Profiel

Dit kleine clubje kreeg institutioneel racisme op de politieke agenda

Black Lives Matter Nederland Vijf mannen en vrouwen vormen de voorhoede van de antiracismebeweging in Nederland. Hun leerschool: het anti-Zwarte Piet-protest van de afgelopen tien jaar.

Manifestatie tegen racisme in Breda op 13 juni dit jaar.

Manifestatie tegen racisme in Breda op 13 juni dit jaar.

Foto ANP

Mitchell Esajas gelooft in de small axe theory: met een handvol kleine bijltjes kun je een grote boom vellen. Die theorie ontleent hij aan een nummer van zanger Bob Marley, een van zijn grote helden, en hij legt hem als volgt uit: „Een kleine groep met een scherpe visie kan een grote impact hebben.”

Esajas zou wel eens gelijk kunnen hebben. Dit jaar wist een klein clubje actievoerders in Nederland het fenomeen ‘institutioneel racisme’ op de politieke agenda te krijgen. Ze organiseerden in juni een reeks grote protesten tegen racisme en anti-zwart politiegeweld, naar aanleiding van de moord op de zwarte Amerikaan George Floyd. Tienduizenden demonstranten kwamen erop af, ook veel witte – niet eerder vertoond in Nederland bij dit onderwerp.

Twee maanden later zaten ze aan tafel met premier Rutte en minister Koolmees (Integratie). Een vervolggesprek, met meer bewindslieden, is in de maak. En eind oktober besloot de Eerste Kamer een parlementair onderzoek in te stellen naar discriminatie in Nederland – iets wat er, zo zeiden de senatoren die het initiatief namen, niet gekomen zou zijn zonder de demonstraties.

Katalysator

De activisten van Black Lives Matter Nederland vormen geen traditioneel georganiseerde beweging, met officiële functies en een strakke hiërarchie. Eerder is het een netwerk van verschillende organisaties en individuen, losjes en decentraal georganiseerd, opererend via WhatsApp en sociale media. Per manifestatie of online actie wordt samengewerkt met andere actiegroepen.

Er is wel een voorhoede, die sturend optreedt en gezag geniet onder de actievoerders in het land. Deze vormt de katalysator van de Nederlandse antiracismebeweging. Het gaat om de ‘kerngroep’ van Kick Out Zwarte Piet (KOZP), de organisatie die sinds negen jaar – onder verschillende namen – op vreedzame wijze demonstreert bij sinterklaasintochten. Dit weekend, wanneer de Sint weer in het land arriveert, willen ze zich laten zien Breda en Maastricht – ook al is er wegens corona geen normale intocht met toeschouwers.

In juni werd in één klap het resultaat zichtbaar van jarenlang volhardend actievoeren bij koude sinterklaasintochten

De groep bestaat uit een twintiger, drie dertigers en een veertiger uit Amsterdam en Rotterdam. Ze zijn van Surinaamse, Afrikaanse en Antilliaanse komaf en hebben merendeels een kunstzinnige achtergrond. Voor dit profiel benaderde NRC alle vijf leden van het kernteam. Twee wilden er praten, de andere drie hadden hier geen behoefte aan of reageerden niet op verzoeken om een interview.

Twee kernleden zijn jonge vrouwen. Caitlin Schaap is een Rotterdamse van inheems-Surinaamse komaf. Zij doet binnen KOZP veel aan wat actievoerders ‘community care’ noemen: nazorg voor de organisatoren van een demonstratie, middels een telefoontje of een bijeenkomst met een psycholoog.

Naomie Pieter (30) groeide op in Alphen aan den Rijn als kind van Curaçaose ouders. Ze is naast haar werk voor KOZP ook een rijzende ster in lhbt-kringen, als oprichter van Black Queer & Trans Resistance, een beweging die strijdt voor de emancipatie van zwarte lhbt’ers en het ‘binair genderdenken’ binnen de zwarte gemeenschap wil doorbreken.

Het derde kernlid, Elvin Rigters (42), geboren Rotterdammer, is regisseur en geeft communicatietrainingen. Hij is actief voor NIDA, een door de islam geïnspireerde partij in de Rotterdamse gemeenteraad. Bij demonstraties tegen Zwarte Piet treedt Rigters vaak op als bemiddelaar en gesprekspartner voor de politie.

