Steeds meer pakketjes, steeds lagere bezorgtarieven – de koeriersbedrijven zijn het beu

Pakketbezorging De koeriersbedrijven die PostNL inhuurt om de vele pakketten te bezorgen, zijn ontevreden: de werkdruk is te hoog, de beloning te laag. De belangenclub begint een rechtszaak voor „kostendekkende” tarieven.

Een bezorger van PostNL op de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam.
Een bezorger van PostNL op de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam. Foto Hans van Rhoon / Hollandse Hoogte

Gratis verzending. Morgen in huis. Gratis retour. Winkelen op het web kost een schijntje, maar het heeft wel degelijk een prijs.

Hij heeft zo’n tien pakketbezorgers op de loonlijst, die dagelijks pakweg tweeduizend pakketten afleveren. In de regio Haarlemmermeer bezorgt Ruud Wassenaars koeriersdienst inmiddels vijftien jaar bestellingen voor ’s lands grootste postbedrijf, PostNL. „Maar”, zegt Wassenaar, „ik voel me totaal geen onderdeel van dat bedrijf”.

Een ander koeriersbedrijf, van een noorderling die niet met zijn naam in de krant wil, omdat hij veel zaken doet met PostNL, rijdt in Groningen en Zwolle. Vijftien chauffeurs stuurt hij dagelijks op pad. Al tien jaar steekt hij zestig uur per week in z’n bedrijf. Hard werken, weinig verdienen; sparen voor zijn pensioen zit er niet in.

En een ondernemer uit Noord-Brabant, die ook anoniem wil blijven uit angst dat PostNL de overeenkomst met hem beëindigt, heeft zo’n twintig man rondlopen in de oranjeblauwe jassen van zijn opdrachtgever. Velen van hen staan bij hem onder contract. Na jaren van ondernemen, zegt de Brabander, zou je verwachten dat hij aardig in de slappe was zit. „Maar ik kan soms geeneens de belasting betalen. Mijn personeel gaat voor.”

De postpakkettenmarkt floreert, maar de mensen die PostNL inhuurt voor aflevering van de bestellingen klagen. Onderaannemers en bezorgers zijn het beu. De werkdruk is te hoog, zeggen ze. Koeriersbedrijven houden geen cent over aan de overeenkomsten met PostNL. En de tarieven die het betaalt, worden, zeggen de ondernemers, elk jaar lager.

Via een rechtszaak wil de Belangenvereniging voor Pakket Distributie nu „kostendekkende” tarieven afdwingen. Een datum is nog niet bekend. „De BVPD spreekt al sinds april over het aanspannen van een rechtszaak, wij hebben nog geen dagvaarding gezien,” laat PostNL weten.

Dagelijks worden via het netwerk van PostNL ongeveer een miljoen pakketten thuis afgeleverd. Daarvan besteedt het bedrijf 75 procent uit aan zeshonderd koeriersbedrijven, subcontractors genoemd. Een koeriersdienst krijgt van PostNL ‘eigen’ routes toegewezen en wordt betaald via een ‘stoptarief’: voor ieder adres waar is afgeleverd, betaalt PostNL 0,80 tot 1,80 euro. Bus, benzine, voertuigverzekering, blikschade en personeel komen op het conto van het koeriersbedrijf.

In buitengebieden zijn de tarieven relatief hoog, de afstanden tussen de adressen zijn immers groter. Voor bezorging van meer pakketjes op één adres betaalt PostNL een bonus: zestien cent per pakket. Maar als de deur dicht blijft en de televisie, zakken kattenvoer of kleding terug in de bus moeten, houdt PostNL de hand op de knip, zegt de ondernemer in het noorden: „Soms laad je drie keer een tv uit zonder dat het iets oplevert.”

