Ict-waakhond kraakt Omgevingswet opnieuw

Nieuw advies Het kritische rapport van ict-waakhond BIT is de zoveelste tegenslag voor de Omgevingswet.

Een vergunning aanvragen voor het kappen van een boom zou in de nieuwe omgevingswet eenvoudiger voor burgers moeten worden. Foto Peter Hilz/Hollandse Hoogte
Een vergunning aanvragen voor het kappen van een boom zou in de nieuwe omgevingswet eenvoudiger voor burgers moeten worden. Foto Peter Hilz/Hollandse Hoogte

Het had een radicale vereenvoudiging van wetten en regels moeten worden, een revolutie in de ruimtelijke ordening, de grootste grondwetsherziening sinds 1848 zelfs. Maar de problemen voor de Omgevingswet blijven zich ophopen. De situatie is nu zo nijpend dat het kabinet de ambities flink moet bijstellen om een algehele mislukking van de wet te voorkomen. Dat staat in een nieuw advies van de eigen ict-waakhond van de overheid, het Bureau Ict Toetsing (BIT).

Het BIT, dat na eerdere ict-missers van de overheid is opgericht om de haalbaarheid en noodzaak van nieuwe projecten te onderzoeken en nieuwe blunders te voorkomen, deinst niet terug voor harde conclusies in het rapport. Vooral de landelijke basis, waarop alle digitale systemen straks moeten gaan draaien, moet het ontgelden. „Hoewel inmiddels meer dan 90 procent van het ontwikkelbudget is besteed, bestaat nog steeds onzekerheid over de praktische werkbaarheid en beheersbaarheid”, schrijft het BIT over dit zogeheten ‘DSO-LV’.

Gevat in ambtelijk jargon klinken ook uiterst kritische noten over de slechte samenwerking bij de digitaliseringsoperatie en een gebrek aan sturing van het ministerie.

Zoveelste tegenslag

Het is de zoveelste tegenslag voor de Omgevingswet. In 2014 sprak het kabinet-Rutte II er nog hoopvol en ambitieus over. Bestemmingsplannen, een vergunning voor een evenement of verbouwing, regels over bomenkap en geluidsoverlast: een hele kluwen aan regels zou worden ondergebracht in één wet die voor iedere burger makkelijk te begrijpen zou zijn.

Maar het samenvoegen van circa 3.000 wetsartikelen en 120 ministeriële regelingen bleek in de praktijk al snel tegen te vallen. Softwareontwikkelaars konden de gigantische opdracht amper aan. Gemeenten stoeiden met hun nieuwe verantwoordelijkheid: zíj moeten lokaal alles klaarzetten om de burger wegwijs te maken in het nieuwe systeem.

Wethouders en ontwikkelaars deelden eind vorig jaar grote zorgen over de invoering van de wet in NRC, net als de Nationale Ombudsman. Die sprak de vrees uit dat veel burgers al snel zouden verdwalen in een doolhof van digitale formulieren en beslisbomen. In april kondigde het ministerie van Binnenlandse Zaken aan de invoering met een jaar uit te stellen, naar 2022, officieel vanwege de coronacrisis. Kort daarvoor hadden softwareontwikkelaars opnieuw hun twijfels over de invoering geuit en was een intern rapport opgedoken waaruit bleek dat de problemen rond de invoering al maanden bij de top van het ministerie bekend waren. De samenwerking tussen verschillende overheidsdiensten, zo stond in die notitie, werd geteisterd door „wederzijds onbegrip” en „oud zeer”.

Advies: focus op de basis

Zelfs met een jaar vertraging is het volgens het BIT nog maar de vraag of het lukt om de wet „tijdig en succesvol” in te voeren. Daarom adviseert het bureau om de ambities stevig bij te stellen en voorlopig alleen te focussen op de meest basale onderdelen.

Het is een pijnlijke constatering voor het ministerie: het BIT deed in 2017 ook al eens onderzoek en ook toen was het advies van het bureau om de wet verder uit te kleden. Het ministerie volgde dat advies op, waarmee veel van de vereenvoudigingen voor de burger die het kabinet in 2014 voor ogen had verdwenen. Zelfs die uitgeklede versie dreigt nog te complex te worden, zegt het BIT nu.

Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) liet vrijdag in een reactie aan de Tweede Kamer weten dat ze vertrouwen houdt in een geslaagde invoering van de wet. „Het BIT brengt zoals gebruikelijk goed in beeld waar de risico’s zitten en doet daar aanbevelingen op. Ik neem deze aanbevelingen over.”