Dichter Jerry Afriyie (39) demonstreerde in 2011 als eerste tegen Zwarte Piet.
Naomie Pieter (30) is danseres en oprichter van de Black Queer & Trans Resistance.
Elvin Rigters (42) is regisseur en communicatietrainer. Hij is actief voor de politieke partij NIDA.
Caitlin Schaap is danseres en zanger en strijdt voor rechten van inheemse Surinamers.
Antropoloog en bedrijfskundige Mitchell Esajas (32) is oprichter van The Black Archives.
Jerry Afriyie, Naomie Pieter, Elvin Rigters, Caitlin Schaap en Mitchell Esajas.

Als Rigters de onderhandelaar is van KOZP, is Mitchell Esajas de intellectueel en socialemediastrateeg. Esajas (32) groeide op in Amsterdam en studeerde antropologie en bedrijfskunde aan de VU. Samen met zijn partner Jessica de Abreu en de broers Miguel en Thiemo Heilbron begon hij in 2016 The Black Archives, een archief in Amsterdam over het koloniale verleden, de slavernij, racisme en zwarte emancipatie.

Esajas’ naam dook deze zomer op in de affaire rond Akwasi. Lees ook: Akwasi-officier van grote discriminatiezaak gehaald

Het bekendste lid – en de informele leider – van KOZP is Jerry Afriyie (39). De in Ghana geboren Afriyie groeide op in Amsterdam-Zuidoost en is dichter, onder het pseudoniem Kno’Ledge Cesare. Zijn arrestatie bij de sinterklaasintocht in Dordrecht in 2011, samen met dichter Quincy Gario, geldt in activistenkringen als de oerknal van het anti-Zwarte Piet-protest. Afriyie verdiende zijn geld als beveiliger, totdat hij zijn Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) kwijtraakte wegens herhaaldelijke arrestaties bij anti-Piet-manifestaties.

Met Afriyie is iets merkwaardigs aan de hand, zeggen mensen die hem goed kennen. Volgens zijn tegenstanders – pro-Piet-activisten, rechts-populistische politici, media als De Telegraaf – is hij een extreemlinkse radicaal die uit is op de eliminatie van „iconen van de Nederlandse cultuur”. Maar binnen de KOZP-kerngroep geldt Afriyie juist als de meest gematigde stem, iemand die het compromis zoekt en gelooft in kleine stapjes.

Afriyie is eigenlijk „een soort polderactivist”, zegt advocaat Wil Eikelboom, die hem bijstaat in rechtszaken over het verbieden of beperken van KOZP-demonstraties. „Hij zegt altijd: you’re only late until you arrive. Als mensen van gedachten veranderd zijn over Zwarte Piet, zal hij nooit zeggen: oh, kom je daar nu pas mee?”

Antiracismedemonstratie in het Nelson Mandelapark in Amsterdam-Zuidoost op 10 juni dit jaar.

Foto ANP

Cineaste Sunny Bergman werkt aan een documentaire over KOZP en vormt met Afriyie de organisatie Wit aan Zet, die mensen helpt bij de „bewustwording” van hun „witte privilege”. Ze noemt Afriyie „bijna een Jehova-getuige van het antiracisme, zo geduldig is hij”. Een aantal jaar geleden was ze met Afriyie te gast op een bijeenkomst van de Rotary in Amsterdam, om te praten over racisme. „Een man die heel bekakt praatte, zei tegen hem: Waar kom jij vandaan, ik neem aan uit Suriname? Nee, zei Jerry, ik kom uit Ghana. Maakt niet uit, antwoordde de man, ik ga er voor het gemak vanuit dat je uit Suriname komt. Ik werd al helemaal boos, maar Jerry ging rustig met die man in gesprek, wel twintig minuten lang.”

Homofobe gedachten

Die empathische benadering kan lang niet iedereen bij KOZP opbrengen. „Ik praat liever met mensen die open staan en verder willen”, zegt Naomie Pieter. „Er zijn genoeg boeken, films en kunst om je te informeren over kolonialisme en racisme. Ik wil mijn tijd niet meer besteden aan discussies met mensen die Zwarte Piet niet racistisch vinden.”

De leden van KOZP maken er geen geheim van dat ze onderling wel eens van mening verschillen over strategie en inhoud. Zo deed Kunta Rincho, een van de oprichters, twee jaar geleden „tijdelijk een stap terug” uit de kerngroep. Reden: actievoeren „vergt veel van je leven, gezondheid en energie”. Ook kan Rincho zich niet verzoenen met de roetveegpiet, die voor andere KOZP’ers wel acceptabel is als compromis.

