Herinneringen zijn niet vast maar fluïde - toch?

Nostalgie Wat we ons herinneren loopt niet altijd synchroon met de feiten. Maar ergens, diep in ons, reist de voorbije tijd met ons mee, om ons te overrompelen als we iets van vroeger tegenkomen.

Foto uit privéarchief, bewerking NRC

Je hersens veranderen je herinneringen elke keer dat je ze opdiept – steeds verder bij de feiten vandaan, steeds dichter bij je eigen verhaal. Maar ergens in je hoofd, achter al die zichzelf slordig herschrijvende bestanden, lijkt ook een soort geheugen te zijn dat tevoorschijn komt wanneer je de auto terugziet waar je als kind in zat, een gitaar van lang geleden in de handen krijgt gedrukt of achter een oude schrijfmachine gaat zitten. Maar hoe noem je zoiets?

Dinsdag 4 augustus jongstleden. Een zomerse dag. Mijn liefste en ik trakteren onszelf op een dagje Deventer. Beetje rondlopen, lunch in de zon, niet te laat terug naar Utrecht om de kinderen weer op te halen.

In de parkeergarage zie ik, vanuit een ooghoek, een overbekend silhouet staan. Ik zet onze gebutste, veertien jaar oude Renault eerbiedig twee plekken verderop, stap uit en loop op mijn verleden af. Daar staat een antieke Saab 96 in perfecte staat. Het is een auto die ik zo goed ken dat ik kippenvel krijg als er een in de buurt is. Vaak is dat niet: als ik er drie per jaar tegenkom, is het veel. Ik heb weinig met auto’s, maar toevallig is dit het model waar ik het grootste deel van mijn jeugd in ben vervoerd. Dit exemplaar is ongeveer zo oud als ikzelf ben.

De Saab 96 een bijzondere auto, in de zin dat er in de jaren 70, mijn eerste decennium op deze wereld, al niet zoveel van rondreden in Nederland. Saab was hier een relatief klein merk. Daarbij was er best vaak iets aan de hand met de twee Saabs die mijn vader heeft versleten. Het was niet altijd makkelijk om ze te laten repareren, zeker niet omdat we er overal mee rondreden behalve in Zweden, het land van herkomst. De tweede Saab moest tijdens een familievakantie in Polen in 1980 zo vaak worden gerepareerd dat hij min of meer als een Trabant terugkeerde in Nederland.

Een Saab 96 is geen voor de hand liggende gezinsauto. Hij is, ook voor de eisen uit zijn productietijd (1960-1980), vrij klein van binnen. Bovendien heeft hij, de kofferbak buiten beschouwen gelaten, maar twee deuren. Toch zijn we er jarenlang mee naar vakantiehuisjes en campings gereden: mijn ouders, mijn grote zus, katten en honden, de tenten van Slee Buitensport en de huisraad. Op de een of andere manier pasten we er allemaal in, totdat ik begon te puberen, met te lange benen tot gevolg. We zijn zelfs een keer op vakantie naar Texel geweest met slechts één werkende zijdeur, omdat de andere bij een verkeersongeluk klem was komen te zitten. Voor zo’n exotisch model auto vind je niet zomaar een nieuwe deur. Onderweg langs het kanaal hebben we enige tijd beraadslaagd wie er, door die ene deur, als eerste de auto zou mogen verlaten als we in het water terecht zouden komen. Ik vond dat dat onze grote hond moest zijn, want die had nergens om gevraagd.

Lees ook het interview met Douwe Draaisma over het geheugen: ‘Als we later terugkijken, ging deze tijd snel’

Ons fabulerende brein

Al deze herinneringen zijn niet erg betrouwbaar, omdat ze op den duur vooral zijn gaan bestaan uit de verhalen die mijn ouders, mijn zus en ik elkaar verteld hebben. De belangrijkste gegevens kloppen wel, maar veel details zijn we waarschijnlijk vergeten. Maar dat is nog niet alles: we hebben er ook kleine dingen bij verzonnen om de verhalen iets mooier en ronder te maken. Ik hoor het mezelf doen, terwijl ik ze vertel.

Collegadichter en verpleegkundige Peter Knipmeijer, met wie ik toevallig in gesprek raak over de werking van onze hersenen, zegt dat het klopt dat we onze herinneringen deels verzinnen. „Er komt nog bij, als ik het goed begrepen heb, dat je je niet een gebeurtenis herinnert, maar je laatste herinnering aan die gebeurtenis. Je dwaalt dus langzaam van wat er werkelijk gebeurde naar je eigen verhaal.”

Dat mag zo zijn, maar er zijn ook herinneringen waaraan ik niet kan knoeien. Die voel ik in mijn lichaam terwijl ik in Deventer naar die Saab sta te kijken. Ik realiseer me hoe de deurklink voelde, hoe de stoel gekiept moest om achterin te stappen, hoe de stoelen en de achterbank zaten, hoe ik de grote knop van de achterbak moet draaien om hem open te doen. Ik weet hoe de zware motorkap omhoog moet en hoe ik hem vastzet. Ik weet hoe de dop van de benzinetank aanvoelt als je hem open- of dichtdraait. Ik weet hoe de zonneklepjes in de auto klappen en hoe de riem voelt. Ik weet hoe de bochten zijn, en de vloer onder mijn schoenen, en waar het handschoenenvakje op den duur tegen mijn knieën begon te klemmen.

Kortom, terwijl ik naast deze auto sta heb ik herinneringen die letterlijk en figuurlijk uit de eerste hand komen. Niet zozeer van waar we allemaal waren en wat we hebben meegemaakt, maar echt van de auto zelf. Zintuiglijke, onveranderlijke, lichamelijke dingen die ik voel op het moment dat mijn ogen er een zien.

