met een flinke bos haar op hun kop. Van de drie langoerengeslachten is dat van Trachypithecus het meest omvangrijk: tot nu waren daarbinnen twintig soorten bekend. Maar over de verspreiding en evolutie van een van de meest algemene soorten, de phayrelangoer (Trachypithecus phayrei), wisten biologen nog heel weinig.

Britse museumexemplaren

Daarom besloot het internationale onderzoeksteam, onder leiding van de Duitse primatologen Christian Roos en Frank Momberg, het mitochondriaal genoom van de soort te onderzoeken, oftewel: het erfelijk materiaal dat via de moeder overerft. Voor hun genetische analyse verzamelden ze weefsel van Britse museumexemplaren (de oudste was al opgezet in 1886, toen Myanmar nog een Britse kolonie was) én poep van in het wild levende exemplaren.

De phayrelangoer is te herkennen aan zijn grijze vacht en lichte vlekken rond zijn ogen en zijn snoet, weegt rond de 8 kilo en is zo’n 60 centimeter groot (zijn staart is rond de 80 centimeter lang). Hij bestond volgens eerder onderzoek uit drie ondersoorten, maar enkele jaren geleden is dat teruggeschroefd naar twee: één van de drie werd ‘gepromoveerd’ tot soort, omdat het om een kruising tussen twee soorten langoeren zou gaan. Sindsdien waren er dus nog twee ondersoorten over, maar het opmerkelijke was dat die allebei een heel groot leefgebied hadden, dat doorsneden werd door grote rivieren. Normaal gesproken vormen zulke geografische barrières natuurlijke grenzen tussen soorten en ondersoorten.

Kortere staarten

Op basis van het huidige mitochondriaal onderzoek konden de onderzoekers wél drie groepen onderscheiden die duidelijk van elkaar te onderscheiden waren door de loop van de rivieren: een westelijke groep, een oostelijke groep en een centrale groep. Omdat de groepen genetisch en uiterlijk sterk van elkaar verschillen (zo heeft de westelijke groep significant kortere staarten) vonden de onderzoekers het geoorloofd om de twee oorspronkelijke ondersoorten tot soorten te verheffen, én om er een derde soort aan toe te voegen. De westelijke en oostelijke groep (de oorspronkelijke ondersoorten) werden respectievelijk omgedoopt tot phayrelangoer (T. phayrei) en melameralangoer (T. melamera).

De centrale groep is uitgeroepen tot de nieuwe soort: de popalangoer (T. popa), vernoemd naar de niet meer actieve vulkaan Mount Popa: een imposante rotsformatie met loodrechte wanden, en een klooster op de top. De popalangoer zelf is te herkennen aan zijn relatief lange schedel en grote tanden. Met zijn grijsbruine vacht en wilde haardos is hij nauwelijks te onderscheiden van de phayrelangoer. De melameralangoer heeft een iets lichtbruinere vacht. Uit een stamboomreconstructie blijkt dat de drie soorten zich ongeveer één miljoen jaar geleden van elkaar afsplitsten – ‘nieuw’ is de popalangoer in dat opzicht dus niet te noemen.

Hoewel de onderzoekers drie duidelijk afgebakende leefgebieden konden aanwijzen, is er ook een ‘twijfelzone’ rond het Myogyi-klooster ten zuidoosten van Mount Popa, waar de apen worden gevoerd door monniken en bezoekers. Daar leven popa- en melameralangoeren samen. De onderzoekers vermoeden dat dat gebied eigenlijk aan de popalangoer toebehoort, maar dat er apen vanuit het oosten naartoe zijn gebracht.

Veldonderzoek en poepmonsters

Afgezien van die hybride kloosterpopulatie zijn er volgens de onderzoekers nog zo’n 200 tot 260 popalangoeren in leven – die aantallen baseren ze op veldonderzoek in 2018, na het onderzoek aan de museumstukken en de poepmonsters. De popalangoer wordt in zijn voortbestaan bedreigd door verlies en versnippering van zijn leefomgeving, en door jacht. De auteurs opperen daarom om de soort als ‘ernstig bedreigd’ aan te merken op de Rode Lijst van de internationale natuurbeschermingsorganisatie IUCN.

Dat er een nieuwe soort is benoemd, is in ieder geval gunstig uit het oogpunt van natuurbehoud, zegt onderzoeker Momberg, die veel onderzoek heeft gedaan in het gebied. „Zo ontstaat er meer aandacht voor biodiversiteit en wordt de leefomgeving hopelijk beter beschermd. Als dat gebeurt, heb ik er alle vertrouwen in dat de soort blijft voortbestaan.”

Hij sluit niet uit dat er in de toekomst nog nieuwe apensoorten worden ontdekt in Myanmar. „Het land is pas redelijk recent in een democratie veranderd, en tot die tijd was het moeilijk om er veldwerk te doen. Nu de grenzen open zijn, kunnen we de natuur verkennen: de bossen behoren tot de grootste van Zuidoost-Azië. En in 2011 heb ik met collega’s in de Myanmar Himalaya nog een nieuwe stompneusapensoort ontdekt.” En natuurlijk is er ook nog een twintigtal andere langoersoorten om genetisch onderzoek bij te doen – wie weet hoeveel nieuwe soorten daar nog uit voortkomen...