Mevrouw de Jager is overal – vergeet de universele rolverdeling

Antropologie Het beeld van de jagende man en de zorgende vrouw staat op zijn kop na een recente vondst in Peru. „Er is veel meer flexibiliteit en wisseling tussen de genders. En dat ga je zien als je anders denkt.”

Bij de Baka in Centraal-Afrika, jagers-verzamelaars die ook bekendstaan als pygmeeën, doen ook vrouwen mee aan de jacht.
Bij de Baka in Centraal-Afrika, jagers-verzamelaars die ook bekendstaan als pygmeeën, doen ook vrouwen mee aan de jacht. Foto Laif/Alamy Stock Photo

Dit was nog nooit vertoond: een prehistorische vrouwelijke jager op groot wild, in een 9.000 jaar oud graf in Peru. Zo verrast waren de betrokken onderzoekers, schrijven ze in Science Advances (4 november), dat ze andere graven opnieuw gingen onderzoeken om te zien of deze vrouw, ‘Wilamaya Patjxa 6’ genoemd, echt een uitzondering was.

Nee dus. ze ontdekten dat er eigenlijk nóg eens tien Amerikaanse graven van vrouwelijke jagers uit ongeveer dezelfde tijd bekend waren. Maar daar was niet veel aandacht voor geweest.

Al sinds het onder antropologen beroemde congres Man the Hunter uit 1966 geldt dat overal ter wereld, vroeger en nu, de traditionele arbeidsverdeling bestaat: mannen jagen (en vechten) en vrouwen verzamelen en zorgen. Mannen zijn in beweging, vrouwen blijven bij de kinderen, dat leek de natuurlijke toestand.

Niettemin komt de ontdekking in Peru niet uit de lucht vallen. Er worden al decennia lang vragen gesteld bij dit nog altijd algemene beeld. Want wat is het bewijs? Die arbeidsverdeling is geen regel, betogen drie antropologen die onlangs over dit onderwerp publiceerden.

Een Baka-vrouw op jacht in de Centraal Afrikaanse Republiek Foto Luca Zanetti/Hollandse Hoogte

„Gaaf hoor, deze vondst”, zegt Pamela L. Geller. „Maar dat die standaardarbeidsverdeling een verzinsel is dat teruggaat op de achttiende eeuw wisten we dertig jaar geleden ook al.” Antropoloog Geller, verbonden aan de Universiteit van Miami, publiceerde er in 2017 een lijvig boek over: The Bioarchaeology of Socio-Sexual Lives. „Het wetenschappelijke denken tijdens de Verlichting ging steeds sterker de nadruk leggen op de huiselijkheid van vrouwen. Ik denk weleens dat de uitvinding van het concept ‘zoogdier’ door de bioloog Lineaus in de achttiende eeuw ook een belangrijke factor was. Ineens was toen het zogen van kinderen een soort kerneigenschap van vrouwen geworden.”

In de patriarchale culturen van de Middeleeuwen en eerder bestonden ook allerlei vooroordelen tegen vrouwen, maar „in het rommelige en moeilijke leven van alledag gingen vrouwen natuurlijk wel gewoon buitenshuis werken, overleven stond voorop”, zegt Geller over een videoverbinding vanuit Miami. Er is geen biologische vanzelfsprekendheid, de arbeidsverdeling is bovenal cultureel bepaald. „Natuurlijk is het een biologisch feit dat alleen vrouwen zwanger kunnen worden, maar hoe vervolgens de zorg voor de kinderen wordt vormgegeven is een cultureel feit. Dat gebeurt in werkelijkheid op allerlei verschillende manieren. En trouwens: het is ook echt een fout om te denken dat iedere vrouw zwanger wordt.”

Graven van echte krijgers

In haar boek beschrijft Geller haar eigen analyse van negentiende-eeuwse indiaanse botten. Uit drie graven van echte krijgers kwamen schedels van vrouwen – iets wat in de negentiende eeuw helemaal niet werd opgemerkt. „Voor Samuel G. Morton [1799-1851, de arts die de indiaanse bottencollectie ooit samenstelde] zou het moeilijk, zo niet onmogelijk, zijn geweest om dit soort gendervariatie te begrijpen, omdat daar in zijn tijd helemaal geen plaats voor was”, schrijft ze. De maatschappelijke genderverhoudingen en arbeidsverdeling waren zo vanzelfsprekend dat afwijkingen niet eens werden opgemerkt.