Lees ook dit interview met Naomie Pieter ‘Het verwijt was: jij bent niet zwart genoeg’

„Ik ben niet zo van de nadruk op witte fragiliteit, de moeite die het witte mensen kost om te accepteren dat racisme bestaat.” Ook de term ‘Black Lives Matter’ krijgt hij „bijna niet uit mijn strot”, zegt Rincho. „Het zet de schijnwerper op mensen die denken dat zwarte levens er niet toe doen. Maar ik vind dat we onszélf centraal moeten stellen.”

Een ander gesprek dat sinds een paar jaar gevoerd wordt binnen KOZP gaat over lhbt’ers. De komst van Naomie Pieter vergrootte bij de andere leden het bewustzijn over „homofobe gedachten”, zegt zij. „Jerry en Mitchell zijn daar heel open over.” De laatste jaren kiest de KOZP-voorhoede in zijn acties voor een ‘intersectionele’ aanpak, waarin de emancipatie van zwarte mensen nadrukkelijk gekoppeld wordt aan die van vrouwen en lhbt’ers. „Ik zou tegen je liegen als ik nu zou beweren dat ik geheel van mijn homofobie af ben”, schreef Jerry Afriyie twee jaar geleden in een opiniestuk in NRC. „Integendeel. Er zitten nog restjes homofobie in mijn systeem die ik nog weg moet werken.”

Knuppels

Get in trouble, good trouble. Dit adagium leende KOZP van John Lewis, een leider van de Burgerrechtenbeweging in de Verenigde Staten. „Met vreedzaam protest en burgerlijke ongehoorzaamheid maak je een onderliggend probleem zichtbaar”, zegt Mitchell Esajas. „In reactie op onze acties laten onze tegenstanders iets van zichzelf zien dat anders onder de radar zou blijven. Vaak zijn die reacties racistisch, soms zelfs gewelddadig. Je legt iets bloot dat je eerst niet zag.”

Protestborden van de Black Lives Matter-demonstratie in Deventer op 14 juni dit jaar.

Foto ANP

Na de arrestatie van Afriyie bij de sinterklaasintocht van 2011 was het bijna ieder jaar raak: grootschalige aanhoudingen in Dordrecht (2014) en Rotterdam (2016), de ‘blokkeerfriezen’ uit Dokkum (2017), een aanval van hooligans in Eindhoven (2018). Het voorlopige dieptepunt volgde in november 2019, toen pro-Piet-activisten een vergadering van KOZP in Den Haag bestormden. Ze hadden knuppels bij zich, staken vuurwerk af en sloegen ruiten in – de politie was net op tijd om erger te voorkomen.

Voor de aanwezigen was de aanslag in Den Haag een traumatische ervaring, vertellen ze. Ook al worden ze allemaal – Afriyie voorop – regelmatig bedreigd: dit was een wel heel beangstigende waarschuwing voor de risico’s die je als zwarte activist blijkbaar loopt. Esajas’ vriendin Jessica de Abreu – tot die tijd ook lid van het KOZP-kernteam – kreeg na de gebeurtenissen paniekaanvallen en een heftige burn-out, waarvan ze nog steeds herstellende is. De Haagse bestormers gingen vrijuit: wegens gebrek aan bewijs zullen de vijf verdachten niet vervolgd worden, zo maakte het OM in september bekend.

Aan de ene kant, zegt Mitchell Esajas, is het inmiddels maatschappelijk meer geaccepteerd om antiracismeactivist te zijn. „Je werkgever zal minder snel zeggen: hé, je publiekelijk uitspreken tegen Zwarte Piet, dat kan niet.” Aan de andere kant is het juist risicovoller geworden. „Zes jaar geleden werden we van alle kanten aangevallen. Nu nog maar van één kant, maar dat zijn wel geradicaliseerde rechtse groepen.”

Nelson Mandelapark

De acties van KOZP en andere activisten hebben de afgelopen jaren het nodige in beweging gezet. Tientallen steden stopten met Zwarte Piet, Facebook verwijdert berichten met blackface-verwijzingen, de Surinaamse antikoloniale schrijver en activist Anton de Kom werd toegevoegd aan de historische Canon van Nederland. Deze week werd bekend dat openbare bibliotheken in stilte alle boeken met Zwarte Piet uit hun collectie verwijderen.

En in juni dit jaar stroomden de Dam, het Malieveld, het Nelson Mandelapark en nog een half dozijn pleinen en parken in Nederland vol met demonstranten. In één klap werd het resultaat zichtbaar van jarenlang volhardend actievoeren bij koude sinterklaasintochten.

