Slob ontketent nieuwe schoolstrijd met uitspraak over homoseksualiteit

Artikel 23 Minister Arie Slob (Onderwijs, ChristenUnie) wilde de vrijheid van onderwijs beschermen met een omstreden uitspraak over identiteitsverklaringen. Hij bereikte het tegendeel.

Minister Arie Slob (Onderwijs, ChristenUnie) afgelopen maandag, tijdens het debat met de Tweede Kamer over burgerschapsonderwijs.
Minister Arie Slob (Onderwijs, ChristenUnie) afgelopen maandag, tijdens het debat met de Tweede Kamer over burgerschapsonderwijs. Foto Phil Nijhuis

Juist toen minister Arie Slob (Onderwijs, ChristenUnie) zijn geliefde grondwetsartikel 23, dat de vrijheid van onderwijs regelt, wilde beschermen, bracht hij het extra in gevaar. Slobs uitspraken van afgelopen maandag over zogeheten identiteitsverklaringen op orthodox-protestantse scholen hebben het debat over het artikel weer helemaal doen opleven – precies wat Slob níét wilde.

Slob is vooral politiek beschadigd – in het kabinet en in de coalitie werden er de afgelopen dagen harde woorden gesproken. Vooral D66 had grote moeite met de uitspraak van Slob dat scholen van ouders mogen verlangen dat die hun grondslag onderschrijven, ook als dat betekent dat de school het huwelijk ziet als bijbels verbond „tussen één man en één vrouw”. Zo’n verklaring, die homoseksualiteit afwijst, ondergraaft de sociale veiligheid van leerlingen, werd er gezegd. Na zware druk uit de coalitie nam Slob zijn uitspraken terug.

Maar ook inhoudelijk is Slob verder van huis. Hij heeft geen enkel belang bij een nieuwe discussieronde over artikel 23. Maar die heeft hij wel veroorzaakt. Het grondwetsartikel is al sinds 1917 een confessioneel kroonjuweel. Toen kregen burgers het recht om een publiek gefinancierde school te beginnen met een richting naar eigen inzicht, dus ook op christelijke grondslag. In ruil voor steun van de liberalen voor deze vrijheid van onderwijs gingen de christelijke Tweede Kamerfracties destijds akkoord met het algemeen kiesrecht.

Grondwetswijziging

Minister Slob is gebaat bij rust rondom het onderwerp. „Als je mij vraagt waar we onze energie in moeten steken, het lerarentekort of artikel 23, weet ik het antwoord wel”, zei hij vorig jaar tegen NRC.

Linkse én liberale partijen, samen een meerderheid in de Tweede Kamer, zeggen dat het artikel achterhaald is. Oppositiepartij PvdA werkt al langere tijd, met steun van de VVD, aan een wetsvoorstel om artikel 23 aan te passen. De indiening van dat wetsvoorstel heeft de PvdA inmiddels vervroegd, naar later deze maand. „De vrijheid van onderwijs wordt te vaak gebruikt om andere vrijheden te beperken”, zegt PvdA-leider Lodewijk Asscher. „Soms wordt het als excuus gebruikt om slecht onderwijs te verdedigen, soms om kinderen te weigeren. Minister Slob had gelijk, vrees ik, toen hij zei dat zo grondrechten beschermd worden. Maar daar moeten we ons niet bij neerleggen.”

Lees ook: Slob verwacht te veel van nieuwe lessen burgerschap

De PvdA wil in de Grondwet laten vastleggen dat scholen leerlingen moeten accepteren, dus dat ze niet langer als voorwaarde kunnen stellen dat ouders identiteitsverklaringen ondertekenen. Ook moet vastgelegd worden dat het onderwijs ‘democratische vorming’ stimuleert. „De overheid moet bij botsende grondrechten normerend optreden”, zegt Asscher.

Welke waarden moeten uiteindelijk zwaarder wegen: algemene maatschappelijke vorming, zoals democratie en de rechtstaat, of de eigen identiteit? Arie Slob was ooit zelf ‘identiteitscoördinator’ op de middelbare school waar hij lesgaf, het Greijdanus in Zwolle. In die hoedanigheid moest hij „de identiteit van de school meer in de haarvaten laten doordringen”, zei hij in 2018 in het confessionele onderwijsblad Op Adem. Slob: „Een aantal [leraren] vond het hele vraagstuk rond identiteit nogal overdreven. Ik heb me het meest geërgerd aan een docent die zei dat hij hiervoor niet het onderwijs was ingegaan. Hij gaf gewoon wiskunde, ‘en christelijke wiskunde bestaat niet’.”

Basiswaarden van de rechtsstaat

Het wetsvoorstel over burgerschap van Slob, dat afgelopen maandag behandeld werd, beoogde de twee werelden te verenigen. Scholen moeten hun leerlingen volgens de wet „de basiswaarden van de democratische rechtstaat” bijbrengen, zonder dat er aan hun vrijheid gemorreld wordt. Daarover zei Slob vorig jaar: „Ik vind het heel belangrijk dat ouders voor een school kunnen kiezen die aansluit bij hun opvoeding. Het is een verkeerde inschatting dat je problemen oplost door de vrijheden van een bepaalde groep in te perken.”

De komende dagen zal dit spanningsveld in Den Haag centraal staan. Donderdag debatteert de Kamer over de moord in Frankrijk op de leraar Samuel Paty. In dat debat zal het gaan over de waarden van de democratische rechtsstaat die scholen moeten uitdragen, ook als die schuren met de eigen identiteit. Volgende week stemt de Kamer over een SP-motie om identiteitsverklaringen te verbieden.

Officieel is artikel 23 nog altijd gepacificeerd. In het regeerakkoord van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie staat dat het kabinet-Rutte III het stichten van bijzondere scholen gemakkelijker wil maken, om zo „de vrijheid van onderwijs te vergroten”. Maar de liberale partijen in de coalitie vinden dat de rust rondom de onderwijsvrijheid lang genoeg geduurd heeft. In het discussiestuk Liberalisme dat werkt voor mensen schreef VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff vorig jaar dat scholen die waarden uitdragen „die strijdig zijn met onze kernwaarden vrijheid en gelijkwaardigheid”, artikel 23 niet mogen misbruiken. Dijkhoff doelde vooral op fundamentalistisch-islamitische scholen.

Ook D66 zegt dat artikel 23 „aanpassing” verdient. „Het is een fossiel. We hebben het al honderd jaar over ‘de vrijheid van onderwijs’. Maar wat ooit vrijheid voor ouders was om zelf een school te stichten, is in de praktijk de vrijheid van schoolbesturen geworden”, zegt Tweede Kamerlid Paul van Meenen. „Artikel 23 moet weer een leerrecht worden, niet een manier om onderscheid te maken.”

In een grondwetswijziging, zoals Lodewijk Asscher wil, ziet Van Meenen niet veel. „Dat is heel hoogdravend, maar dat duurt een generatie, en niemand is ermee geholpen. Je kan het ook in lagere wetten regelen. Nergens in de Grondwet staat dat scholen identiteitsverklaringen mogen opdringen. We moeten misbruik van artikel 23 bestrijden. Als vrijheden misbruikt worden en je haalt die vrijheid daarom weg, heb je niks meer.”

Lees ook: Homo-uitspraken ontploffen in het gezicht van minister Slob