Recensie

Recensie Boeken

Waarom werkte Kuyper zich telkens opnieuw een burn-out in?

Biografie Ter gelegenheid van zijn 100ste sterfdag verscheen een nieuwe biografie van Abraham Kuyper, waarin nieuwe facetten van zijn bewogen leven worden belicht: van alpinist tot staatsman.

Abraham Kuyper
Abraham Kuyper

Honderd jaar na zijn overlijden is Abraham Kuyper terug waar hij zich vijftig jaar lang vrijwel zonder onderbreken ophield. In het middelpunt van de aandacht. Vooral in protestantse kring is er dit najaar geen ontkomen aan de man die vrijwel eigenhandig een neocalvinistische zuil deed verrijzen in het door deftige liberalen gedomineerde publieke landschap van de 19de eeuw. Op de door hem opgerichte Vrije Universiteit is zelfs een Kuyperjaar afgekondigd.

Hét vuurwerk waarmee het herdenkingsjaar deze herfst van start knalt is een nieuwe biografie van Kuyper. En dat wekt in eerste instantie toch wat bevreemding. Was er niet nog in 2006 een kloek boek verschenen van de hand van Jeroen Koch, een erkend kenner van de 19de eeuw? Waarom zou er nu alweer een nieuwe biografie nodig zijn?

Wat beslist een rol zal hebben gespeeld is dat Kochs boek, dat zich vooral op Kuypers vele conflicten richtte, nooit op een echt warm onthaal heeft kunnen rekenen. Noch bij het gereformeerde volksdeel zelf – Koch bleef voor hen een katholieke buitenstaander – noch bij het gilde der recensenten, die in het boek het nodige vertelplezier misten. Dat had ‘een hoofdpersoon met zoveel journalistiek talent wel verdiend’, schreef NRC bijvoorbeeld.

Dat Johan Snel (1961), de volgende die zich aan een biografie van de gereformeerde voorman gewaagd heeft, aan een dissertatie over Kuypers journalistieke oeuvre werkt, brengt wat dat betreft de nodige verwachtingen met zich mee. Al 25 jaar geeft Snel daarnaast les aan jonge journalisten op de Edese School voor Journalistiek. Slaagt hij er met meer journalistieke methodes in zijn repertoire wél in de mens achter de historische figuur tevoorschijn te toveren?

Aan tot de verbeelding sprekende anekdotes heeft zijn boek in elk geval geen gebrek. Zo reconstrueert Snel aan de hand van brieven naar het thuisfront de talrijke reizen die Kuyper ondernam. Als erkend alpinist die vrijwel iedere zomer twee maanden lang de berglucht opzocht, maar ook als premier die al snel het etiket ‘Minister van Buitenlandse Reizen’ kreeg opgeplakt.

Gesoebat

Aan de brieven die hij vanuit al die hotels aan zijn echtgenote stuurde valt vooral het voortdurende gesoebat op. Brief na brief stelt hij zijn afwezigheid als absoluut noodzakelijk voor zijn gestel voor om zich tegelijk omstandig over het gemis van zijn gezin te beklagen. Het doet je afvragen welke 21ste-eeuwer zich zo’n levensstijl – de man had ook acht kinderen – nog zou kunnen permitteren. In zekere zin zijn de in het boek eveneens uitvoerig gedocumenteerde burn-outs dan ook geruststellend. Ook de ongekend productieve Kuyper was maar een mens, zij het met een buitengewoon streng dagritme en de eigenschap om onder iedere omstandigheid te kunnen schrijven.

Bij het beschrijven van al die vlijt valt Snel overigens wel in herhaling, die soms ingegeven lijkt door bewondering. Zo passeert Kuypers dagritme wel érg vaak de revue. Hier en daar zijn Snels reisreconstructies bovendien te speculatief, bijvoorbeeld wanneer hij vaststelt dat Nietzsche en Kuyper op ongeveer hetzelfde moment door min of meer hetzelfde gebergte aan het zwerven waren. Of dat Marx en Kuyper mogelijk tegelijk in dezelfde bibliotheek in Londen zaten te schrijven. Deze observaties helpen weliswaar een wereldser beeld te scheppen van een man die toch vooral een muffig gereformeerde sigarenlucht om zich heen heeft hangen, maar zijn zonder bewijs toch teveel what if voor een boek dat zijn kracht juist ontleent aan de vele nieuw ontdekte of grondig afgestofte feiten.

Lees ook: Een krokant portret over het leven van Mark Rutte

Minstens zo illustratief voor het beeld van Kuyper als man van de wereld zijn de contacten die hij onderhield met machthebbers en intellectuelen; van de laatste Duitse keizer tot de sultan van Turkije. Of de amicale verhoudingen tussen Kuyper en zijn ideologische tegenstrevers, van bijvoorbeeld het liberale Algemeen Handelsblad tot de anarchistische Domela Nieuwenhuis.