En vanuit Korea reageert antropoloog Sang-Hee Lee, die verbonden is aan de Universiteit van Californië in Riverside. „Ik waardeer echt wat die onderzoekers in Peru hebben gevonden, want dat tast aan wat nog altijd veel mensen als een onaantastbaar feit van de menselijke evolutie beschouwen: dat vrouwen verzamelden en mannen de jacht deden. Alsof dat in het dna is vastgelegd!”

Lee voerde vorig jaar de redactie over de bundel Evaluating Evidence in Biological Anthropology. Zelf nam zij daarin, met co-auteur Danae G. Khorasani het hoofdstuk over de terugkeer van de vrouw in de menselijke evolutie voor haar rekening. Lee en Khorasani gaan daarin de geschiedenis na van de Man the Hunter-hypothese, die ze „waarschijnlijk een van de meest invloedrijke modellen in het debat over menselijke evolutie” noemt. Ze citeren een stuk van een Amerikaanse sportjager uit 1948, in het blad Outdoor Life, die onbekommerd schrijft: „Ik houd er gewoon van om dieren dood te schieten.” Het opvallende is dat deze jager een vrouw is, en dat gender in haar stuk geen rol speelt. Pas later, in de jaren vijftig, wordt de sfeer in de VS masculiener, waarschijnlijk als reactie op de grotere rol van vrouwen in de fabrieken in de Tweede Wereldoorlog, schrijven ze.

Afhankelijke kinderen

In de wetenschap bestond een vergelijkbare ontwikkeling. Voortbouwend op negentiende-eeuwse woorden van Charles Darwin („de man is moediger, strijdlustiger en energieker dan de vrouw”) en de vroeg-twintigste-eeuwse theorie van Raymond Dart van de moderne mens als killer ape, ontstond dus eind jaren zestig het invloedrijke beeld van Man the Hunter. De motor van de menselijke evolutie was de jagende man die zijn vrouw in ruil voor seks voorzag van eiwitrijk voedsel om de groeiende hersenen van de lang afhankelijk blijvende kinderen mee te voeden.

In de jaren zeventig en tachtig bleek wel dat bij nu levende jagers-verzamelaars de Vrouw de Verzamelaar meestal belangrijker was voor de voedselvoorziening dan de jagers. Dat verlaagde de vleesvoorziening tot een soort statussymbool voor mannen, zo schrijven Lee en Khorasani. „Vrouwelijke verzamelaars hadden geen mannelijke jagers nodig om te overleven. Dat inzicht riep vragen op over de waarde van de monogame Man de Jager-hypothese.” Maar die verschuiving veranderde weinig aan het idee van de standaard-arbeidsverdeling.

Belangrijker voor de trage val van Man the Hunter was dat er bij nader inzien onder de laatste jager-verzamelaars in uithoeken van de wereld wel degelijk veel vrouwen opdoken die behoorlijk goede jagers bleken. „Allemaal recentere onderzoeken natuurlijk, uit de jaren tachtig en negentig”, zegt Lee over de videoverbinding, „want die oudere onderzoeken werden allemaal door mannen gedaan. Die gingen als vanzelfsprekend met de mannen op pad. Sterker nog, die móchten vaak helemaal niet bij de vrouwen komen.”

Jacht is meestal geen persoonlijk gevecht met een dier...

Sang-Hee Lee antropoloog

Maar Woman the Hunter bestaat dus wel degelijk. Ze werken als spoorzoekers van jachtgroepen, zoals bij de Aché in Paraguay, ze drijven de dieren in netten, zoals bij de Mbuti-pygmeeën in Congo, maar ze zijn ook echt zelf de jagers op groot wild, zoals de Noord-Amerikaanse Cree-vrouwen laten zien, met hun jacht op kariboe, beer en elanden.

Verbluffend is het in 1985 gepubliceerde onderzoek onder de Agte-negrito’s (of Aete) die leven in de jungle van Luzon (Filippijnen) door onder meer Madeleine Goodman en Agnes Estioko-Griffin. Dáár halen vrouwelijke jagers een derde van alle grote prooidieren binnen en vaak namen ze daarbij kleine kinderen op hun rug mee. Het aloude idee dat moederschap jacht in de weg zou zitten blijkt in het woud van Luzon echt onzin. De oudere kinderen lopen soms voorzichtig mee, en sowieso is er altijd ‘kinderopvang’ in het kamp – soms ook door mannen. Uit analyses van de antropologen bleek ook dat vrouwen die aan de jacht meedoen net zo veel overlevende kinderen hebben als vrouwen die niet jagen. Er waren onder Agre wel verschillen met mannen: de vrouwen blijven dichter bij het kamp, jagen vaker in groepen en maken meer gebruik van honden.

