Aanraak

Ellen Deckwitz

Als alles meezit gaan de zwembaden volgende week weer open en tot die tijd loop ik dagelijks vijftien kilometer in de hoop dat mijn serotonineklier op een zeker punt oké zegt en weer aanslaat. Normaliter zwem ik drie keer per week om de moed erin te houden en sinds de baden sloten ben ik, hoeveel ik ook wandel, op zijn best mild chagrijnig. Gistermiddag sloeg ik het park in en botste er bijna een dame tegen me op.

„Wat leuk om jou hier te zien!” juichte ze nog voor ik de kans had om tegen haar uit te vallen. Het duurde even voor ik me realiseerde dat zij een van de badjuffen van mijn zwembad is (als ik mensen ontmoet in een vreemde omgeving kost het me altijd moeite om hen te herkennen, net zoals het me waarschijnlijk ook niet meteen zou opvallen als er voor mijn neus opeens een haring de weg overstak, simpelweg omdat ik eraan gewend ben dat die doorgaans ergens anders rondhangen, in de zee of in de viskraam).

„Je wist even niet wie ik was, hè?”, knipoogde ze. „Niet erg hoor, de meesten maken me niet droog mee.”

„Kom je de dagen een beetje door?” vroeg ik.

„Een beetje”, zei ze. „Ik probeer me er vooral niet boos om te maken dat de sportscholen wel open mogen blijven en de zwembaden niet, omdat die zogenaamd te veel een ‘doorstroomlocatie’ zijn.”

„Alleen letterlijk”, zei ik.

„En dat terwijl zwemmen veel beter is voor je dan enige andere sport”, brieste ze. „Ideaal voor blessuregevoeligen en een van de beste manieren om je conditie en dus weerstand op te bouwen, maar goed, dat weten ze in Den Haag ook wel. Wat ze vergeten is dat er nog een ándere reden is waarom de zwembaden open moeten blijven. Waarom zwemmen in dit soort tijden de allerbelangrijkste sport is.”

„Waarom dan?” vroeg ik.

„Omdat water je aanraakt”, zei ze. „En zo helpt tegen huidhonger.”

Ja, dacht ik, dat is een van de belangrijkste redenen dat ik veel zwem wanneer ik verdrietig ben. Het zwembad verandert dan in een bak vol knuffels. Er is de troost van drukverschillen en het heerlijke gevoel dat je totaal wordt omvat. Het water wijst je nooit af, verwelkomt je altijd met open armen.

„Zwemmen is geweldig”, zei ik. „Je voelt je niet meer alleen en toch krijg je er geen corona van.”

„Alleen daarom zouden de baden meteen nu weer open moeten”, zei mijn badjuf. Ze giechelde even en zei ten slotte:

„Om te kunnen reddingszwemmen, voor zowel lichaam als geest.”

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.