Lees ook: ‘Een verzekering? Je leeft op goed geluk’

Waar bij PostNL de briefpost jaarlijks met 10 procent afneemt, groeit de pakketpost. Webshops als bol.com, Zalando en Coolblue maken afspraken over de bezorging met PostNL. De pakketdivisie van PostNL bezorgde tijdens de ‘intelligente lockdown’ 25 procent meer pakketten dan een jaar eerder. En dan moeten Sinterklaas en Kerst nog komen. Rekende het bedrijf kort na de zomer op 110 tot 135 miljoen euro winst, in oktober verhoogde het die verwachting naar 175 miljoen. Met dank aan het paradepaardje van PostNL: de pakketdivisie. Om die groei aan te kunnen, moet PostNL flink aanpoten. Sorteercentra draaien overuren, er wordt ook gewerkt op zondag. Er worden duizend extra ritten gereden. En sommige bezorgers die normaliter drie dagen voor PostNL werken, doen dat nu zes dagen in de week.

Voor al deze inspanningen ontvingen medewerkers in vaste dienst, naar rato van werktijd, een bonus van 250 euro, zegt Liesbeth Kaashoek, baas van de pakketdivisie van PostNL. De bonus is een „waardering en erkenning voor hun inzet en harde werk”, schreef PostNL begin oktober. Over een bonus voor onderaannemers en hun bezorgers is PostNL nog in gesprek, zegt Kaashoek.

Vijfentwintig pakketjes per uur

Kunnen pakketbezorgers deze drukte aan? En hoe zit het uitwassen in de branche?

Bezorgers slaan hun pauze soms over om tijd te winnen, of rijden te hard

Een pakketbezorger bezorgde ooit in een uur misschien twintig pakketjes, zegt Jelske van Dijk van vakbond FNV, nu vijfentwintig. Elke tweeënhalve minuut moet hij zijn busje parkeren, pakket uitladen, naar de deur lopen, de bestelling afleveren en terug naar zijn wagen. Vorige week, zegt Ruud Wassenaar, tevens voorzitter van de Belangenvereniging voor Pakket Distributie, zat een van zijn bezorgers er „helemaal doorheen”. Ook slaan bezorgers de pauze over om tijd te winnen, zeggen de ondernemers. Of ze rijden te hard om hun ronde op tijd af te hebben, met ongelukken tot gevolg.

PostNL voerde deze maand al met veel van zijn onderaannemers een „tariefgesprek”. Dat ging over verlaging van de ‘stoptarieven’, zeggen enkelen van hen. De Brabantse ondernemer zegt dat hem tarieven zijn aangeboden die op sommige routes 25 cent per aflevering lager liggen.

„Het is een trend”, zegt Van Dijk, „hoe meer pakketjes verzonden worden, des te minder een onderaannemer betaald krijgt. De tarieven zijn zo scherp dat je geen ervaren chauffeurs meer kunt betalen.” Kaashoek van PostNL is het daar niet mee eens. „Hogere volumes” leiden tot „een hogere omzet”, zegt ze. „De afgelopen drie jaar steeg de omzet per uur van de ondernemers 10 procent.”

Die berekening klopt niet, zeggen de ondernemers en FNV’er Van Dijk. PostNL houdt weinig rekening met de extra kosten die ondernemers maken door de ‘hogere volumes’. Als drukke routes worden opgesplitst, zijn een extra bezorger en bus nodig. Ook zijn de door PostNL berekende tarieven voor de routes vaak niet realistisch, zegt Van Dijk. „Er blijft altijd een groepje dat ontevreden is”, reageert Kaashoek. „Daar moeten we mee in gesprek blijven.”

In de coronatijd is er „ontzettend veel waardering en saamhorigheid” voor alle bezorgers, zegt ze. Op de sorteercentra worden allerlei leuke dingen georganiseerd, zegt ze, en pakketbezorgers krijgen „cadeautjes en tekeningen” tijdens hun rondes. En met Sinterklaas krijgt „iedereen” pepernoten van PostNL, zegt Kaashoek. Met Kerst een kerststol. En op ieder depot staat een kerstwensboom, zegt Kaashoek, waar je een wens in kan ophangen. De „mooiste wensen” worden geselecteerd, daarvoor is „budget” beschikbaar.

