Recensie

Recensie Auto

De BMW M2: een echte sportwagen moet lelijk zijn

Autotest valt in katzwijm voor de platheid van de BMW M2. Hij wil het ook, dit schandelijke meesterwerk.
Foto Merlijn Doomernik

Stel, ik was voetballer. Dan had dit mijn verhaal kunnen zijn. „Mijn wieg stond in Amsterdam-West of Charlois, Rotterdam. Opa was monteur bij de Hoogovens of geitenhoeder in het Rifgebergte, pa taxichauffeur, moeder schoonmaakster. Maar ik – ik had talent en wil, de drang om aan het noodlot van mijn kaste te ontsnappen. Ik bracht het tot de jeugdselectie, schopte steeds vaker raak, en op een dag brak de hemel open met een basisplaats bij Ajax.

„Bijbels ogenblik. De zon zond licht en roem, de regenboog boog door de druilregens van generaties heen verlossend naar de pot met goud, dat brandde in mijn zakken. Wat kon ik meer begeren dan een tastbaar symbool van overwinning op de uitzichtloosheid? Iets met mijn jeugd, mijn moed, mijn lenigheid? Daarom staat er nu een BMW onder mijn flat in Diemen. Een M2 CS, de vetste en de ruigste, carbon dak en carbon spiegels. Honderdveertig mille schoon aan de haak, zo afgetikt. Mijn vader zei: daar werk ik vijf jaar voor. Hem gaf ik een Kia. Hij schaamde zich. Voor mij, voor het geschenk, en voor zijn dankbaarheid. Tokkiebak, zei een ploeggenoot, de enige van ons met vwo. Dan heb je het niet helemaal begrepen. Dit wilden alle jongens in mijn buurt. Een onoverwinnelijk wapen.”

Tot zover mijn poging tot culturele appropriatie van de sporterskaste. Ik heb het recht. Zo weinig als ik van voetballers weet, zo goed ken ik hun auto’s en hun plaats in de wereld. Al zullen ook leden van een hoogopgeleid establishment bezwijken voor de verlokkingen van een 280 kilometer per uur snel carbonfestijn – de BMW, Audi of Mercedes mét en vóór een godsvermogen zal altijd verbonden blijven met sociale stijgers uit de pauperkaste.

Graag spot de bovenbouw met de soms noodlottige gevolgen. Elke gecrashte tokkiesupercar op Instagram is koren op de molen van het standsgevoel. Terwijl het gros heel blijft. Je moet een next-level-ploert zijn om zo’n geniaal precisie-instrument in de prak te rijden. Die jongens rijden veiliger dan voor de roem kwam in de rotte Corsa van hun moeder. Ik rijd twee keer zo snel als normaal met de rijstijl van een Yaris, zoals je op een e-bike dertig haalt met het traptempo van een bejaarde. Hij laat zijn presto op andante lijken.

Het is natuurlijk echt een tokkiemonster met die spoilers en die walgelijke zwarte wielen, maar dat hoort. Een echte sportwagen moet lelijk zijn. De schoonheid moet zijn aangevreten door de functie. Gaat het om een bestaand model, dan kunnen de verminkingen niet ver genoeg gaan. Uit de as van de geofferde esthetica herrijst een nieuw schoonheidsideaal. Dat van de gracieuze razernij, de dans des doods tussen een dappere bestuurder en de verschrikkelijke krachten in of boven zijn macht, want op dat slappe koord wordt de strijd met de techniek zelf bijna kunst.

Moeders mooiste

Bij zijn transformatie tot M2 hielp dat het donormodel, de BMW 2-serie coupé, van nature al niet moeders mooiste is. Met zijn gewonde front en stompe kofferbak, een gecoupeerde hondenstaart, is hij het evenbeeld van de dromers uit de krachtwijken. Jongens die op een bijbelse dag vechtend boven kwamen, geblutst door het leven maar gereed voor de strijd. Hij is de wraak op het milieu.

Daarom is hij er, en alleen daarom. En ik, die nooit van BMW’s maar van piano’s droomde, overbrug de kloof met de gedeelde, primitieve passie van een hunkerend geloof in meer en beter. Zo groot zijn de verschillen ook weer niet tussen de chirurg van de bal en de jongen die ooit Bachs Kunst der Fuge wilde spelen. Toen ik dat kon, kocht ik trouwens een BMW M3, waarmee de grotemensencirkel rond is.

De fotograaf en ik, beiden liefhebbers, vallen in katzwijm voor zijn platheid. Wij willen het ook, dit schandelijke meesterwerk. En wij horen ons vals lachen om onszelf. Bij ons wordt de laagheid van de bewondering gered door de ironische beschaamdheid die we wreken op de BMW-tokkie.

Dit is het echte verhaal van de M2. Het gaat niet over carbon, niet over pk’s, niet over wegligging en leren kuipstoelen, niet over het technische wonder dat hij is. Het gaat over de jongens die hem kopen, de vijandschap die ze oproepen, de verboden sympathie voor hun daad. Over de pijn van spelregels die onbeloond in ons verdwalen.