Radicaal

De belangrijkste bijdrage die Snel aan de geschiedschrijving over deze markante Nederlander levert zit overigens niet eens in dit soort fijne anekdotiek, maar in zijn analyse van Kuyper als een radicaal democraat, sociaal vernieuwer en bijna postmodern wetenschapsfilosoof. Helemaal nieuw is die lezing niet – Huizinga beschreef Kuyper al als ‘liberaler dan de liberalen’ –, maar zeker in de publieke perceptie is Kuyper toch vooral de man die na de spoorwegstaking in 1903 nieuwe stakingswetten uitvaardigde en aan de basis stond van een hele serie scheuringen in het Nederlandse protestantisme. Om en passant ook nog de Verzuiling en de Apartheid te veroorzaken. Deze eenzijdige beeldvorming ontneemt soms het zicht op ‘s mans relevantie. Snels boek helpt die relevantie opnieuw voor ogen te krijgen.

Is een nieuwe Kuyperbiografie, nog geen vijftien jaar na de vorige, ergens voor nodig? Alleen al vanwege het voor dit boek ontsloten bronmateriaal moet het antwoord op die vraag duidelijk ‘ja’ luiden. Anders dan voorgangers als Koch, die de 72 dozen uit het archief-Kuyper maar onaangeroerd liet omdat hij anders jaren later nog bezig zou zijn, kon Snel wél beschikken over diens recent gedigitaliseerde journalistieke productie. Liefst 20.000 artikelen en 17.000 commentaren verschenen er van zijn hand. In hetzelfde archief vond Snel een Franstalig artikel dat Kuyper in 1912 aan een encyclopedie stuurde, als input voor zijn lemma. In zeven begrippen – van alpinist tot staatsman – doet de oude man een poging zijn leven en streven samen te vatten. Met dit zelfportret als vertrekpunt voor zijn onderzoek is de auteur er in geslaagd Kuyper bijzonder dichtbij te brengen. Wel valt te hopen dat na Snel, voor een complete biografie uiteindelijk toch té zeer bewonderend geestverwant, ook mensen met grotere afstand tot Kuyper de weg naar deze archieven weten te vinden.  

Burn-out

Want tussen alle mooie anekdotes en waardevolle analyses blijft het ook in Snels boek zoeken naar waaróm Kuyper zich nu telkens opnieuw een burn-out in werkte voor God, volk en vaderland. Behalve een journalistiek en een academisch portret zou ook een meer psychologisch portret van deze man daarbij kunnen helpen. Was het ijdelheid, grootheidswaanzin of geldingsdrang? Een soort heilig vuur dat hij in zichzelf ontwaarde? Snel merkt op dat alles bij Kuyper om beginselen en hun consequenties draait, zoals een kunstenaar zijn kunstwerk wel móet voltooien omdat hij het eindresultaat al in zijn hoofd heeft. 

Lees ook: Baudet is wat hij zelf vervloekt: thuisloos

Een sleutelscène uit diens leven is zijn bekering tot het calvinisme als jonge predikant in Beesd, waarbij hij de liberale lijn die hij als theologiestudent in Leiden meekreeg als ‘halfbakken’ liet vallen. Vanaf dat moment leek niets Kuyper nog te kunnen stoppen: hij móest en hij zou zijn kerk en zijn volk terugbrengen tot de gereformeerde beginselen. Daarmee verklaart Snel ook diens interesse voor de islam, waar hij eenzelfde beginselvastheid bij signaleerde. En zijn afkeer van liberalen, die met alle winden mee zouden waaien. 

Toch krijg je ergens de indruk dat het vooral het  verlangen naar de vaste grond van zijn beginselen was dat Kuyper voortdreef, in plaats van die beginselen zelf. Alsof hij zijn eigen rusteloze, associatieve geest telkens opnieuw tot de orde moest roepen en daar zijn zelfontworpen theologie voor gebruikt heeft. Als een wereldburger op zoek naar een kompas. Want voor een echt  Prinzipenreiter  is deze Kuyper uiteindelijk veel te flegmatiek, humoristisch en pragmatisch. Zo riposteerde hij nadat een storm van kritiek was ontstaan rondom het drinkgelag van de heren professoren bij de opening van de VU op meesterlijke wijze dat ‘je bij water- en melkkaraf of chocoladeketel alleen toch geen geslacht van kloeke calvinisten kweekt’. En steekt hij in zijn talige humor soms Multatuli naar de kroon.  

Snel gaf zijn boek een bescheiden ondertitel mee: ‘Portret van een ongrijpbaar staatsman.’ En ongrijpbaar, dat blijft Kuyper honderd jaar na zijn overlijden ook ná diens nieuwste biografie. Maar misschien zijn voor een man die zeven levens tegelijk geleid heeft ook wel zeven biografen nodig.