Sinds drie jaar demonstreert KOZP niet meer alleen bij de landelijke intocht van Sinterklaas, maar op tientallen plekken in het land. Dat betaalde zich deze zomer uit: de plaatselijke ‘afdelingen’ van KOZP konden in juni heel snel grote demonstraties van de grond krijgen.

Soms leunen de lokale groepen op oudgedienden in de anti-racismebeweging, zoals raadslid Angelique Duijndam in Vlissingen. Soms zijn ze relatief nieuw en jong. De demonstratie op het Malieveld (3.300 bezoekers) werd geïnitieerd door de lokale KOZP-afdeling. Activiste Mariam El Maslouhi, die sinds twee jaar deel uitmaakt van de organisatie, zegt dat de Haagse groep „uniek” is omdat zij voornamelijk bestaat uit „vrouwen van kleur en zwarte vrouwen”.

In Almere besloot Anneke Dalger, organisator van de plaatselijke viering van Keti Koti (afschaffing van de slavernij), dat het tijd werd voor actie: „Ik belde Jerry Afriyie. Ik zei: Jerry, zwarte mensen zijn boos. Toen zei hij: dan gaan we de straat op.”

De volgende dag was er een appgroep genaamd ‘BLM NL’. Zo’n twintig personen, verspreid over het land, maakten er deel van uit. Via de groep, vertelt Dalger, coördineerden de activisten de timing van de demonstraties, van Amsterdam op 1 juni tot Almere op 14 juni. „Er werd onderling ook van alles aangeboden, van hesjes tot mondkapjes.” De KOZP-kerngroep, zegt Dalger, nam daarbij de leiding. „Voor onze demonstratie in Almere regelden ze bijvoorbeeld een bedrijf dat een podium kwam neerzetten.”

Bureaucratische rompslomp

De kerngroep, zegt Mitchell Esajas, suggereerde ook sprekers voor de protesten. Of ze hielpen om te gaan met „angstige ambtenaren en bureaucratische rompslomp bij het aanmelden van een demonstratie”. Soms krijgen lokale groepen ook financiële ondersteuning. Die betaalt de kerngroep uit „donaties”, zegt Esajas. Hoeveel geld KOZP precies krijgt van sympathisanten, wil hij niet zeggen. „Maar zo’n bijdrage aan een lokale groep is een paar honderd euro. Een demonstratie organiseren kost niet zo veel geld.”

Lees ook: Al in 1996 ageerden zij tegen ‘witte privileges’. Wat zeggen ze nu?

Na de grote demonstraties in juni werd het stil rond Black Lives Matter Nederland. Dat was een bewuste keuze: het harde werken en de spanning begonnen hun tol te eisen bij verschillende leden van het kernteam. Het werk voor KOZP doen ze in hun vrije uren, naast andere activiteiten. Afriyie’s stichting Nederland Wordt Beter krijgt subsidie, The Black Archives van Esajas werden grotendeels opgebouwd met donaties en krijgt vanaf volgend jaar structureel geld van het Amsterdams Fonds voor de Kunst. „Maar als ik betaald was voor alle uren die ik heb besteed aan activisme”, grapt Esajas, „dan was ik nu miljonair geweest.”

De afgelopen maanden zijn gebruikt om te schrijven aan een Manifest voor Zwarte Emancipatie, dat op 10 december – internationale mensenrechtendag – moet verschijnen. Tijdens bijeenkomsten in het land, alleen toegankelijk voor zwarte mensen of mensen van kleur, is gewerkt aan „concrete voorstellen om anti-zwart en institutioneel racisme op lokaal en nationaal niveau te bestrijden”.

Het écht moeilijke werk begint nu pas, zeggen de activisten. Die demonstraties vonden ze geweldig, natuurlijk, maar nu is het zaak om alle aandacht om te zetten in concrete stappen: op de arbeidsmarkt, in het onderwijs, in de zorg. En dat, zo beseffen ze, zal een verhaal van de lange adem worden.

Of er opnieuw zo’n perfect storm zal komen als in juni, betwijfelen de meeste KOZP’ers. „Black Lives Matter steunen op sociale media is prima,” zegt Mitchell Esajas, „maar ben je ook bereid om in november de straat op te gaan terwijl een paar honderd hooligans jouw kop willen inslaan?”

De demonstraties hebben ‘institutioneel racisme’ op de politieke agenda gezet, zegt Esajas. „Maar het is vrijwel onmogelijk om die energie vast te houden.” Zijn doel als actievoerder? „Als het eb is, moet je blijven werken, zodat je kunt oogsten bij vloed. Je moet zorgen dat je er staat.”