Recensie

Recensie Muziek

Van onheilspellend grintgeknisper tot bombastische synthesizer-symphonie

Albums Het experimentele electronische-muziek-duo Autechre brengt twee albums tegelijk uit. ‘Plus’ is meer abstract, ‘Sign’ geeft de hoofdrol aan warme synthesizerklanken, net als vroeger.

Sean Booth en Rob Brown vormen samen Autechre.
Sean Booth en Rob Brown vormen samen Autechre. Foto Bafic

Voor het optreden van Autechre tijdens Dekmantel Festival in 2015 had Muziekgebouw aan ‘t IJ in Amsterdam de stoelen uit de grote zaal gehaald. Maar ja hoe moet je dansen op composities waarin geen maat hetzelfde is? Je kreeg zo links een metaalknal in je buik die rechts alweer werd ingehaald door knetterende elektrodes in een ijzeren pan. Het duo stond in het pikdonker tussen een arsenaal aan machines, die deels werden aangestuurd door hun zelfgeschreven software, samen: ‘het systeem.’

Sean Booth en Rob Brown maakten prachtige experimentele luistermuziek begin jaren negentig met syncopische beats en zacht trillende synthesizertonen. Hun debuut Incunabula (1993) en Amber (1994) hielpen het genre IDM (Intelligent Dance Music) te definiëren. In de jaren daarna nam hun werk toe in volume en complexiteit.

‘Moeilijke’ muziek

Groot-Brittannië had ‘raves’ verboden en elektronische muziek gedefinieerd als ‘repetitieve beats’. De rebellerende technopunks uit de buurt van Manchester maakten daarop een track waarin geen maat hetzelfde was (‘Flutter’, 1994). Het was de opmaat naar twee decennia van ‘moeilijke’ muziek. „Een woest piepende elektronische plaag van vier minuten”, zo noemde NRC-redacteur Ron Rijghard hun bijdrage aan de cd-box waarmee het 20-jarige bestaan van het Britse label Warp werd gevierd in 2009. Ze dropten hele mappen tjokvol muziek online. Afgelopen jaar mochten ze acht uur lang radio vullen bij het Britse internetradiostation NTS, een show die ze hebben uitgebracht in vier delen en acht cd’s.

Nu zijn er Sign en Plus. Het duo bracht de twee albums, ieder minder dan een uur, kort na elkaar uit eind oktober. Plus is de meest abstracte van de twee, met atonale tonen en weinig melodielijnen. ‘Ecol4’, een nummer van 14 minuten, doet denken aan de carillon-techno van Efdemin in mineur en eindigt in funk van metaal op aambeeld. Maar om te zeggen dat Plus alleen maar abstract is klopt ook niet: de minimale compositie van het gedragen ‘lux 106 mod’ bedwelmt compleet en ‘X4’ lijkt met zijn stotterende salvo’s op hun deinende synthesizerfunk van vroeger.

Toch zullen fans van het eerste uur pas echt een zucht van verlichting slaken bij Sign, het meer toegankelijke en coherente album van de twee, met een hoofdrol voor warme synthesizerlijnen, net als vroeger. Intro ‘M4 Lema’ zet je nog op het verkeerde been, met onheilspellend grintgeknisper, zweepslagen en flarden van metaalplaten. Maar na een minuut worden die flarden uitgewerkt tot thema’s die terugkomen in verschillende nummers. Soms klinken de zoete melodielijnen kraakhelder en zacht, soms schuren ze in de stijl van Oneohthrix Point Never zoals op ‘Esc desc’. Die zware, bijna bombastische synthesizer-symfonie past bij de glitchy anthems uit de begintijd van het label Night Slugs. De liedjes hebben structuur, ‘psin AM’ heeft zelfs een vierkwartsmaat. Komt Sign in de buurt van ouder werk? Ja en nee. Het slotstuk neemt je mee de Autechre-bubbel in en de drie laatste nummers zijn werkelijk transcendent. Toch voelen de composities minder inventief dan hun vroegste werk dat ook al weer bijna dertig jaar oud is.