Opinie

Gesis

Ik heb zojuist ruzie gemaakt in de Albert Heijn. Het is een stralende zonnige ochtend, tijdens het rennen heb ik kilo’s endorfine aangemaakt en de dag begon jong en veelbelovend. Tot ik het waagde in de rij bij de supermarkt mijn loopneus (van de koude) voorzichtig te snuiten. De vrouw voor mij, type: ‘Ik pak eerst uit-ge-breid mijn boodschappen in en ga daarna pas afrekenen, de wereld wacht wel’, springt als door een wesp gestoken opzij. Ze kijkt me aan alsof ik zojuist in haar gezicht heb gerocheld. Haar arm uitgestrekt houdt ze met maximale afstand haar pasje tegen de betaalautomaat. In zichzelf sist ze: „Bij de AH verderop draagt tenminste iedereen gewoon een mondkapje.” Nu vind ik dat je passief-agressief gedrag meteen moet confronteren, dus ik stel voor dat ze dan misschien in de toekomst beter elders haar boodschappen kan doen. Wederom sist ze, niet tegen mij, maar in zichzelf, dat het allemaal wel wat vriendelijker zou mogen.

Nu probeer ik al jaren van het gevleugelde Disneylied Let it go mijn levensmotto te maken, maar het wil nog niet zo vlotten. Wat mij het meest frustreert is dat deze vrouw naar huis gaat in de volste overtuiging het morele gelijk te hebben. Dat gebeurt er namelijk als je dingen de kosmos in sist zonder dat je de dialoog aangaat of naar de ander luistert.

Dat gesis over een mondkapje is wat de natie doet als de koning op vakantie gaat. Het is de massale verontwaardiging (en niet te vergeten het geniepige verkneukelen) als Famke Louise ietwat onhandig een breed gedragen emotie onder woorden tracht te brengen.

We lijken het elkaar de maat nemen tot volkssport hebben verheven. Met als gevolg dat er een schijnwerkelijkheid ontstaat. Bang voor de toorn van het morele gelijk is het stil op de sociale media, terwijl achter de voordeur menigeen zijn gang gaat. Waagt iemand het toch een vakantiekiekje te plaatsen, zijn mensen er als de kippen bij. Eigen verantwoordelijkheid heeft plaatsgemaakt voor een opgeheven vingertje, dat in ieder hoekje schuilt.

Een ander fenomeen is dat als je daar tegenin durft te gaan, je net zo goed een Willem Engel-tatoeage op je bovenarm kunt nemen. Terwijl er een massa aan grijs is die tracht voor zichzelf na te denken en daarbij soms, of vaker, het niet zo nauw neemt met de regels.

Misschien is dit het moment om toe te geven dat ik dit weekeinde op een huisfeest belandde. Geen grote braspartij, maar een man of negen in een woonkamer. Het was niet het enige huisfeest in Rotterdam die avond. Een taxichauffeur vertelde laatst dat hij niets anders doet dan mensen van feest naar feest brengen. Het mag niet, het is niet verstandig, maar eens in de week heeft een grote groep (veelal jonge) mensen de behoefte om even weg te duiken voor dat schijnheilige, irritante vingertje. Dat publieke oordeel van brave burgers die ongetwijfeld ook weleens een steekje laten vallen.

Was het verstandig om naar een huisfeest te gaan? Vast niet. Is het verstandig om dit op te schrijven? Nog minder. Maar ik weiger mee te doen aan het hypocriete construct van onfeilbaarheid. Af en toe de fout in gaan maakt van niemand een slecht mens. Het maakt ons mensen.

Tara Lewis is journalist. Zij schrijft de komende periode een wisselcolumn met Mirjam de Winter