Foto uit privéarchief, bewerking NRC

Al dat voelen is weten, en omgekeerd. De lichamelijke herinneringen aan de Saab lijken heel recent. Alsof het geen half leven geleden is dat er zo’n auto voor de deur van ons huis aan de Sprengerlaan in Utrecht stond. Alsof die tijd bestaat naast een heden waarin ik vijftig ben, mijn ouders bejaard zijn en onze vroegere gezinsauto’s één voor één hun laatste gang naar de schroothoop hebben gemaakt. We gaan dan wel vooruit door de tijd, maar de tijd blijft niet netjes achter ons, als neergedwarreld stof op de weg – voorbije tijd richt zich op en reist, goed verstopt in ons lichaam, met ons mee, om ons te overrompelen met herinneringen als we iets van vroeger tegenkomen.

Handvatgeheugen

Ik heb deze ervaring vaker. Een paar jaar geleden las ik een verhaal van Paul Auster over zijn schrijfmachine, een Olympia SM-9, waarop hij uit gewoonte al decennia schrijft. Ik ken het model, wij hadden vroeger ook een Olympia thuis, al was het een wat oudere. Op een gegeven moment besloot ik dat ik op zoek moest naar zo’n SM-9. Binnen 24 uur had ik er een tweedehands te pakken voor 25 euro. Ik ging hem ophalen bij een kettingrokende vrouw die er een kwart eeuw mee had geschreven voor haar kantoorbaan, en hem mee naar huis had gekregen toen het bedrijf overstapte op computers. Weer was er de vreemde ervaring van voelend weten en wetend voelen. Ik had alle knoppen om een vel papier in te draaien en de kantlijn en regelafstand in te stellen, nog in mijn vingers – alsof er meer dan dertig jaar een programma ergens in mijn hoofd op dit moment lag te wachten.

Uiteindelijk, bedenk ik nu ik deze twee ervaringen op een rij zet, draait dit geheugen vooral om de fysieke omgang met apparaten. Als ik een Saab 96 en een Olympia SM-9 terugzie, herinner me wat ik er allemaal mee kon doen en hoe dat voelde: de deur opendoen, het papier indraaien, de gordel omdoen, de regelafstand instellen. De gestolde herinneringen zijn een handleiding voor de schakelaars, de knopjes. Ik noem het mijn handvatgeheugen, omdat het tevoorschijn komt als ik iets probeer te bedienen.

Handvatgeheugen klinkt mooi. Er zal vast een meer officiële term voor zijn, maar daar kom ik niet achter, ook niet na het diagonaal doornemen van boeken als Wij zijn ons brein van Dick Swaab en De man die zijn vrouw voor een hoed hield van Oliver Sacks. Gelukkig heb ik bijna 5.000 Facebook-vrienden. Een van hen, de neurobiologe Brankele Frank, laat desgevraagd weten dat ik het niet over één, maar over meerdere soorten geheugens heb: „Het geheugen is een netwerk van ontelbare herinneringen die elkaar kunnen activeren. Een voorwerp zien in de kleur van je lievelingsauto kan al het netwerkje ‘Saab 96’ aanzetten bijvoorbeeld, met alle vertakkingen en associaties die daar weer bij horen. Je geheugen zit verspreid over je hele hersenpan, maar de vorming en opslag van sommige soorten herinneringen is wel aan specifieke hersenlocaties gebonden. Zo heb je het expliciete, bewuste geheugen, waarmee je gebeurtenissen en feiten opslaat, en het procedurele, onbewuste, geheugen, waarmee je vaardigheden en bepaalde regels kan leren. Je motorische geheugen, het vermogen van je spieren om zich te herinneren hoe je die kofferbak opent, of hoe je autorijdt, is een voorbeeld van dat laatste. Vooral je cerebellum (kleine hersens) en basale ganglia zijn hiervoor verantwoordelijk. Bij het vormen van specifieke vakantieherinneringen waarin die auto een rol speelt, zijn juist je hippocampus en amygdala betrokken, die er een emotionele associatie aan vastplakken. Jouw handvatgeheugen klinkt als een combinatie van de fijne kneepjes die in je motorische geheugen gegrift staan en de mooie herinneringen die die voorwerpen bij je oproepen.”

Lees ook: Het geheugen bedriegt ons altijd

Het geld lag al op tafel

Het ziet er, in andere woorden, naar uit dat ik een aantal samenwerkende processen tot mijn handvatgeheugen heb gebombardeerd. Dat is misschien een grappig idee, maar het zal me niet direct een Nobelprijs opleveren.

En toch. Vorige week meldde zich een collega-gitaarliefhebber die een flink gebruikte linkshandige Epiphone Sheraton te koop had. Ik had er vroeger ook een, tot ik hem een jaar of vijftien geleden inruilde. Daar heb ik altijd enige spijt van gehad. Ik pakte deze gitaar aan en voelde alles weer: de hals, de frets, de stemmechanieken, de plek waar mijn hand op de brug lag, het gewicht van de gitaar op mijn knie, de plek waar de bovenkant in mijn borstkas prikte. De draaiknoppen voor toon en volume, het driewegschakelaartje voor de elementen – alle gebrekkige bluesloopjes en kampvuurakkoorden die ik oefende op studentenkamers kwamen onder mijn vingers tevoorschijn. Het kroop, verpakt in die de gitaar, allemaal weer in mijn schoot. Ik was weerloos. Mijn geld lag al op tafel voor ik wist wat er gebeurde.

Mijn handvatgeheugen, dat niet bestaat, heeft een gat in zijn hand. Als ik niet uitkijk, ga ik ook nog op zoek naar een Saab 96.