Recensie

Recensie Uit eten

Rendang zó lekker dat ie ons meteen de hemel in schiet

Uit eten Amsterdam Petra Possel recenseert elke week een restaurant in en om Amsterdam.

Foto Yentl Slik

Eethuis De Vrouw met de Baard in Amsterdam wordt gerund door een vrouw zónder en een man mét baard, Mas van Putten en Carl Lemette, die beiden een Indische/Molukse achtergrond hebben.

Sinds een poosje serveren ze in hun gezellige, kleine zaak in de Haarlemmerbuurt soulfood, iets dat perfect aansluit bij het warme, eclectische interieur. Soulfood met een eigenwijze uitwerking van zowel Europese als Aziatische klassiekers.

Het is er goed toeven, iedereen komt er, ook een enkele BN’er. Op hun website zien we opeens de sympathieke aannemer Bob Sikkes van ons lievelingsprogramma Kopen zonder kijken vol in beeld. Normaal hangt men hier met de benen buiten, nu is het zelfs in deze drukke buurt een dooie boel, we moeten afhalen tot we weer mogen aanschuiven.

We beperken ons, en hier krijgen we later gruwelijk spijt van, tot één menu (22,50) met soep, hoofdgerecht en dessert met daarnaast nog een los hoofdgerecht (15,50). Om de kas te spekken en omdat we er zin in hebben nemen we ook een fles wijn mee (18,-).

Als we thuiskomen, komen we een praktische hindernis tegen: alles zit in een plastic maaltijdbak met vakjes, er is geen handleiding. De salade zit ook in zo’n vakje, dus de bak hoppa, in de magnetron zetten is geen goed idee. Of moet het in de oven? We bellen met De Vrouw met de Baard, die meldt dat we het vlees in een pan en de rijst in de magnetron dienen te verwarmen en de salade op ons bord moeten draperen. Na dit opstartprobleempje gaat alles van een leien dakje, het eten gaat erin als zoete koek.

Laten we het eerst eens over die soep hebben: een pittige diepgele curry-kokossoep van het type hartverwarmend! Er zitten pinda’s en mooie blokjes beetgare pastinaak en wortel in, wat dille en veel peper en er komt cassavekroepoek bij. Het is best een royale bak, dus we delen met liefde.

Dan gaan we naar het hoofdgerecht: de één heeft rendang, die van De Vrouw met de Baard heeft een ijzersterke reputatie, en de ander pulled spareribs. Er komt witte rijst, groene salade, kimchi van ingelegde ui en eigengemaakte sambal bij.

Inmiddels leidt het delen van de gerechten tot chagrijn, want eigenlijk willen we alle rendang voor onszelf – wat is dit lekker! We hebben heel wat rendang gegeten in ons lange leven, maar deze schiet ons meteen de hemel in. Het is vanzelfsprekend supermals en ook wat vezelig; subtiel met de pittigheid van pepers, het citrusachtige van sereh en het knisperende van korianderzaad.

Het uiteengeplukte vlees van de sticky spareribs is lekker vettig, het gekarameliseerde is verslavend lekker, dit is typisch iets waar je te veel van eet. De kimchi van ui heeft wat ons betreft een te pregnante uiensmaak, misschien had het langer moeten fermenteren, maar de sambal is ongelofelijk goed. Last but not least: de rijst is smakelijk door zeewier, kruiden, bosui en gebakken ui – ofwel hoe witte rijst allesbehalve saai wordt.

De salade is kraakvers, maar niet helemaal wat we gehoopt hadden. De broccoli, veldsla en pinda zijn in orde, maar van de appel en rauwe taugé zijn we minder geporteerd, het is te bitter. De ponzudressing is behoorlijk zout, dit is niet in balans.

We drinken ondertussen een volle, rode wijn waar het woord balans juist voor is uitgevonden: Mofo ‘The wild child’ (2018, 18 euro) heet ie, een Spaanse, hout gerijpte tempranillo, deze wijn blijft goed overeind bij het pittige eten.

Ten slotte delen we een dessert en vragen we ons verongelijkt af wie ‘sharing is caring’ heeft bedacht. Hadden we maar nooit op de bestelling bezuinigd! Want ook de mangomousse met geroosterde kokos en een lekker zure coulis van rood fruit is spot on.

Recensent en journalist Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.