Opinie

Interview

Amazon aanpakken is terecht maar gaat te traag

Big Tech

Commentaar

En nu is het de beurt aan Amazon. Als zoveelste Amerikaanse techreus kreeg de webwinkelgigant deze week een boze brief van de Europese Commissie. De boodschap: de EU klaagt Amazon aan voor het schenden van mededingingsregels. Maximale boete: 10 procent van de wereldwijde jaaromzet. In het geval van Amazon is dat een potentieel bedrag van ruim 28 miljard dollar.

Brussel zegt dat Amazon data van externe verkopers op zijn marktplaats gebruikt om zelf als verkoper van producten een betere positie te verwerven ten koste van concurrenten. Door zijn informatiepositie te misbruiken, kan Amazon het eigen aanbod op een oneerlijke manier afstemmen op wat concurrenten aanbieden, is de aantijging. En dat mag volgens Eurocommissaris Margrethe Vestager (Mededinging, ALDE) niet vanwege de machtspositie die het bedrijf heeft. In de VS en Duitsland werken mededingingsautoriteiten aan vergelijkbare zaken.

Het is terecht en geen moment te vroeg dat ingegrepen wordt in techmonopolisten zoals Amazon omdat deze economisch en maatschappelijk veel schade blijken toe te brengen - het bewijs is sterk dat deze bedrijven innovatie afremmen, arbeidsvoorwaarden uithollen en ongelijkheid verergeren.

Maar tegelijkertijd moet bepaald niet te vroeg gejuicht worden. Het is nog geen uitgemaakte zaak: Amazon ontkent de Brusselse beschuldiging en krijgt de kans om zich te verweren in een hoorzitting. Dit soort zaken sleept zich vaak meerdere jaren voort.

Het is moeilijk om voldoende bewijs te verzamelen in dit soort zaken. Daarbij komt dat het twijfelachtig is of de beschikbare sancties voldoende afschrikken. Zelfs deze potentiële gigaboete van tien procent van de omzet is voor Amazon minder indrukwekkend dan die lijkt: het bedrijf heeft een jaarlijkse omzetgroei van ruim 50 procent.

Twee grote vragen doemen op: is het huidige mededingingsrecht wel toegerust voor de groei en omvang van datareuzen, en is de manier waarop de data-economie überhaupt functioneert wel houdbaar?

Zelfs bij hardere ingrepen zullen namelijk monopolies blijven ontstaan. Een terugkerend punt van discussie is bijvoorbeeld het opsplitsen van techreuzen in kleinere bedrijven. Maar door de ingebakken schaalvoordelen en netwerkeffecten van de data-economie verwachten veel deskundigen dat uit mini-Facebooks en mini-Amazons snel weer nieuwe monopolisten zullen ontstaan. Zolang de data-economie blijft werken zoals nu, zijn regulerende instanties veroordeeld tot constante symptoombestrijding: het voeren van slepende rechtszaken tegen specifieke schendingen van het medingingsrecht, terwijl het onderliggende probleem intussen alleen maar groter wordt.

Voor een langetermijnoplossing moet de onderliggende kwaal opgelost worden: de inherente monopolievorming in de data-economie. Er zijn bijvoorbeeld interessante ideeën over hoe data-eigenaarschap anders geregeld kan worden. Waarom mogen techbedrijven eigenlijk zoveel data bezitten? Moeten die niet eigendom zijn van gebruikers zelf, of bijvoorbeeld allemaal openbaar zijn zodat concurrenten ze vrijelijk kunnen gebruiken? Dat zijn complexe en technische vragen waarop nog geen pasklaar antwoord is, maar ze moeten dringender gesteld worden.

In december presenteert de Commissie een langverwacht pakket wetgeving dat techbedrijven met een zogeheten ‘poortwachtersfunctie’ anders zal reguleren. Het is te hopen dat de Commissie fundamentele vragen over de data-economie daarbij niet schuwt.