Misstanden bij koeriers zijn eerder regel dan uitzondering

Inspectie SZW Werklozen rijden in bezorgbussen en er wordt geld weggesluisd, constateert de Inspectie na tachtig bedrijven te hebben onderzocht.

De pakketbezorger heeft zijn handen vol in de drukke decembermaand.
De pakketbezorger heeft zijn handen vol in de drukke decembermaand. Foto Guus Schoonewille

In de postpakkettenbranche zijn misstanden eerder regel dan uitzondering. Negen van de tien onderaannemers van de pakketbezorgers PostNL, DHL, DPD, GLS hebben hun zaken niet op orde. Dit concludeert de Inspectie SZW na onderzoek.

Werklozen die een uitkering ontvangen rijden in bezorgbussen. Chauffeurs zonder geldige verblijfspapieren bezorgen postpakketten. En fictieve ondernemingen worden ingezet om geld weg te sluizen.

De afgelopen anderhalf jaar onderzocht de Inspectie ruim tachtig koeriersbedrijven en onderaannemers, die door de vier grootste pakketbezorgers worden ingehuurd om de pakketten te bezorgen. Aanleiding waren meldingen over mogelijke misstanden. Een aantal van de onderzoeken is bij de opsporingstak van de Inspectie aangemeld, zegt projectleider René Brand van de Inspectie, waarna een onderzoek mogelijk kan worden overgedragen aan het Openbaar Ministerie.

Over 2019 en 2020 zijn er 36 boetes opgelegd, volgens de Inspectie, en 33 zaken zijn nog in behandeling. „Het overgrote deel daarvan zal ook een boete opleveren”, aldus Brand. In 2019 droeg de Inspectie drie onderzoeken in de pakketbranche over aan justitie.

Lees ook het achtergrondverhaal bij dit artikel: Steeds meer pakketjes, steeds lagere bezorgtarieven – de koeriersbedrijven zijn het beu

Reactie pakketbezorgers

In een reactie zegt DHL zich niet te herkennen in de bevindingen van de Inspectie. Onderaannemers mogen de routes die ze rijden voor DHL niet uitbesteden, laat de woordvoerder weten. DHL heeft een systeem van „checks and balances”, zegt hij, waardoor er goed zicht is op de onderaannemers. „Dit kan niet over DHL gaan. Daar durf ik mijn hand voor in het vuur te steken.”

PostNL heeft „zeer recent” de jaarlijkse inventarisatie voor de Wet aanpak schijnconstructie voor 2019 afgerond, reageert een woordvoerder per e-mail. Twaalf medewerkers besloten niet mee te werken en de samenwerking met PostNL op te zeggen. Met vier bezorgondernemers is de samenwerking beëindigd „omdat zij niet konden aantonen dat ze hun zaken op orde hadden”. DPD zegt „woensdag” een brief van de Inspectie te hebben ontvangen over het onderzoek. „We willen de brief eerst goed bekijken voor we antwoord geven.”

Oorzaken

De Inspectie onderzoekt ook de oorzaken van de misstanden. Het is, volgens Brand, lastig te beoordelen of de vier grote pakketbezorgers er niet van op de hoogte zijn dat de regels overtreden worden, of dat ze dit oogluikend toestaan „omdat de business door moet gaan”.

Volgens de Inspectie treffen de grote pakketbezorgers wel maatregelen om hun onderaannemers aan de regels te houden, maar zijn die niet sluitend. Een bezorger haalt ’s ochtends de pakketten en een scanner op in het depot, maar of zijn identiteit wordt gecontroleerd, weet de Inspectie niet. Brand: „Wij zien dat sommige pakketbezorgers nergens als werknemer van de onderaannemers staan geregistreerd.”

Onderaannemers krijgen van PostNL, DHL, DPD en GLS ‘eigen’ routes toegewezen en worden betaald via een ‘stoptarief’. Voor elk adres waar een pakketje wordt afgeleverd betaalt de pakketbezorger 0,80 tot 1,80 euro. Als er meer pakketten worden bezorgd, komt daar 18 cent per pakket bovenop. De bus, benzine, voertuigverzekering, blikschade en personeel komen op het conto van de onderaannemer die door een van de vier grote bedrijven wordt ingehuurd.

De Inspectie heeft de vier „grote jongens” een brief gestuurd met haar bevindingen, zegt Brand. „Als je denkt dat de horeca een bende is, heb je de pakkettenbranche nog niet gezien, die is er veel slechter aan toe.” Komend jaar zal de Inspectie de pakketbranche verder uitpluizen. De resultaten worden naar verwachting volgend jaar gepubliceerd.

Steeds meer pakketjes E6-7

Nederlanders winkelen al jaren steeds meer online, maar sinds de coronacrisis nam het aantal online bestellingen een vlucht. De pakketdivisie van PostNL bezorgde tijdens de ‘intelligente lockdown’ 25 procent meer pakketten dan een jaar eerder, gemiddeld een miljoen per dag. Maar volgens onderaannemers profiteren zij niet mee. PostNL, DHL, DPD en GLS rekenen steeds lagere stoptarieven, zeggen zij, waardoor ze financieel in de knel komen. Sommige bedrijven zoeken daarom de grenzen van de wet op. Via een rechtszaak wil de Belangenvereniging voor Pakket Distributie (BVPD) „kostendekkende” tarieven afdwingen, zegt Ruud Wassenaar voorzitter van BVPD. De Inspectie is met PostNL in gesprek over de misstanden, zegt Brand. Gesprekken met de andere drie pakketbedrijven volgen nog, volgens hem.