De Inspectie SZW, die toezicht houdt op werk en arbeidsomstandigheden, concludeerde vorig jaar dat het met het werken in de pakkettenbranche „zeer slecht is gesteld”. De afgelopen anderhalf jaar nam de dienst de vier grootste pakketbedrijven – PostNL, DHL, DPD en GLS – verder onder de loep. Over een jaar zet de Inspectie de resultaten op papier, maar de voorlopige bevindingen wil onderzoeksleider René Brand best delen.

Ruim tachtig onderzoeken deed de Inspectie naar de onderaannemers van ‘de grote vier’. Negen op de tien keer stuitte de Inspectie op situaties die niet in de haak zijn. Zo kwam ze koeriersbedrijven tegen die hun route tegen de regels doorverhuren, bezorgers met een uitkering die niet mogen werken, illegalen, en chauffeurs die ten onrechte zonder contract werken.

Een aantal onderzoeken is overgenomen door de opsporingstak van de Inspectie, zegt Brand. Mocht daarna nog aanleiding blijken, dan kan het OM strafrechtelijk onderzoek beginnen. Als je denkt dat de horeca een bende is, zegt Brand, dan is de pakketbranche er nog veel slechter aan toe. „Soms wordt een route vier keer doorverhuurd aan een ander bedrijf.”

Lees ook: De bezorger is het afvoerputje

Brand vindt het lastig om in te schatten of PostNL niet doorheeft dat de koeriersbedrijven de regels aan hun laars lappen of dat het doet of zijn neus bloedt. De Inspectie ziet dat de grote pakketbedrijven wel maatregelen treffen om hun onderaannemers zich aan de regels te laten houden, maar die zijn niet sluitend. De Inspectie is daarover met PostNL in gesprek, de andere drie volgen nog. „Waar het nu op neerkomt”, zegt Brand, „is dat een onbekende bezorger op het depot een PostNL-scanner ophaalt, de pakketjes aflevert, maar nergens op de loonlijst staat.”

PostNL zegt de bedrijven waar het mee samenwerkt eerst te controleren

Hoe houdt PostNL zicht op zijn onderaannemers en hun bezorgers? Liesbeth Kaashoek vertelt dat PostNL koeriersbedrijven door een gespecialiseerd team laat controleren voor het ermee in zee gaat. Zo worden de arbeidscontracten tegen het licht gehouden. Als je die toets doorstaat, is PostNL tevreden. Een overeenkomst met een koeriersbedrijf wordt „zelden” beëindigd, zegt Kaashoek. „Zeventig procent van de ondernemers doet al ruim tien jaar zaken met ons.”

‘Creatief boekhouden’

Door de lage marges gaan ondernemers juist „creatief boekhouden”, zegt Ruud Wassenaar over zijn leden. Ook FNV’er Van Dijk herkent dit. Wassenaar hoorde over een accountantsbedrijfje uit Den Haag dat valse arbeidsovereenkomsten aan koeriersbedrijven verkoopt. „Cowboybedrijven” rijden, volgens de ondernemer uit het noorden, „in afgetrapte, onverzekerde bussen en zonder transportvergunning.” De Brabantse ondernemer: „De markt is compleet verrot.”

Zoeken deze ondernemers zelf de grenzen ook op? Ruud Wassenaar: „Nee, ik slaap liever goed.” De noorderling: „Dan kap ik liever.”

Stoppen schoot meermaals door hun hoofd. Maar hoe? Wanneer? De leasecontracten van hun bussen lopen vaak drie tot vijf jaar, die kan je niet zomaar beëindigen. Dan zit je nog met je bedrijfspand. En ze hebben vaak vast personeel. „De helft van de jongens is bij ons in dienst”, zegt de ondernemer uit het noorden. „We zitten klem”, zegt de ondernemer uit Brabant.

Ruud Wassenaar hoopt dat het nog goed komt. Vorig jaar was een eerste lichtpuntje. In vijftien gesprekken overtuigde hij PostNL ervan dat zijn ‘stoptarieven’ onredelijk waren.

Twee jaar geleden heeft Wassenaar een wens op een kaartje geschreven en in de PostNL-wensboom gehangen. Hij wilde een „normaal uurtarief”.