Explosieve kracht

Sang-Hee Lee: „Er is dus gewoon niet een basale arbeidsverdeling die altijd opgaat. Een vrouw die jaagt is niet een uitzonderlijke vondst. Er is veel meer flexibiliteit en wisseling tussen de genders. En dat ga je zien als je anders denkt. Mannen zijn bijvoorbeeld sterker, wordt altijd gezegd. Best, maar dat hangt dus wel af van de definitie van kracht. Ja, sterker in explosieve kracht. Maar is dat altijd belangrijk in de jacht? Vrouwen hebben vaak weer meer uithoudingsvermogen. Jacht bestaat meestal niet uit een persoonlijk gevecht met een dier...”

Een Baka-vrouw op jacht in de Centraal Afrikaanse Republiek Foto Luca Zanetti/Hollandse Hoogte

„Geweldig dat uit dat graf in Peru blijkt dat die flexibiliteit al ten minste 10.000 jaar bestaat” zegt ook de eco-antropoloog Sandrine Gallois, via een videoverbinding uit Frankrijk „Echt belangrijk dat dat nu bevestigt wat iedereen al dacht: die arbeidsverdeling is niet de standaard.” Gallois, die tot voor kort verbonden was aan de Universiteit Leiden, deed onderzoek naar arbeidsverdeling bij de Baka in Kameroen. Ze publiceerde met collega’s afgelopen september een vergelijkend onderzoek in Human Nature naar vrouwelijke jagers bij de Tsimane’ in Bolivia en de Baka in Kameroen. Het zijn traditionele jagers-verzamelaarsgroepen die al wel op kleine schaal aan landbouw doen en ook in verbinding staan met de geldeconomie. „Natuurlijk bestaat er een arbeidsverdeling tussen de geslachten”, zegt Gallois, „maar die varieert enorm. Die traditionele verdeling is slechts een van de vele mogelijkheden. Er is geen regel.”

In haar recente onderzoek concludeert Gallois zelfs dat de categorie man of vrouw eigenlijk helemaal niet zo’n interessante categorie is. „Omdat we altijd maar binair kijken naar dat verschil tussen mannen en vrouwen zien we niet de enorme diversiteit die eronder ligt. Niet Man de Hunter is de motor van de menselijke evolutie, maar juist die diversiteit, het feit dat de mensen zich zo goed kunnen aanpassen aan wisselende omstandigheden. Soms blijven vrouwen in het kamp, soms zijn het de trotse jagers, maar al die beslissingen om dat wel of niet te doen worden niet op basis van geslacht genomen.”

Onderschatting kleine prooien

In het onderzoek stelden Gallois en haar collega’s vast dat bij de Tsimane’ een derde van de vrouwen jaagt, en bij de Baka twee derde. En waarschijnlijk is het percentage hoger omdat in beide samenlevingen de vangst van kleine prooien (onder de vijf kilo) meestal onderschat wordt, en die kleinere dieren vormen nu juist het grootste deel van de jachtopbrengt van de vrouwen, 52 procent bij de Baka-vrouwen, 74 procent bij de Tsimane’.

En er zijn meer verschillen met de mannenjacht in de beide samenlevingen: de vrouwen jagen in grotere groepen en nemen ook veel vaker kinderen mee. Kinderen leren daardoor de jacht aanvankelijk vooral van vrouwen, schrijft Gallois. Een opvallende afwijking van de traditionele Man the Hunter-theorie is verder dat juist vrouwen de jachtopbrengst vaak delen met anderen – iets wat nou juist typisch mannelijk zou zijn. Dat is des te opvallend omdat de mannen in deze twee groepen juist vaker de grote dieren vangen die je haast per definitie moet verdelen, omdat die te groot zijn om zelf of met een kleine groep op te eten.

Een verschil tussen de groepen zijn de factoren die leiden tot vrouwenjacht. Bij de Tsimane’ jagen vooral de vrouwen uit armere gezinnen. Bij de Baka zijn het juist weer de jongere, beter opgeleide vrouwen die ook betaalde arbeid doen die vaker jagen. „Vaak troffen we de Baka-dorpen vrijwel verlaten aan, met alleen wat ouderen die op kinderen pasten.”

Correctie (15 november 2020): de vindplaats van de vrouwelijke jager in Peru was aanvankelijk verkeerd gespeld. De juiste naam van de heuvel is Wilamaya Patjxa.

Lees ook over het jagers-verzamelaarsbestaan vol stress, honger en doodslag: Oerjager is hongerige sappelaar